Europa moet de fantasiewereld van Bush de rug toekeren

De herverkiezing van Bush en het aanblijven van neoconser- vatieven op sleutelposities dwingen Europa tot drama- tische keuzes, om de relatief stabiele wereldorde niet verder in gevaar te brengen.

De herverkiezing van George W.Bush vereist een standpuntbepaling van een formaat zoals we sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet hebben meegemaakt. Wat zo'n drie jaar lang een buitenissig presidentschap leek, min of meer per ongeluk tot stand gekomen, een presidentschap dat niet de vertegenwoordiging kon zijn van de fatsoenlijke Amerikanen die we allemaal kennen, is verlengd om tijdens de eerstvolgende vier jaar de Amerikaanse republiek verder af te breken en de wereld een stuk onveiliger te maken.

Dit klinkt als een grote overdrijving. Zo zijn we niet gewend om te spreken over het land dat de hoofdrol speelde in onze verlossing van het nazi-kwaad, en onder de hoede waarvan wij ons daarna veilig konden voelen als onderdeel van een `vrije wereld'. Maar de nieuwe werkelijkheid biedt alleen maar sombere vooruitzichten, en dwingt ons tot dramatische aanpassingen van politieke zekerheden die wij lang hebben meegedragen. We zijn getuigen van de teloorgang van een macht op de ordenende kracht waarvan werd vertrouwd door alle landen die hun voordeel zagen in een stabiele en relatief vredelievende wereld. De herverkiezing van Bush, de benoeming van Condoleezza Rice als Secretary of State, het aanblijven van neocons op sleutelposities: dat alles betekent dat er geen reddende ommekeer zal komen in de omstandigheden die wij iets meer dan anderhalf jaar geleden hebben zien ontstaan. In het verschiet ligt politieke en economische onzekerheid, groter dan ooit sinds de nasleep van de Tweede Wereldoorlog.

Hierbij denk ik niet alleen aan de chaos in het Midden-Oosten en het gevaar voor de brandstofvoorziening van de industrielanden. Ik denk vooral ook aan een crisis in het vertrouwen in de dollar, en dus de bedreiging van het hele mondiale financiële stelsel, en aan het toenemende gevaar van de verspreiding van kernwapens. Dan zijn er nog de nieuwe kweekplaatsen van terroristen, geschapen door de regering-Bush, en het slechte voorbeeld van een concentratiekamp (Guantánamo Bay), het toegestane martelen en inbreuken op burgerrechten.

In de VS zelf is een doorgaande verrechtsing nu zeker, met een verdere afbraak van de sociale voorzieningen die tot stand zijn gekomen onder Franklin Roosevelts New Deal en Lyndon Johnsons Great Society. De uitvoerende en de wetgevende macht in de VS zijn nu geheel in handen van een rechtse beweging met reactionaire politieke doelstellingen; met de benoemingen van nieuwe leden van het Hooggerechtshof zal binnenkort ook de rechterlijke macht worden overgenomen. Dit is tot stand kunnen komen door de politieke overmacht van de zakenplutocratie, die ook de media in haar greep houdt. Men kan moeilijk anders concluderen dan dat het gedaan is met de checks and balances van Jeffersons republiek en dus met Jeffersons republiek zelf.

Het loont om nog even stil te staan bij de vraag hoe dit alles kon gebeuren, want de Amerikanen hebben het zeker niet bewust over zichzelf en ons afgeroepen. De Amerikaanse arbeidersklasse en een groot deel van de middenklasse zijn sinds Reagan materieel benadeeld.

Ook onder Clinton heeft een beleid ten gunste van grote bedrijven de levensomstandigheden van deze grote bevolkingsgroep ernstig aangetast. In de verwarring en boosheid kreeg een makkelijk te begrijpen verklaring de overhand: het is allemaal de schuld van de liberals de Amerikaanse progressieven die elitair hun gang gaan en, met hun voorliefde voor homoseksualiteit en abortus en hun oppositie tegen de bijbel en wapenbezit, geen rekening houden met de gevoeligheden en de belangen van ons, arme sloebers. Te midden van zulke irrationaliteit kon zich een fantasie nestelen die de doorslaggevende factor in de herverkiezing van Bush is geworden – de fantasie van een land in oorlog met wisselende vijanden. De gemiddelde Amerikaan gelooft nu al drie jaar en twee maanden dat zijn land voortdurend en op ernstige manier wordt bedreigd. Dit geloof is aangewakkerd tot aan het hysterische toe, en tegelijk is een beeld geschapen van een vastberaden, nooit twijfelende president als beste keus om te kunnen zegevieren.

