Infotainment en het verraad der intellectuelen

De programma's rondom de verkiezing van de Grootste Nederlander laten zien hoezeer de kwaliteit van het openbare debat in Nederland achteruit is gegaan.

Pim Fortuyn is op 15 november 2004 via de Publieke Omroep gekozen als de Allergrootste Nederlander Aller Tijden. In het zich al weken voortslepende programma onder dezelfde titel, dat als een succesvol programma-format uit het buitenland is komen overwaaien, hebben wij allerlei gerenommeerde intellectuelen kandidaten zien verdedigen als Spinoza, Erasmus, Michiel de Ruyter, Rembrandt, Willem Drees en Willem van Oranje. Maar dus ook Pim Fortuyn.

In de finale zaten onze gerenommeerden weer bijeen voor de camera en zij mochten nog eenmaal hun zegje doen ten bate van de op de short list overgebleven historische helden. In 30 seconden deden deze tot intellectuele dwergen in een entertainmentprogramma gereduceerde hoogleraren, politici en opiniemakers hun best. Leuk debat, maar Pim bleef voor liggen. Dankzij internet waar op tal van sites links waren aangebracht naar de plek waar een stem voor Pim uitgebracht kon worden. Willem Drees en Willem van Oranje hebben geen links op internet. Zij hebben ook niet de zittende regeerders gehaat voor alles wat er in deze samenleving niet goed gaat: van files op de autowegen tot te veel islamitische vreemdelingen. Pim heeft nog veel links op internet en dat heeft flink meegeholpen allerlei dingen en mensen te haten. En daarom heeft Pim gewonnen. Hij is op 15 november 2004 de Allergrootste Idol van de Nederlandse Geschiedenis geworden. Maar net als bij Bush en Al Gore in 2000 is er achteraf ruzie ontstaan over de uitslag. Had het toch Willem van Oranje moeten worden? Zo lijkt het waarempel helemaal een echte verkiezing.

De laatste weken hebben de gerenommeerden van alles en nog wat over de vrijheid van meningsuiting beweerd, maar ik heb te weinig gehoord dat de vrijheid van meningsuiting dient om een rationeel openbaar debat over zaken van openbaar belang gaande te houden. Binnen een dergelijk debat is de vorm niet volstrekt vrij, maar te grote beperkingen in de vorm zouden belemmerend kunnen werken. De uitwisseling van gedachten en standpunten en de gelijke waarde van de personen die eraan deelnemen is echter wel het uitgangspunt. Ik heb ook te weinig gehoord over de functie van de verschillende media, inclusief internet.

Hoe komt dat, en hoe komt het dat gerenommeerde intellectuelen deelnemen aan de verkiezing van de Idol van de Nederlandse Geschiedenis? Dat komt onder meer door wat ik in de titel van dit stukje `Het verraad der intellectuelen' heb genoemd. Die term heb ik niet zelf verzonnen. Hij is door de Franse schrijver Julien Benda bedacht, die in 1927 het gelijknamige boek La trahison des clercs schreef. Hij nam in dat boek stelling tegen een verkeerd politiek engagement van intellectuelen die zich dienstbaar maakten aan de passion politique, die hij de politieke haat noemde en die verschillende vormen (nationalisme, racisme, klassehaat, autotoritarisme) aannam. De slotconclusie van het boek leidt tot een ivoren toren die ik niet zal verdedigen, maar de redenering van het verraad neem ik hier over.

Waaruit bestaat het verraad vandaag? Naar mijn mening bestaat dat uit de systematische bijdrage aan de verslechtering van de kwaliteit van het openbare debat in Nederland. Dat heeft verschillende kanten. Ik noem er een paar.

Ten eerste is er de gestaag voortschrijdende trend van informatie naar infotainment. Een programma als de Allergrootste Nederlander is er een voorbeeld van. Maar de intellectuelen doen mee, want de nieuwe tijden vragen om een popularisering van cultuurgoederen. Andere vormen zijn het verdwijnen van reflectie en debat uit de publiek omroep. Ook in crisistijd komt een tv-rubriek als NOVA niet verder dan een een-tweetje tussen twee personen die geselecteerd zijn op twee contrasterende stereotiepe standpunten. Het moet kort en liefst spannend zijn. Het moet `voor of tegen' zijn, een wedstrijdje net als bij een quiz, infotainment dus. Er wordt erg weinig intellectueel kapitaal gestoken in wat het ankerpunt van het publieke debat zou moeten zijn.

De tweede is de door de intellectuele deelnemers onvoldoende begrepen combinatie van omroep en internet. Omroep en internet (SMS valt daar trouwens ook onder) hebben een wederkerige aanjaagfunctie.

Internet biedt ongefilterde toegang aan iedereen, waardoor er gemakkelijk naar aanleiding van een tv-uitzending een emotionele stroom reacties (vaak haatreacties) op gang komt. De uitwisseling van expressie op internet gaat zonder veel omgangsvormen gepaard, wat weer terugslaat op de verruwing van het debat in de media.

De intellectuelen plegen hier verraad, omdat zij voedsel geven aan de opvatting dat wat op een hoekje op internet kan, ook in de openbare media mag of moet. Let wel: wat op internet kan, moet kunnen: de sprong van feit naar norm wordt moeiteloos gemaakt. Maar de vraag of je alles wat je mág zeggen, ook móét zeggen om het doel van de uitwisseling van ideeën te bereiken, wordt niet gesteld.

En zo kiezen de intellectuelen voor de lol de grootste Nederlander aller tijden en vinden zij dat schelden en beledigen moet kunnen, ook als ze in het openbare debat niets hadden te beweren.

Hoogleraar Informatierecht aan de Univer-siteit van Amsterdam en advocaat.