Studielast en welvaart

Hoe hard werken studenten? Dat hangt ervan af, zult u denken, want de een wil graag hoge cijfers halen, terwijl de ander met een zesje genoegen neemt. Sommigen willen snel afstuderen, anderen hebben alle tijd. Ook is niet iedereen van nature even ijverig of plichtsgetrouw. Bovendien zijn niet alle studenten even slim, en ook zijn ze niet allemaal even goed in staat om hun werk te organiseren. Kortom, redenen te over waarom de een meer tijd besteedt aan zijn studie dan de ander. Maar de allerbelangrijkste reden heb ik nog niet vermeld, namelijk de vraag wàt iemand studeert. Een onlangs gehouden onderzoek wijst uit dat de tijd die studenten gemiddeld per week aan hun studie besteden, afhankelijk van hun studierichting, varieert van zo'n 20 tot 40 uur per week. Dus voor de ene studie geldt dat een halve, en voor de andere dat een hele werkweek normaal is. Hoe die enorme verschillen te verklaren?

Mijn studiebezigheden indertijd als student eerst in de Nederlandse taal- en letterkunde en, later, in de psychologie bestond uit betrekkelijk weinig colleges en veel lezen, leren en stampen. Op gezette tijden een tentamen afleggen, vervolgens uitblazen, om daarna moed te verzamelen voor de volgende krachtmeting. Voor een studie die zo is ingericht, vind ik een gemiddelde van zo'n 20 uur per week eigenlijk nog onwaarschijnlijk veel. Dat studenten in bijvoorbeeld de exacte vakken, medicijnen of tandheelkunde veel meer tijd aan hun studie besteden vind ik niet zo verwonderlijk. Zij werken niet alleen door te lezen en te stampen, voor hen vormen de practica een wezenlijk deel van hun werkzaamheden. Zij werken niet alleen met hun hoofd maar ook met hun handen, en die combinatie maakt het mogelijk ook meer tijd met de studie bezig te zijn.

Een studie die bestaat uit alleen maar leerwerk biedt studenten weinig structuur: niet meer dan een paar uur college per week en voor wie daar wegblijft is er nog altijd de syllabus of het collegedictaat van een plichtsgetrouwer studiegenoot. Als gevolg van dit gebrek aan structuur vallen veel studenten uit de boot en omdat universiteiten worden afgerekend op hun resultaten, zijn veel studierichtingen ertoe overgegaan de studie anders te organiseren. Hoorcolleges werden vervangen door werkcolleges met opdrachten en verplichte aanwezigheid. Bij de studie medicijnen kenden de eerste studiejaren in het verleden dezelfde structuurloosheid als bij letteren en sociale wetenschappen, met als gevolg veel uitval en studievertraging. Door al vroeg te beginnen met practica, en de studenten in teams te laten werken zijn de resultaten daar aanmerkelijk verbeterd.

Hoewel voor bepaalde studierichtingen geldt dat een 20-urige werkweek normaal is, heeft men ook daar de studielast zodanig berekend dat die neerkomt op 40 uur per week. Terwijl iedereen weet dat dit onzin is, wordt deze schijnvertoning toch gehandhaafd. Dankzij hun weinig arbeidsintensieve studie hebben deze studenten alle tijd voor een bijbaan. Terwijl ze toch dezelfde rechten hebben op studiefinanciering als studenten van wie de studie alle tijd vergt.

Men maakt zich druk om het feit dat Nederlandse studenten zo weinig belangstelling hebben voor exacte vakken. Een deel van de verklaring is ongetwijfeld gelegen in het verschil in studiecondities. Hard werken, geen tijd voor bijbaantjes, hoge studieschuld opbouwen en ook nog eens sober leven versus een relatief luxe studentenleven dat wordt afgesloten zonder studieschuld.

Het lijkt me niet onredelijk om bij de studiefinanciering met die verschillen rekening te houden.