Deze oorlogsfantasie berust op de verwarring over de beeldspraak van een oorlog, die in de letterlijke zin van het woord niet bestaat (en niet kan bestaan, omdat er geen tegenpartij is die zich kan overgeven), en een bombardement van leugens afgevuurd door een rechtsrepublikeinse propagandamachine die alles op dat gebied in de Amerikaanse geschiedenis slaat. Het resultaat laat zich meten. Kort voor de verkiezingen verklaarde bijna tweederde van ondervraagde Bush-stemmers dat Saddam Hussein aanstichter was van de aanslagen op 11 september.

In de verhouding tussen Amerika en de wereld is sinds eerverleden week een verandering gekomen, mede omdat het handelen van Bush en de zijnen niet langer kan worden uitgelegd als een tijdelijke aberratie die niet door een meerderheid van het Amerikaanse volk wordt gesteund. De noodzaak van een standpuntbepaling onder deze nieuwe omstandigheden geldt in het bijzonder voor Europeanen. Want een signaal dat uitgaat van lidstaten van de Europese Unie heeft meer betekenis dan signalen van andere denkbare entiteiten. De Unie zelf vertegenwoordigt economisch een met de VS vergelijkbare kracht. Europa is historisch en cultureel nauwer met Amerika verbonden dan elk ander gebied. Het is in de tweede helft van de 20ste eeuw de belangrijkste politieke bondgenoot van de VS geweest. Standpunten van Europese regeringen en intellectuelen hebben invloed in de VS, niet op de regering-Bush, maar wel op sommige intellectuele en beleidsinstellingen die er nog altijd iets toe doen; zo'n invloed hebben Aziatische, Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse instellingen en personen veel minder.

Daarbij moet het in de eerste plaats gaan om het behoud van de in de tweede helft van de twintigste eeuw tot stand gebrachte relatief stabiele wereldorde. Hoofdzaak van deze wereldorde is steeds geweest de afkeuring van oorlogen, met uitzondering van die welke werden gevoerd uit zelfbehoud. Het is van het allergrootste belang dat de rest van de wereld hoort dat de Europese naties het principe van een preventieve oorlog niet steunen. Mocht Groot-Brittannië onder zijn huidige premier niet bereid zijn een dergelijke beginselverklaring te steunen, dan moet het continentale Europa de zaak zonder Londen zien af te handelen.

In Nederland bestaat een neiging om het gevaar voor de wereld van de fanatici in Washington te veronachtzamen, en er bestaat ook een merkwaardige kleinering-bij-voorbaat aangaande een politiek betekenisvolle rol van Europa. J. L. Heldring illustreert dit op een pijnlijk duidelijk manier in deze krant van 4 november Hij stelt de retorische vraag waarom de VS de moeite zouden moeten nemen om te luisteren naar Europa, en schrijft: ,,Maar Europa mag zichzelf verlicht vinden, dat betekent niet dat het geen oogkleppen op heeft. De Europese Bush-haters denken dat ze de mening van de hele wereld vertolken. Ze zien niet dat de Amerikaanse betrekkingen met China, India, Japan en Rusland bij elkaar heel wat meer mensen omvattend dan Europa onder Bush heel wat beter zijn dan die met Europa. Hier overheersen niet emoties, maar heeft koele taxering van de machtsverhoudingen de overhand. Wie is er dus provinciaalser: Europa of Amerika?''

Nu is geen van de landen die Heldring noemt, op langere duur gediend met de nieuwe gedestabiliseerde wereld. Poetin mag er een persoonlijk voordeel uit putten, omdat het Amerikaanse voorbeeld zijn harde optreden in Tsjetsjenië heeft vergemakkelijkt wat Rusland overigens steeds grotere problemen zal bezorgen maar op termijn is het Amerikaanse unilaterisme niet in het belang van Rusland, omdat het simpelweg geen rekening houdt met de belangen van welk land dan ook. De Chinese leiders zijn allerminst blij met wat de neoconservatieven van de Bush-entourage allemaal bedenken, ook aangaande China en Taiwan, en er zijn al tekenen geweest dat India verbijsterd heeft geconstateerd dat het er alleen voor zal kunnen komen te staan in zijn conflict met Pakistan. De auteur is er kennelijk niet van op de hoogte dat het Japanse volk de internationale gedragingen van de Bush-regering verafschuwt en hoe het verder werkt in de merkwaardige, wederzijds zeer afhankelijke, maar in wezen instabiele Japans-Amerikaanse verhouding, waarin van Japanse kant symbolische zetten overheersen. De genoemde categorie van `Bush-haters' is ook veelzeggend. Het heeft geen zin om Bush te haten, en ik denk ook niet dat deze emotie de overhand heeft onder Europeanen die verder zijn gaan denken over een bondgenootschap dat in de ogen van Washington gedegradeerd is tot een vazallenstelsel, en daarom dus niet meer bestaat. Het is geen haat tegen Bush geweest, maar politieke volwassenheid die Frankrijk en Duitsland deed besluiten om de invasie van Irak niet te ondersteunen.

