Het is beter om te sparen voor zorg dan voor zorgverlof

Hulpbehoevenden zullen steeds meer zelf hun zorg moeten dragen, vreest Maarten Huygen. Hij reist als commentator door de samenleving.

Toen ik voor het eerst de term mantelzorg hoorde, dacht ik aan een zorgoverkapping, een noodopvang naast politie, brandweer of ambulance. Kortom, de moeder van alle zorg.

Stel, de rampspoed heeft toegeslagen. Een alleenwonende vader heeft een beroerte gekregen, de zoon neemt een week vrij, trekt wanhopig door het labyrint van automatische telefoonbeantwoorders, doorverwijzers en wachtlijsten en eindigt aan een loket waar zowaar een ambtenaar zit die geheimzinnig zegt: ,,Dan moet u beroep doen op de mantelzorg.''

,,Mantelzorg, wie moet ik dan bellen?''

,,Uzelf. U bent zelf de mantel. Is dat niet geweldig? Zelf zorgen voor uw hulpbehoevende vader? U doet het al.''

Dat is het antwoord van de toekomst. Volgens alle voorspellingen groeit het aantal hulpbehoevende bejaarden en de overheid heeft te weinig geld om de vraag bij te houden. Minder opnames in verpleeg- of zorghuizen, meer zorg aan huis en voorzieningen voor eigen rekening. Met de term mantelzorg heeft de overheid de doe-het-zelver die het uit liefde doet, een officieel petje opgezet.

Het is geweldig als mensen zelf voor hun hulpbehoevende ouders, kinderen, echtgenoten of buren zorgen. Er zijn er wel 1 miljoen per jaar die dat doen, wekenlang maar ook vele jaren. Het meest zorgen 40-plus vrouwen zonder baan. Zij domineerden de evenementen op `de dag van de mantelzorg' vorige week. Maar de vergrijzing dwingt hen ook tot buitenshuis werken. Houden ze dan tijd over voor hun hulpeloze geliefden of verwanten?

De 41-jarige Marjory Braafheid van Surinaamse afkomst is modelburger. Zij woont zonder partner en vertelt opgewekt hoe ze al jaren een baan combineert met de zorg voor haar twee kinderen en haar dementerende 82-jarige moeder die dichtbij woont. Het is zwaar en vergt veel organisatie, maar zij kan zich niet voorstellen dat haar moeder zou worden `weggestopt' in een tehuis, hoewel het wel zou kunnen. Ze werkt 32 uur in de week op het bevolkingsarchief van de gemeente en de rest van de tijd besteedt ze aan haar moeder en kinderen. Gelukkig hoeft ze niet alles alleen te doen. Vier dagen in de week is haar moeder overdag onder de pannen. Met een busje wordt ze naar een Surinaams activiteitencentrum voor dementen gebracht of ze gaat naar een zaaltje voor hulpbehoevende bejaarden onder haar flat. Er is ook thuiszorg. Tussendoor springt Braafheid bij, ze koopt eten, helpt bij het huishouden en neemt haar mee naar evenementen.

De kleine dingen kosten het meeste tijd. Als haar moeder de huissleutel kwijt is, moet ze nieuwe sloten inzetten en langs alle hulpinstanties om sleutelkopieën te brengen. Moeders welzijn wordt elektronisch in de gaten gehouden. Het transportbusje met chauffeur waar moeder met de rolstoel in kan, moet ruim van tevoren worden gereserveerd en dan komt het vaak alsnog een half uur of zo te laat. Met dat wachten moet Braafheid rekening houden, dus als ze haar moeder naar de dokter moet begeleiden, kan ze meteen een halve dag vrij nemen.

Ze moet nu een week extra verlof nemen dat op haar salaris wordt ingehouden. Om dat salarisverlies te compenseren, heeft de overheid een bescheiden levensloopspaarregeling bedacht, waarmee die extra verlofdagen kunnen worden betaald. Mij lijkt dat ze dat geld beter kan investeren in een chauffeur die op tijd komt en ook een beetje op haar moeder let. Geen levensloopregeling maar een zorgrekening. Waarom zou je van je aftrekbare spaarrekening geen gespecialiseerde taxi mogen bestellen? Ouderen kunnen het dan ook van hun eigen zorgrekening doen. Het aantal liefde-zorgers zal geen gelijke tred houden met het aantal zorgbehoeftigen, dus wie extra spaart, komt verder.

Het wordt actieve burgers als Braafheid niet gemakkelijk gemaakt. Wie minder zelf zorgt, krijgt meer professionele steun. Bij een bijeenkomst die vorige week voor de doe-het-zelf-zorgers in de Amsterdamse Bijlmer was georganiseerd, werd veel geklaagd over de busjes die niet op tijd waren of verkeerd reden. Een vrouw die ook nog voor een ernstig ziek kind en een zieke man moest zorgen, zei dat haar hulpbehoevende vader sinds kort geen recht meer had op dat busje, zodat ze van haar werk bij parkeerbeheer vrij moet nemen om haar vader naar het ziekenhuis te brengen. Naar het ziekenhuis is 12 euro per taxirit. Een halve dag verlof van de parkeerwacht lijkt me duurder. Voor haar is een zorgrekening nuttiger dan een levensloopregeling om die dure verlofdagen op te nemen, waardoor ook de werkgever zonder mensen zit.

Als journalist heb ik de neiging om alleen de problemen op te tekenen. De vereniging voor mantelzorg organiseerde een protest tegen de verarming van zorgers en de gebrekkige voorzieningen voor hen, maar het viel me op hoe weinig zij klaagden. De vrouwen die ik sprak, waren stoïcijns. De bijeenkomst met deelraadsleden in de Bijlmer was het voorgerecht van een Surinaams buffet-diner en een vrolijk feest met workshops van salsa-dansen om van al die zware taken bij te komen. Over het hele land waren op 10 november `de dag van de mantelzorg' dergelijke verwen-bijeenkomsten (koffie, taart, dansles, voetmassage) en slechts hier en daar was er een politieke discussie.

Ik bewonder de stille helden die dit werk zonder status, sociale erkenning of promotiekansen verrichten. Marokkaanse en Turkse Nederlanders doen verreweg het meeste zelf en vragen zelden hulp bij de overheid. Dat zijn prestaties van de vrouwen die thuis blijven. Maar als ze eenmaal volgens de normen van Verdonk zijn geïntegreerd, zullen ze vaker een beroep doen op de overheidsvoorzieningen, zodat daar nog meer druk op komt. Als je er alleen voor staat of geen dichtbij wonende kinderen of verwanten hebt, moet je die extra zorg zelf kopen. De overheid belooft hulp als het niet anders kan. Maar de mensen krijgen het drukker en we zullen meer zelf moeten doen. Dan is het beter om voor zorg te sparen dan voor verlofdagen.