Krant en televisie voor B.

Mohammed B., de verdachte van de moord op Theo van Gogh, mag weer de kranten lezen en televisie kijken. Dat geldt ook voor de zes medeverdachten, die na de moord in het kader van het zelfde onderzoek zijn opgepakt. Dit heeft de raadkamer van de rechtbank in Amsterdam gisteravond bepaald, aldus een woordvoerster van de rechtbank.

Aan de verleende toegang tot media kleeft wel een beperking: de verdachten, die zich allen in voorlopige hechtenis bevinden, mogen alleen naar de publieke zenders Nederland 1, 2 en 3 kijken. Wat betreft de geschreven pers zijn zij aangewezen op uitsluitend Nederlandse kranten en tijdschriften, aldus de beslissing van de raadkamer.

Een ,,ongebreidelde kennisname'' van kranten en tv-programma's achtte de raadkamer niet verantwoord. Dat brengt ,,risico's met zich mee voor het onderzoek welke niet zijn te overzien''. De verdachten mogen geen radio beluisteren. Onduidelijk is of ze kennis mogen nemen van oude kranten en tijdschriften.

Vrijdag eerder op de dag had de rechter-commissaris beslist dat B. en de overige verdachten toegang mochten hebben tot alle in het huis van bewaring beschikbare media. Het openbaar ministerie (OM) tekende tegen die beslissing een zogeheten spoedappèl aan bij de raadkamer.

De raadkamer maakte daarop de beslissing van de rechter-commissaris ongedaan en kwam met een variant. Het openbaar ministerie wilde dat de verdachten geen kranten kranten konden lezen of tv konden kijken in het belang van het onderzoek. De advocaten hebben gewezen op de beperking van de grondrechten van de verdachten.

De verdachten zitten sinds hun arrestatie in zogeheten beperkingen. Dit betekent dat zij geen contact mogen hebben met de buitenwereld, behalve met hun advocaat. De raadslieden mogen op hun beurt niet met de buitenwereld communiceren over de zaak. Die beperking blijft vooralsnog van kracht. De mediabeperking is een onderdeel van het pakket beperkingen dat verdachten in voorlopige hechtenis kan worden opgelegd.