`Gelukkig ligt nieuwe school bij politiebureau'

De inwoners van de Brabantse gemeente Uden komen maar langzaam bij van de schok dat in hun gemeente na de moord op Theo van Gogh een islamitische school in brand werd gestoken.

Yildiz Uzun en haar negenjarig zoontje Tayyip zijn al gaan kijken naar het nieuwe pand dat de leerlingen van de op 9 november afgebrande islamitische basisschool Bedir komende dinsdag betrekken. Uzun: ,,Tayyip zei meteen tegen me: `Mama, de school ligt gelukkig vlakbij het politiebureau'. Hij is nog steeds erg bang. Ik ook.''

Uzun zit op de bank in de huiskamer van haar Udense rijtjeshuis, samen met haar vriendin Hatice Özay, van wie twee kinderen op Bedir les kregen. Özay is óók angstig, maar dan voor haar kinderen. Ze vergeet nooit de televisiebeelden waarop autochtone tieners ,,keiharde taal'' bezigden. Uzun kent de tekst nog: ,,Ze zeiden: Die moslims hadden Theo van Gogh maar niet moeten vermoorden, ze hebben die brand verdiend.''

Op een ruit van Bedir kalkten de (vermoedelijke) daders `Theo R.I.P.'. Özay: ,,Mijn dochter vroeg me: `Wat betekent Theo? Betekent dat vieze moslims'?'' Terwijl ze het bezoek koffie en zoete koek aanbiedt, zegt Uzun: ,,Dat zo'n aanslag in Úden zou gebeuren, was het allerlaatste waar ik aan dacht. De Nederlandse mensen zijn hier altijd heel vriendelijk en behulpzaam tegenover ons.''

Het is ruim een week na de brand. Binnen is het aangenaam, buiten regent het. Bij het terrein waar de verwoeste school heeft gestaan, maakt een Zweedse filmploeg opnamen. Verslaggever Henrik Samuelsson schudt zijn hoofd: ,,Wij Zweden wisten niet wat we hoorden. Dat zoiets kon gebeuren in het tolerante en open Nederland, in allerlei opzichten ons grote voorbeeld. Het is een kwestie van tijd en Zweden krijgt met hetzelfde te maken, daar ben ik van overtuigd.''

Zojuist heeft hij een vraaggesprek gehouden met Henk 't Jong, de financieel manager van de Simon-scholen waartoe Bedir behoorde. Simon staat voor Stichting Primair Onderwijs op Islamitische Grondslag in Midden en Oost Nederland, en telt acht scholen. Samuelsson tegen 't Jong: ,,In Madrid werden tweehonderd Spanjaarden gedood bij een moslimaanslag, en er volgde niet één tegenactie. In Nederland is één man vermoord, en dat leidde tot allerlei brandstichtingen. Ongelooflijk toch?'' `t Jong: ,,Nederland is boos en bedroefd. Men had dit nooit verwacht. In elk huis wordt discussie gevoerd. Waar is het einde?'' Na het interview zegt 't Jong dat hij na de brand is benaderd door tal van internationale media. ,,Niet één journalist begreep dat zo'n verdraagzaam land als het onze ineens met zulke fysieke spanningen krijgt te maken.''

De gemeente Uden likt z'n wonden. De impact van de vuurzee is enorm, zegt waarnemend burgemeester Joke Kersten in haar werkkamer van het raadhuis. De vraag of er een Uden is van vóór de brand, en een Uden van ná de brand beantwoordt ze met ,,ja''. Waarom gebeurde het hier?, vraagt ze zich af. ,,Ik kan het niet verklaren.'' Haar 40.000 inwoners tellende gemeente had nóóit op zo'n uitbarsting gerekend. Er waren geen indicaties: autochtonen en allochtonen, van wie duizend Turken de grootste groep vormen, kwamen nimmer met elkaar in aanvaring, vertelt ze.

