Ik was bang dat mijn vader een hartaanval zou krijgen

`Mijn bekering tot de islam betekende niet alleen ruzie met mijn vader en mijn broer, het betekende ook het einde van mijn relatie met mijn Marokkaanse vriend. Dat was niet makkelijk, want het was de beste relatie die ik ooit heb gehad. Maar ik heb er vrede mee, want ik heb gedaan wat mijn hart me ingaf.

De islam heeft mij voor het eerst geraakt toen ik tiener was. Het ging zo: ik had een stel Marokkaanse vriendinnen en ik merkte dat ze vanwege hun geloof niet alles mochten wat ik mocht. Ze mochten bijvoorbeeld niet uitgaan, terwijl hun broers dat wel deden. Dat vond ik vreemd. Ook deden er allerlei wilde verhalen de ronde over hun geloof, bijvoorbeeld dat het binnen de islam normaal zou zijn om de handen af te hakken van mensen die stelen. Het viel me op dat Nederlanders vaak negatief spreken over moslims, terwijl ik mijn Marokkaanse vriendinnen juist heel aardig vond. Op school was ik vroeger veel gepest, maar met hen had ik het leuk. Daarom besloot ik eens uit te zoeken hoe dat nou precies zat met die islam.

Ik ben een nieuwsgierig meisje. Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar andere mensen en andere culturen. Want laten we eerlijk zijn: wat voor cultuur heb je nou eigenlijk als Nederlander? Dus ging ik naar de bibliotheek en nam een boekje mee dat `De vijf zuilen van de islam' heette. Dat boekje heb ik in één ruk uitgelezen. Daaruit bleek dat de islam helemaal geen enge godsdienst was, maar juist een geloof waarin het om respect voor andere mensen en respect voor de schepping draait. Ik was meteen geraakt en heb alle bladzijden uit dat boekje gekopieerd en de blaadjes aan elkaar geniet, zodat ik mijn eigen boekje had. Dat heb ik bewaard.

Verder heb ik niets met mijn ontdekking gedaan. Ik was heel jong en vooral geïnteresseerd in uitgaan. Dus dat boekje bleef verder in de kast liggen. Ik vertelde er wel over aan mijn ouders, maar ik had net zo goed tegen een muur kunnen praten. Ze vonden dat niks, de islam. Ik begrijp het wel, hoor, mijn vader was gewoon bang dat ik met een Marokkaanse jongen thuis zou komen en een onderdrukte vrouw zou worden.

Ik deed een middelbare beroepsopleiding sociaal-cultureel werk, maar die maakte ik niet af, dat vond ik nergens voor nodig. Die school, dat deed ik immers voor mijn ouders. En mijn ouders, die waren nooit voor me opgekomen toen ik als klein kind werd gepest. Waarom zou ik dan iets voor hen doen? Zo dacht ik toen. Ik vond een baantje bij een chipsfabriek en later kreeg ik werk als receptioniste in een bejaardentehuis. Ik was een jaar of twintig toen ik een Arubaanse man ontmoette met wie ik ging samenwonen. Ik hoopte dat hij goed voor mij zou zorgen en dat ik met hem een gelukkig gezin zou kunnen stichten, maar dat werd een grote teleurstelling. We kregen samen twee kinderen, een meisje en een jongen, maar ik was doodongelukkig. Hij keurde alles af wat ik deed, ging avond aan avond uit en hij was me niet trouw. Dat alles maakte me ontzettend onzeker. Op een gegeven moment kwam hij na een avond vol drank en drugs thuis en sloeg mij waar mijn dochter van twee bij was volledig in elkaar. Toen besloot ik hem te verlaten.

Ik was 23 en trok met twee kleine kinderen in bij een vriendin wier huisje veel te klein was voor zoveel mensen. Het was de ongelukkigste tijd van mijn leven. Het koste me jaren om weer iets van zelfrespect te voelen. Een leuk gezin, dat was mijn diepste wens geweest, en dat zat er dus voor mij niet in.

