Injectie met `sociale lijm' nodig

De druk op allochtone Britten en immigranten om Engels te leren en te spreken, loopt dezer dagen sterk op. Ook in Groot-Brittannië ondergaat het multiculturalisme een `rethink'.

Als de Londense deelgemeente Camden haar burgers consulteert, bijvoorbeeld over verkeersdrempels of bushaltes, schrijft ze niet alleen in het Engels een brief, maar in twaalf extra talen: het Farsi van de Perziërs, het Urdu van de Pakistanen, het Bengaals, het Somalisch, het Yoruba van de Nigerianen, het Chinees, Albanees, Frans, Portugees, Spaans, Turks en Arabisch. Het illustreert hoe divers deze gemeente met 200.000 inwoners is. En het laat ook de multiculturele ambities van het gemeentebestuur zien.

Het lijkt wel de vraag hoe lang alle bevolkingsgroepen – waarvan sommigen een paar procent van de totale gemeente uitmaken – nog in hun eigen taal zullen worden bediend. Want de druk op allochtone Britten en immigranten om Engels te spreken, of te leren spreken, loopt sterk op.

Minister van Binnenlandse Zaken David Blunkett ontketende twee jaar geleden een storm van protest toen hij Britten met wortels in Azië adviseerde thuis Engels te spreken. Zo kunnen ,,ouders de schizofrenie die de relaties tussen verschillende generaties teistert'' te boven komen, zei hij. Hij had niet alleen de 30 procent van de Brits-Pakistaanse huishoudens op het oog waarin Engels niet de eerste taal is, maar hoopte allochtone Britten in het algemeen beter te laten ,,deelnemen in de wijdere cultuur''.

Een paar dagen was het land te klein: wat dacht de minister wel, dat hij zich bemoeide met hoe we aan tafel praten, wierpen partijgenoten, de liberale oppositie en lobbygroepen van allochtonen hem voor de voeten. Dat was ,,kolonialistisch'', ,,racistisch'' en overigens ,,plain silly''.

Of er sindsdien thuis meer Engels wordt gesproken, is niet gemeten. Wel lijkt het taboe verdwenen. Engelse les is nu een van de verplichtingen voor het dit jaar eveneens door Blunkett ingevoerde `burgerschapsexamen', wat weer een voorwaarde is om als immigrant een Brits paspoort te krijgen.

Zelfs Trevor Phillips, voorzitter van de Commission for Racial Equality (CER), de officiële promotor van integratie, pleitte er eerder dit jaar voor om met name jonge moslims niet als religieuze of etnische minderheid aan te spreken, maar als Britten. Het multiculturele model is achterhaald en de maatschappij moet ,,een kern van Britsheid'' handhaven, aldus Phillips, die in deze krant ernstige kritiek leverde op vermeende segregatie in Nederland.

,,Het multiculturalisme ondergaat een rethink'', zegt ook Caspar Melville, hoofdredacteur van openDemocracy, een online-tijdschrift over politiek en cultuur dat intensief bijdraagt aan het minderhedendebat. ,,Het is volkomen duidelijk dat we de relatie tussen moslims en niet-moslims opnieuw moeten bezien. Maar een beter woord dan multiculturalisme hebben we nog niet gevonden. Dat is een gebrek aan verbeeldingskracht.''

De rellen in Blackburn, Burnley en Oldham in de zomer van 2001 en de terreuraanslagen van 11 september daarna gelden als de genadeklap voor het multiculturele model. Maar de erosie was al langer bezig. Oudere immigrantengolven waren vaak bewoners van het ex-Empire. Frictie met de autochtonen had een raciale component. Maar de immigratie die ruim tien jaar geleden in een stroomversnelling kwam, werd gedomineerd door asielzoekers en economische migranten. Dat was een divers gezelschap uit Oost-Europa, de Balkan, Somalië en Irak. Zij versterkten de `identiteitscrisis' waarin de Britten zich toch al bevonden door Europese integratie, globalisering, secularisering en economische onzekerheid. Toen ook werd duidelijk dat de frictie een sterk religieuze component had gekregen.

Want veel allochtone jongeren vonden hun nieuwe thuis niet in de Britse natie, maar in hun geloof. Oudere Bengalen, die de onafhankelijkheidsoorlog hebben meegemaakt, ontlenen hun identiteit bijvoorbeeld nog aan het idee van een seculiere Bengaalse natie. Maar hun kinderen, geboren in het East-End of de Midlands, hebben die loyaliteit niet en zien zichzelf vooral als moslim.

Decennia goedbedoelde overheidssteun aan Aziatische (en zwarte) Britten – om hun een belang te geven in `het systeem' als tegenwicht voor racisme – betekende in praktijk bovendien dat etnische groepen langzaam ,,het absolute recht kregen om anders te zijn'' en ,,zich verschansten in loopgraven'', zei Kenan Malik, een in India geboren filosoof. ,,In [Noord-Engelse steden] heeft het multiculturalisme de segregatie zo effectiever bevorderd dan racisme.''

Zelfs Londen geldt steeds minder als het bewijs dat multiculturalisme in de kosmopolitische praktijk kan functioneren. Volgens Stuart Hall, emeritus hoogleraar cultuurstudies aan Goldsmith College, groeit ook hier de kloof tussen arm en rijk, en tussen etnische groepen. ,,Globalisering reproduceert dezelfde tegenstellingen die ze wereldwijd veroorzaakt'', aldus Hall.

Dit is het ,,progressieve dilemma'' dat vraagt om acute aanpak, betoogde David Goodhart eerder dit jaar in een explosief artikel in het maandblad Prospect. Partijen als Labour staan zowel voor solidariteit als `diversiteit'. Voor de welvaartsstaat die alle burgers onderwijs en gezondheidszorg met belastinggeld biedt, én voor een ruimhartig immigratiebeleid. Maar die twee leerstukken van centrum-links botsen in toenemende mate, aldus Goodhart. Immigratie ondermijnt de solidariteit: burgers hebben steeds minder zin in `samen delen' met degenen die hun waarden niet zouden delen, met vreemdelingen dus. Uit zelfbehoud moet zo'n maatschappij volgens Goodhart daarom het immigratieprobleem oplossen, voordat een tipping point wordt bereikt en de solidariteit ineenstort.

Hoe? Door sociale voorzieningen strenger én eerlijker te maken, door identiteitskaarten verplicht te stellen om illegale arbeid tegen te gaan. En vooral door het injecteren van `sociale lijm', zegt Goodhart. Met de taal- en de geschiedenislessen (niet toevallig over het Empire) die Blunkett voorstaat en met symbolen. ,,Waarom geen Britse nationale vrije dag?'', aldus Goodhart.

Maar Caspar Melville gelooft dat het een ,,anachronistische, doodlopende weg'' is, ,,omdat `meervoudige identiteiten' al lang werken''. Niet alleen voor de Schotten, die én Brits én Schots én Europees zijn, maar niet Engels, en ook voor Britse Aziaten. Bovendien, gelooft hij, is de toets van dat burgerschap zinloos. ,,Veel autochtone Britten zouden voor hun examen zakken.''

Moslims dienen sterker stelling te nemen tegen extremisme, vindt hij. En de niet-moslims moeten beter hun best doen om de moslims te begrijpen. Dat is niet gemakkelijk, om te beginnen omdat er vanuit de moslimgemeenschap te weinig goede ideeën komen over de vraag wat een goede maatschappij is. En dan nog, zegt Melville. ,,Waar ontmoeten we elkaar om die ideeën uit te wisselen? Dat is lastig als de belangrijkste publieke Britse ruimte de pub is.''