Kersten ziet ook een positief punt. Alle groepen in de Udense gemeenschap raken door de brand ,,on speaking terms'', hetgeen volgens haar belangrijk is om een escalatie te voorkomen. ,,We hebben elkaar in verdriet gevonden'', vertelt de burgemeester, ,,en dat moeten we niet loslaten. Het is een nieuwe kans die we moeten aangrijpen.'' Ze heeft wel gemengde gevoelens: het kan maanden, misschien jaren duren eer de rust terug is. De Turkse mensen waren immers woedend, ervoer ze de nacht na de brand, toen ze het gemeentehuis voor hen openstelde. ,,Ze riepen: `Wat betekent het dat ze aan onze school komen? Juist, dat ze aan onze kinderen komen. En wanneer zijn onze huizen aan de beurt? Ze weten waar we wonen.'''

Vlakbij het door hekken afgeschermde terrein waar de school stond, vertelt buurtbewoonster L. Jansen dat de saamhorigheid in Uden de laatste week is gegroeid. Ze heeft dat ervaren in de stille tocht, waarin daags na de vuurzee bijna zevenduizend mensen meeliepen. Ze merkte dat eveneens bij de gezamenlijke herdenkingsdienst van de plaatselijke kerken. ,,En'', vervolgt ze, ,,de twee imams van beide moskeeën schijnen prachtige vredelievende woorden te hebben gesproken.''

Het bezoek van premier Balkenende aan Uden en – afgelopen donderdag – de ontvangst door de Tweede Kamer van leerlingen, ouders en personeel van Bedir heeft ,,de gedupeerden'' heel goed gedaan, vertelt Sultan Günal, PvdA-raadslid van Turkse afkomst in Uden. ,,Onze mensen hebben behoefte te spreken over hun angstgevoelens. Met iedereen, maar vooral met personen die iets voor hen kunnen betekenen, zoals Balkenende en de parlementariërs.''

In Den Haag meldden Turkse scholieren de volksvertegenwoordigers dat ze bang zijn en nachtmerries hebben. Psychotherapeut Joany Spierings van de GGZ Oost-Brabant, gespecialiseerd in trauma's en rouw voor volwassenen, kijkt daar niet van op. Spierings, die deel uitmaakt van de slachtofferhulp voor `Uden', zegt in haar kantoor in Veghel: ,,Tot nu toe bleven wij op de achtergrond. Het beste is dat de jongeren eerst worden opgevangen door ouders en leerkrachten, en niet door wildvreemden zoals wij.'' Maar ze verwacht dat de GGZ vroeg of laat tóch moet bijspringen. ,,Wie angstig is, krijgt slaapproblemen of kan niet van de almaar durende waakzaamheid loskomen.''

Spierings heeft van cliënten uit Uden gehoord dat daar ,,best veel spanning'' heerst als gevolg van de brandstichting. ,,Ze vertellen dat ze zich zorgen maken, dat ze veel racistische opmerkingen horen.'' De Zweedse televisiemaker Samuelsson zegt woensdag drie moslimgezinnen te hebben bezocht, die al tientallen jaren in Uden wonen. ,,Geen van hen hoorde van de buren na de brand iets van: `Sorry of wat vervelend voor jullie'. Zij dachten dat er een kloof ging ontstaan.''

Yildiz Uzun had een positieve ervaring. ,,Meteen na de ramp kreeg ik een telefoontje van een oudere buurvrouw, die het gebeurde héél erg vond''. Uzun en haar vriendin Hatice Özay willen nog één ding graag kwijt: ze vonden de moord op Theo van Gogh vreselijk. Uzun: ,,Ons geloof zegt: je mag geen mier kwaad doen, laat staan een mens.'' Özay: ,,Een echte moslim doet zoiets niet.'' Bij het afscheid vertelt Özay nog: ,,De brandstichters van onze school zullen over ons zeggen: `Die vrouwen met hun hoofddoeken passen niet in deze maatschappij'. Maar ze vergissen zich. Hun ideeën passen juist niet in deze maatschappij.''