Jij moet mij helpen 2

In zijn brief (W&O 13 nov) doet dhr. de Ruiter van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen een poging om aan te tonen dat verbale communicatie veel belangrijker is dan non-verbale. Het omgekeerde wordt door hem zelfs als `broodje aap' afgedaan. Hij besluit zijn betoog met de zin: `probeer maar eens de zin `als het niet had geregend, was ik gisteren beslist gaan wandelen', met uitsluitend non-verbale middelen over te brengen''.

Ik heb meteen de proef op de som genomen en geen van mijn gezinsleden had enig probleem om die zin in non-verbale vorm te begrijpen. Maar, dank zij mijn dove dochter, bedienen wij ons, net als vele honderden andere gezinnen in Nederland, thuis dan ook van de Nederlandse Gebarentaal, een verschijnsel waar de Nijmeegse wetenschapper blijkbaar nog nooit van heeft gehoord.

Natuurlijk heeft de Ruiter gelijk als hij eerder in zijn brief stelt dat talige informatie cruciaal is voor het overbrengen van boodschappen aan een ander. Alleen maakt hij een fout door taal gelijk te stellen aan een gesproken/verbale taal. Er zijn in de hele wereld honderden gebarentalen die op geen enkele manier onder doen voor verbale talen in het vermogen informatie over te brengen.

Helaas is de Nederlandse regering haar toezegging van een paar jaar geleden om over te gaan tot erkenning van de Nederlandse Gebarentaal als officiële minderheidstaal niet nagekomen. Daarmee laat ze de dovengemeenschap in dit land in de kou staan. Triest dat ook in de (taal)wetenschappelijke wereld het belang en zelfs het bestaan van gebarentalen nog niet is doorgedrongen.