Staat Nederland in brand?

,,In het buitenland lachen ze zich dood.'' De hoofdredacteur van het Historisch Nieuwsblad gaf blijk van een ouderwets Hollands gevoel van schaamte, nadat Pim Fortuyn verkozen bleek tot de Grootste Nederlander aller tijden. Wat zouden onze buren hier wel niet van denken? Na de moord op Van Gogh moest de uitverkiezing van Fortuyn voor het buitenland wel het definitieve bewijs zijn dat het in Nederland goed mis was. Later bleek weliswaar dat Fortuyn, indien alle stemmen op tijd verwerkt waren, slechts een goede tweede was geworden maar die verwarring gaf slechts aan dat het in ons land behalve mis ook nog eens een rotzooi is. ,,Als Fortuyn de grootste Nederlander blijkt, emigreer ik naar IJsland'', kondigde de televisiehistoricus Maarten van Rossem van tevoren nog aan. Hij vond de hele verkiezing onzinnig: ,,Met elke groslijst waarop Monique van de Ven figureert samen met Spinoza is per definitie iets mis.'' Dat weerhield hem er overigens niet van een paar keer in het KRO-programma zijn gezicht te laten zien en ik denk trouwens ook niet dat hij nu op IJsland zit.

Ook de hartstochtelijke pleitbezorger van Pim Fortuyn, de journalist Youri Albrecht, moest zich in bochten wringen. In de aanloop van de verkiezing verklaarde hij nog dat Fortuyn in één adem genoemd kon worden met mannen als Willem van Oranje en Thorbecke toen Fortuyns overwinning een feit was, beklaagde Albrecht zich ineens over de slechte staat van het onderwijs, dat in ons land ieder historisch besef had doen verdwijnen. Maar Fortuyn diens eerste plaats betwisten kon natuurlijk ook niet, dus heette het dat het volk een signaal had afgegeven en dat er naar het volk geluisterd moest worden. De verkiezing van Pim, waar Albrecht zich zo voor had ingezet, was volgens hem: ,,het zoveelste signaal dat er iets aan de hand is in dit land''.

Er is iets mis, er is iets aan de hand maar wat nu eigenlijk? Ik zelf zou zeggen dat er iets mis is met een journalist die zijn integriteit en onafhankelijkheid compromitteert door zich in een populariteitspoll keer op keer te vereenzelvigen met een politicus wiens gedachtegoed bepaald nog niet historisch is, net zoals me iets mis lijkt met het feit dat deze zelfverklaarde kompaan van Theo van Gogh in Vrij Nederland week in, week uit diens vriendenkring portretteert, afgewisseld met persoonlijke herinneringen aan zijn vermoorde vriend zodat VN van een serieus opinieweekblad tot een fanzine van Theo van Gogh werd. En alles onder het mom van betrokkenheid. Onafhankelijkheid en distantie das war einmal. Eerst hard roepen dat anderen corrupt zijn en van belangenverstrengeling aan elkaar hangen en dan zelf lekker je gang gaan. Van Gogh zelf was er een meester in.

Als Albrecht zich beklaagt over het feit dat Nederlanders niet meer weten wie Spinoza is, waarom verschijnt hij dan op televisie om te beweren dat Pim Fortuyn de grootste Nederlander is? Als Maarten van Rossem spuugt op een televisieprogramma waarin de Nederlandse geschiedenis vermalen wordt tot een slappe aflevering van Idols, waarom doet hij er dan aan mee? De televisie zelf heeft ervoor gezorgd dat Fortuyn de grootste Nederlander aller tijden werd, omdat de televisie ons de afgelopen jaren niets anders dan Fortuyn heeft laten zien. Het resultaat is pathologisch en wel degelijk veelzeggend. In een normale wereld kun je je voorstellen dat je Fortuyn waardeert en hem zelfs een belangrijk fenomeen vindt terwijl je er niet over piekert om hem tot grootste Nederlander aller tijden te kiezen. Maar Nederland is allang geen normaal land meer. Juist in die nationale verslaving aan de hyperbool, de agressieve hitsigheid waarmee grote woorden in stelling worden gebracht, de ongeremde geilheid naar de Apocalyps, tekent zich af wat er mis is met Nederland.

In Mimesis, de klassieke studie van Erich Auerbach over hoe de werkelijkheid in de westerse literatuur door de eeuwen heen is verbeeld, wordt een stukje van een zekere Ammianus geciteerd, die een volksopstand beschrijft. Ammianus leefde in de vierde eeuw na Christus, in de nadagen van het Romeinse rijk, en Auerbach laat zien hoe zijn opzwepende taal zich heeft losgemaakt van de werkelijkheid; het is een en al hyperbool en verbale uitzinnigheid in zijn reportage. Ammianus beschrijft de opstand van de massa in zuiver zintuiglijke taal, zonder enige analyse of distantie. Tacitus was al beklemmend, zegt Auerbach, maar ,,hier bij Ammianus is het echter tot een magische en zintuiglijke ontmenselijking gekomen''.

Magisch en somber zintuiglijk, star beeldend en gebarend, noemt Auerbach de stijl van de oude Romein. Die kwalificaties gaan op voor de taal die nu in Nederland gemeengoed is geworden. De GROOTSTE Nederlander aller tijden, de PUINHOPEN van acht jaar paars, de vijfde colonne van de GEITENNEUKERS, AFGESLACHT!, ik lust ze RAUW, Nederland staat in BRAND het is de taal die moet opzwepen, die voor de emotie moet zorgen. Geen wonder dat in zo'n klimaat de hysterische jihad-taal van islamitische extremisten Marokkaans-Nederlandse tieners aanspreekt voeg daar nog de eindeloze uitzinnigheid van door verbale doodsdrift bevangen rappers als Tupac aan toe en je begint te begrijpen waarom het in Nederland steeds weer uit de hand loopt. Iedereen doet er aan mee, de actualiteitenkermis van de televisie, de krantenjournalistiek, de politieke celebrities van het nieuwe Nederland, de rabiate loonies op internet. Alleen Ali B. blijft nuchter.

In het voortsukkelende debat over de vrijheid van meningsuiting dat na de moord op Van Gogh is ontstaan, draait het vooral om hoever je zou mogen gaan mag je iemand keer op keer tot op het bot beledigen? De vraag waarom je eigenlijk iemand tot op het bot zou willen beledigen, wordt nauwelijks gesteld. Stel hem wel en je krijgt ongetwijfeld een antwoord vol grote gebaren: het woord moet vrij zijn, niet vogelvrij, enzovoort. Maar dat alles verhult alleen maar wat er in werkelijkheid aan de hand is, dat wat Nederland op dit moment in het buitenland niet zozeer lachwekkend maakt, als wel onrustbarend: dat het woord in Nederland volledig tot emotie geworden is. Oproepen tot matiging heeft dan ook geen zin, want de betekenis van al die snoeiharde taal schuilt nu juist in de woedende heftigheid ervan. Zet de televisie aan en je belandt in een orgie van verbaal geweld. Daarachter: een angstwekkende leegte.