Requim Verdi in het middelpunt

Van het drieluik aan jubileumprogramma's dat chef-dirigent Jaap van Zweden deze maand leidt bij het honderdjarige Residentie Orkest, vormt het Requiem van Verdi deze week het uitbundig middelpunt. Van Zweden dirigeerde al eens La traviata bij de Reisopera, en toonde toen dat Verdi's gevoel voor theater hem na aan het hart ligt en goed afgaat. Het Requiem is weliswaar geen opera, maar aan theatraliteit doet het werk daarvoor niet onder – zeker niet als het Dies Irae zo scheurend losbreekt dat behalve de doden ook slapenden verschrikt opveren.

Hoewel Nederland over verschillende goede semi-professionele concertkoren beschikt, liet het Residentie Orkest het Baskische grootkoor Orféon Donostiarra invliegen, dat het Requiem onlangs nog zong bij de Berliner Philharmoniker onder Abbado. En eerlijk is eerlijk, verschil moet er zijn. Zo murmelend en werkelijk il più piano possibile begint het Requiem niet vaak.

Van Zweden trof daarmee onmiddellijk de beoogde sfeer van spanning en concentratie, die hij gedurende twee uur goed wist vast te houden.

In verschillende opzichten voegt dit Requiem een nieuw hoogtepunt toe aan de prima prestaties van het Residentie Orkest in zijn feestseizoen. Sterk en oorspronkelijk zijn orkestrale vondsten als het vloeiend tot stilte uitdunnende slotakkoord van het Lux aeterna, een ingetogen fagottenkwartet in het Libera me en de stevige begeleiding van het Benedictus. Maar Van Zweden bewijst in dit Requiem vooral zijn gevoel voor stemmen en voor het koor, dat hij tot in de kleinste finesses heeft gedisciplineerd. Dat het Libera me besluit met een koorfuga is altijd wel duidelijk, maar het hiërarchisch verschil tussen hoofd- en bijstemmen klinkt zelden zo strak afgewerkt.

Solistisch is dit Requiem letterlijk en figuurlijk wisselend bezet. De beroemde, slank zingende tenor Marius Brenciu bracht donderdag een gevoelvol Ingemisco, maar wordt vanavond vervangen door Frank van Aken. Naast het hinderlijke wappervibrato van inval-mezzo Elena Zarembo en de heldere, sterke sopraan Julia Isajev is bijdrage van de Nederlandse bas Robert Holl een wonder van tekstgevoel. Bij Holl hoor je de dood donderend dreigen in het Mors stupebit. En zo lichten op de onverwachtste plaatsen steeds woorden betekenisvol op. Holl gaat met zijn stentorstem van top tot teen op in de tekst. Die spreekt daardoor soms zo direct aan dat je zou zweren dat Holl Nederlands zingt in plaats van kerklatijn.

Concert: Residentie Orkest/Orfeon Donostiarra m.m.v. Julia Isajev (sopraan), Elena Zaremba (alt), Marius Brenciu (tenor) en Robert Holl (bas). Gehoord: 18/11 Dr. Anton Philipszaal, Den Haag. Herh.: 19/11 MC Vredenburg, Utrecht; 20/11, Den Haag; 21/11 Concertgebouw, Amsterdam.