Na de verbouwing

Albert Verlinde wordt vorstelijk ontvangen in het verbouwde theater Carré in Amsterdam en kijkt zijn ogen uit.

Een goede vriend van mij heeft een verbouwing ondergaan.

Gelukkig niet in een kliniek van meneer Robert Schumacher, de vaderlandse make over-deskundige die in zijn jacht op publiciteit en geld nu zo ver gaat dat hij een operatietje verloot onder mensen die meedoen aan een sms-wedstrijd. Ik ken veel mensen die de man zelf graag eens willen verbouwen en kan ze geen ongelijk geven.

Ook is de liefde van mijn leven niet overgeleverd aan de klauwen van Marijke Hellwegen, het plastisch-chirurgiewonder van Nederland dat nooit slaapt omdat haar ogen zo rechtgetrokken zijn dat ze niet meer dicht kunnen. Nee, de verbouwing waar ik het over heb is de renovatie van het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Tien maanden en tien dagen is er met man en macht gewerkt om het gebouw te renoveren en het grootste compliment dat je de verantwoordelijken kunt geven is dat het pand eigenlijk nauwelijks veranderd is.

Het is goddank geen Extreme Make Over geworden, maar gewoon een gezonde opknapbeurt.

Net als iedere Nederlander die van theater houdt heb ik een speciale band met het gebouw aan de Amstel. Het is namelijk het enige echt grote theater in Nederland dat we hebben. Zijn andere grote zalen in ons landje dikwijls luxe partycentra waar het publiek met bussen in- en uitgeloodst wordt in hun jacht op hapklaar amusement, Carré blijft ondanks de grote publieksvoorstellingen die er te zien zijn gelukkig een echt theater waar je vol ontzag naar binnen loopt en waar je als artiest wel heel slecht moet zijn om de sfeer te verpesten.

Afgelopen maandag was de feestelijke opening in het bijzijn van Hare Majesteit de Koningin en daar moest ik natuurlijk bij zijn. Maar de show begon om acht uur precies en omdat de vorstin er was werd de genodigden gevraagd om tien minuten voor aanvang hun plek in de zaal in te nemen. Dus trok ik al tijdens de uitzending van RTL Boulevard mijn smoking aan en verliet voor het einde van het programma voor het oog van de kijkers de studio. Maar ik was toch de laatste die bij het theater aankwam en zag zo in de deuropening een zenuwachtig welkomstcomité klaar staan in afwachting van de vorstin. Verontschuldigend mompelde ik `de echte koningin komt zo'. Theaterdirecteur Hein Jens begroette me vriendelijk, maar bij burgemeester Cohen kon er geen lachje af. Terwijl het toch eindelijk weer eens een bijeenkomst in zijn stad was waar hij voor uitgenodigd was zonder zelf dagenlang om een toegangskaartje gesmeekt te hebben

Theater Carré is een wonder. Tegelijkertijd koninklijk en volks. Ik heb al zo veel meegemaakt in dat theater. Tijdens mijn allereerste bezoek mocht ik na afloop als twintigjarige kleinkunststudent een feestje bijwonen in de artiestenfoyer en in mijn zenuwen gooide ik een glas rode wijn over het dure pak van de toenmalig directeur Guus Oster. Ik stond er in de coulissen naar de musicals van Jos Brink te kijken en mocht er zelf op het podium staan in het ballet van `Barnum', de eerste musical van Joop van den Ende. Voor mij is het Amsterdamse theater een tempel die ik iedere keer weer vol ontzag betreed, ook en vooral na de gelukte verbouwing.

Een T-shirt dat Marijke Hellwegen heeft uitgebracht, draagt de tekst `Ik ben prachtig, jij lijkt wel tachtig.' De slogan van Carré zou kunnen zijn `Ik ben honderdtien, en blijf een wonder om te zien.' De Theaterkoningin aan de Amstel doet ons beseffen wat mensen als Schumacher en Hellwegen ons wel eens willen doen vergeten: je kunt ook móói oud worden.