Olieconcerns zijn gedekt

Beleggers in oliemaatschappijen hebben de speculatieve klim van de olieprijs nooit al te serieus genomen. Nu de prijs weer zakt, doen ze hetzelfde. Sinds het hoogtepunt eind oktober is de olieprijs bijna 15 procent gedaald. De aandelenkoersen van de oliemaatschappijen hebben daarentegen nauwelijks bewogen.

Maar blasé zijn tijdens een stijging van de olieprijs, die de koersen ondersteunt, is niet hetzelfde als blasé zijn tijdens een daling. Steken de beleggers hun kop in het zand?

Helaas bestaat er geen direct verband tussen de hoogte van de olieprijs en de winstgevendheid van olieconcerns. Die stappen steeds meer over op regelingen die de olieproductie laten geschieden in samenwerking met de gastlanden. Zulke arrangementen zijn onderhevig aan variabele belastingtarieven en winstgevendheidspercentages. Het komt erop neer dat hoe hoger de olieprijs stijgt, des te minder de oliemaatschappijen verhoudingsgewijs verdienen, en omgekeerd. Daardoor ontstaat een soort buffer.

Nog belangrijker is dat beleggers in de aandelen van oliemaatschappijen door de dagelijkse ups en downs van de markt héénkijken naar een evenwichtsprijs op de langere termijn. De schattingen daarvan lopen uiteen, maar één ding lijkt zeker: hij stijgt. Eind jaren negentig stond de langjarige olieprijs op 15 dollar per vat. In de eerste twee jaar van de nieuwe eeuw steeg die prijs naar 20 dollar, en nu staat hij op zo'n 25 dollar.

Daarbij zijn is het opmerkenswaardig dat het een prijs is die precies in het midden ligt van de door OPEC vastgestelde marge, een marge waarmee volgens velen door het kartel zelf onofficieel de hand wordt gelicht. Dit alles duidt er op z'n minst op dat de aandelenkoersen van de oliemaatschappijen een goede bescherming genieten - zelfs als de olieprijs daalt.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.