Sindsdien is mijn hart nog verschillende malen door de papierversnipperaar gegaan. Pas begin dit jaar leek er eindelijk weer wat vreugde in mijn leven te komen, toen ik via internet een Marokkaanse jongen ontmoette die veel jonger was dan ik. Het was een heel lieve jongen en het werd echt wat tussen ons: ik hoefde bij hem niet te vechten om aandacht. Op een gegeven moment was hij bij mij thuis en pakte ik een boek over Marokko uit de kast om aan hem te laten zien. En toen viel mijn oog toevallig op het boekje wat daar naast stond: het boekje over de islam dat ik ooit als tiener had gekopieerd. Ik pakte het en zei plagerig: ,,Kijk eens, ik heb ook een boekje over je geloof!'' Hij riep meteen: ,,Doe dat weg!''. Want hij voelde zich schuldig. Een relatie aangaan voor het huwelijk, dat is verboden in de islam, ook voor jongens. Dus dat boekje maakte dat hij zich opgelaten voelde. Ik borg het maar weer op.

Maar toen hij weg was, haalde ik het meteen weer tevoorschijn. Ik dook er in en ik ben niet meer opgehouden met lezen. Toen ik het uit had, ging ik tot diep in de nacht zitten internetten, om nog meer te weten te komen over de islam. Ik was er helemaal door gegrepen. Er ging een wereld voor me open. Ik raakte helemaal gebiologeerd. Het geloof trok me aan als een magneet. Ik droomde erover. Ik schrok 's nachts wakker en dan dacht ik aan de islam.

Maar ik was nog in ontkenning. Hoewel mijn hart het al zeker wist, stond mijn hoofd nog helemaal niet naar een bekering tot de islam. Ik had ze wel eens zien lopen, Nederlandse vrouwen met een hoofddoek, maar dat had ik altijd afgekeurd. Ik had altijd gedacht: die zijn moslim geworden voor hun vriend, die móéten een hoofddoek dragen en tien meter achter hem lopen. Maar op internet ontmoette ik Nederlandse vrouwen die vrijwillig voor de islam hadden gekozen. En die voelden zich net als ik. Dat zette me wel aan het denken.

Toch was ik nog niet helemaal om. Ik dacht: wat zullen mijn ouders er van zeggen als ik moslim word? Hoe gaan de mensen om me heen reageren? Het was echt een innerlijke strijd. Maar hoe meer ik over de islam las, hoe dieper ik er van overtuigd raakte dat ik de juiste weg gevonden had. Het klikte gewoon.

Met het katholieke geloof heb ik dat nooit gehad. We gingen thuis wel naar de kerk, ik ben ook gedoopt en heb communie gedaan, maar het zei me niets. Ik voelde me niet thuis in de kerk en begreep nooit wat van dat geloof. Dat God en Jezus hetzelfde waren, bijvoorbeeld, daar snapte ik niets van. En de Heilige Geest, daar kon ik me al helemaal geen voorstelling van maken.

De islam daarentegen was voor mij glashelder. Het was net alsof alle puzzelstukjes op hun plaats vielen. Allah heeft ons leefregels gegeven en die draaien allemaal om respect voor de schepping. En achter elke leefregel die ik niet begreep of moeilijk vond, bleek een verklaring te zitten waarover heel goed was nagedacht. Zo hoor je altijd veel over de ongelijkheid tussen man en vrouw in de islam. Maar dat mannen en vrouwen van elkaar verschillen, kun je toch niet ontkennen? Als er een probleem is, wil de man het meteen oplossen, terwijl de vrouw er graag eerst over wil praten. Volgens de islam is de man de beschermer van de vrouw. Dat is toch alleen maar mooi? Je wilt toch een echte man en geen watje?

Langzamerhand groeide bij mij de wens om me daadwerkelijk tot de islam te bekeren. Ik was in mijn hart al moslim, maar ik wilde het officieel maken. Dat hield in dat ik geloofsbelijdenis moest doen in een moskee. Maar ik was nog nooit in een moskee geweest. Via via kreeg ik het telefoonnummer van een Marokkaanse vrouw in mijn woonplaats die me wel zou kunnen helpen. Toen ik haar belde, bleken we elkaar te kennen: ze was gewoon een moeder van school. Die geloofsbelijdenis bleek geen probleem, ik was van harte welkom in de moskee. Op 28 mei zou het gebeuren. Heel spannend. Het zusje van een Marokkaanse vriendin bracht me een djellaba en een hoofddoek, maar ze had geen tijd om met me mee te gaan, dus ging ik in mijn eentje op de fiets naar de moskee. Met een djelabba aan en een hoofddoek om: ik had het gevoel dat ik verkleed was. Ik had nog nooit een hoofddoek opgehad en toen ik aankwam in de moskee, bleek die helemaal fout te zitten. Ik kon ook niet bidden, dus ik deed de anderen maar een beetje na. Vervolgens moest ik de geloofsbelijdenis zin voor zin in het Arabisch nazeggen, zo goed en zo kwaad als het ging. Ik kreeg een nieuwe naam: Fatima Zohra, de naam van de dochter van de profeet.

