Mensen begrijpen via de camera

De uitvinders van de `cinéma verité' blikten gisteravond tijdens een debat op het documentaire-festival IDFA terug op hun werk en spraken over de verworvenheden van deze stroming.

Een halve eeuw geleden vonden ze het documentairegenre helemaal op nieuw uit: Richard Leacock, Robert Drew, Albert (en zijn inmiddels overleden broer David) Maysles en Frederick Wiseman. Ze maakten klassiekers als de Bob Dylan-film Don't look back, Salesman en Titicut Follies. Het was een ware revolutie: weg met de zware camera's, statieven en grote crews. De straat op! Met de camera op de schouder, onzichtbaar waarnemend, participerend soms.

Ze zijn de godfathers van de `direct cinema' of de `cinéma verité', twee termen die meestal spraakverwarrend door elkaar worden gebruikt, voor de Amerikaanse en de Franse variant. Of, zoals gespreksleidster en filmhistorica Betsy McLane het definieerde: films waarin respectievelijk de filmmaker wel hoor- en of zichtbaar aanwezig is en films waarin hij als de bekende 'vlieg op de muur' functioneert.

In dat opzicht zou verre erfgenaam Michael Moore direct cinema maken en de regisseur van de openingsfilm Stand van de maan van de het zeventiende International Documentary Filmfestival Amsterdam Leonard Retel Helmrich cinéma verité.

In het geval van de aanwezige grootheden gaat het vooral om de cinéma vérité, om het ontdekken van de werkelijkheid en de toeschouwer het gevoel te geven erbij te zijn. Albert Maysles vertelt hoe hij als ex-psycholoog opgewonden werd van het idee dat de camera het hem mogelijk maakte om de menselijke natuur te begrijpen. Al voegde Frederick Wisemam daar droogjes aan toe, dat hij als ex-jurist juist de hoop opgegeven had iets over de menselijke natuur te weten te kunnen komen. Hij is dan ook een beetje een buitenbeentje in dit gezelschap: zijn werk, zoals zijn eerste grote film Titicut Follies, gesitueerd in een psychiatrische gevangenis gaat vooral over instituties.

Het is niet moeilijk om nog steeds het enthousiasme van de filmmakers te delen. Fragmenten uit hun werk, vooral dat uit Jazz Dance, gedraaid door Richard Leacock, voelen nog steeds acuut en je ziet de warmte en het leven uit de poriën van zijn hoofdpersonen ademen. Dat was in 1954, nog voordat de techniek zover was dat er meer dan 1 minuut film in een draagbare 35mm-camera geladen kon worden. Maar al die losse minuten laten je ook nu nog meedansen met de uitgelaten bezoekers in de nachtclub.

Eén ding wordt duidelijk: cinéma vérité heeft net zoveel te maken met revolutionaire cameravoering als met montage. Frederick Wiseman zei het zo: ,,Ik ontdek de film tijdens het monteren. Meestal draai ik 80 tot 100 uur. Voor mij is er niets aan als ik van tevoren weet waar het over moet gaan. De lol is het ontdekken. Als je een concept volgt, dan heb je oogkleppen op. Je bent blind voor wat je nog tegen zou kunnen komen.'' Of Albert Maysles: ,,De beste documentaires zoeken niet naar vooropgezette ideeën. Een documentaire wordt geregisseerd door de realiteit.'' Hoe dat aan de snijtafel werkt zou een mooi thema zijn voor IDFA om volgend jaar een masterclass aan te wijden.

Zondag 21 november is er een reprise van het Cinéma verité debat, om 10.30u in Cinerama 1. Voor meer informatie www.idfa.nl