Wat mij heel erg heeft geraakt is dat alle vrouwen zo ontroerd waren. Toen ze hun smeekbedes voor me deden, zag ik de tranen over hun gezichten rollen. En na afloop verdrongen ze zich om me heen om me te feliciteren. Het was een mooie ervaring. Ik voelde dat ik goed zat, het was een puur gevoel. Het was alsof ik thuiskwam.

Dat ik nu officieel moslima was, had ook gevolgen voor mijn relatie. Een relatie voor het huwelijk is niet toegestaan volgens de islam, dus zijn mijn vriend en ik uit elkaar gegaan. Hij had alle respect voor mijn beslissing. We hebben nog wel contact, maar we zien elkaar niet meer. Ik mis hem wel, maar toch voelt het goed dat ik deze beslissing heb genomen. Het is nu eenmaal niet te rijmen met het geloof.

Mijn ouders waren bepaald niet blij met mijn bekering. Mijn moeder dacht dat ik gehersenspoeld was. Mijn vader durfde ik er niet mee te confronteren, dus die wist een tijdlang van niets. Totdat ik op een dag bij mijn ouders televisie zat te kijken en mijn dochter opeens zei: ,,Mama is moslim geworden en ze heeft nu een andere naam.'' Ik dacht dat ik door de grond zakte. Mijn vader was zo woedend dat ik bang was dat hij een hartaanval zou krijgen. Hij schreeuwde: ,,Met een hoofddoek kom je er niet in.'' Verder wilde hij er niet over praten. Mijn broer vond het ook heel erg. Ook hij heeft er niet met mij over gepraat, maar hij vond wel dat ik niet meer thuis hoefde te komen. Ik denk dat mijn ouders liever hadden gehad dat ik lesbisch was geworden.

Sinds de moord op Theo van Gogh wil mijn moeder er eindelijk met me over praten. Ik heb haar uitgelegd dat de meeste moslims niet zo denken als extremisten. Dat er in de koran staat dat je niet mag doden, maar dat extremisten dat voor het gemak even vergeten. Ik heb mijn vader het citaat uit de koran waarin staat dat je niet mag doden gemaild, maar hij heeft niet gereageerd. Ik denk dat hij bang is om het beeld bij te stellen dat hij van moslims heeft.

Ik heb na de aanslag op Van Gogh ook twijfels gehad. Ik heb gedacht: is dit nou de islam? Maar de islam van de fundamentalisten is niet mijn islam. Mijn islam zegt duidelijk: gij zult niet doden. En al helemaal niet iemand als Theo van Gogh. Het gevolg is dat hij nou nog meer aandacht krijgt dan hij eigenlijk verdiende.

Het zijn rare tijden, nu. Ik heb een tijdlang een hoofddoek gedragen, maar die heb ik nu maar eventjes afgelegd. Laatst las ik dat een moslimvrouw in Dordrecht is aangevallen door extreem-rechtse figuren en toen dacht ik: ik heb wel twee kleine kinderen voor wie ik moet zorgen. Gek eigenlijk: als ik geen hoofddoek draag, kan ik kritiek krijgen van moslims en als ik er wel een draag, kan ik problemen krijgen met Nederlanders. En dat terwijl die hoofddoek maar zo'n klein onderdeel van het geloof is. Ach, Allah weet wel hoe het zit bij mij. Ooit draag ik hem wel weer.

Ik moet mijn keuze voor de islam vaak verdedigen. Bijvoorbeeld als ik aan het chatten ben op internet. Dan wil iemand opeens niet meer met me praten als ik zeg dat ik moslim ben. Of dan zeggen ze: je moet beter integreren. Ik mis de nuance in de gesprekken. Maar ik ben een wereldverbeteraar en ik wil dat mensen het snappen, dus ik ga de discussie helemaal aan. Ik ben een Nederlandse moslima, dus ik verkeer in de positie om een brug te bouwen. Ik vind echt dat ik daar iets voor moet doen. Al is er maar één persoon die een positiever beeld krijgt van de islam en meer begrip voor moslims, dan ben ik heel erg blij. Eén persoon, je zult zeggen, wat kan één mens nou doen? Maar die ene mens kan een sneeuwbal zijn.''