De nieuwe werkelijkheid zaait in Nederland grote verwarring. Op tv is men er al helemaal nog niet aan toe gekomen om de nieuwe werkelijkheid te verwerken in de aannames waarmee dagelijks nieuws wordt gefilterd. Een stroming, verlokkelijk voor aanhangers van dominante realism- of neorealism-theorieën die graag geloven dat ze een mannelijke no-nonsense-benadering tot de wereld voorstaan, bepleit verzoening met de supermacht, hetgeen `opschuiven' vereist van Europa. ,,Als dat niet onder ogen wordt gezien, veroordeelt Europa zichzelf tot irrelevantie of brengt het schade toe aan zijn eigen belangen.'' Ik citeer opnieuw uit deze krant (Ronald Havenaar in een boekbespreking op 5 november).

Er wordt nu veel negatiefs gezegd en geschreven over een Europa dat zou ambiëren een politieke en strategische rivaal van de VS te worden. Maar dat is niet het meest voor de hand liggende alternatief. Logischer zou zijn om samen met andere opkomende machten, zoals China, India en Brazilië, en oudere machten zoals Canada en Rusland, een verbintenis aan te gegaan voor het behoud en de verdere ontwikkeling van de relatief stabiele wereldorde die in de tweede helft van de 20ste eeuw tot stand is gekomen. Hiervoor is in de eerste plaats intensieve en inventieve diplomatie nodig. Noem het idealisme. Maar idealisme is onder onze nieuwe omstandigheden uiterst realistisch.

Al de genoemde landen en alle andere landen hebben er veel baat bij. En natuurlijk geldt dat ook voor de VS, wanneer het land ontwaakt uit de huidige fantasiewereld van Bush, Cheney, Rumsfeld en de neocons.

Want het ís een fantasiewereld waarin de huidige Amerikaanse regering vertoeft; een wereld waarin ook het eigen kunnen op een desastreuze wijze wordt overschat. Amerikanen worden gebiologeerd door de 400 miljard dollar van hun defensiebegroting. Dat is ook het getal dat onder de Euro-sceptici als bewijs wordt aangevoerd dat het met die onafhankelijke Europese macht nooit iets kan worden. Maar macht is niet een meetbaar gegeven, en bestaat niet in vaste vorm. Het wordt vooral gevormd door de manier waarop, en de mate waarin, de ander het aanvoelt. Met 400 miljard dollar aan bommen en raketten kunnen Amerikaanse militairen met afstandsbediening heel veel in puin gooien. Maar hoe meer in puin wordt veranderd, hoe meer eerdere macht verdwijnt. De hele wereld heeft verder gezien dat Amerikaanse militairen niet verder kunnen komen, in een land dat ze zeggen te hebben bevrijd, dan tot het zaaien van meer dood en verderf. Daarom zijn de VS, bedroevend genoeg, een tanende macht. Het land etaleert opdringerig zijn zwakheden. De legitimiteit van Amerikaans optreden, die eens wijdverbreid bestond in de ogen van de rest van de wereld, is vrijwel geheel verdwenen. En vooral daarop berustte de Amerikaanse macht, samen met de stok achter de deur voor regeringen die zich misdroegen. Die stok blijkt nu aanzienlijk kleiner te zijn dan iedereen had gedacht.

Een Europa dat ten overstaan van de wereld afstand neemt van het idee van preventieve oorlog, zal daarentegen onmiddellijk aanzienlijke macht op het wereldtoneel verwerven. Een Europa dat eensgezind de nu bestaande Amerikaanse plannen voor de vernietiging van de Verenigde Naties als politiek betekenisvol wereldforum het enige dat we hebben zal dwarsbomen, kan alleen maar in aanzien stijgen. Dit doel vergt niet eerst verdere politieke integratie, en de formulering van een gemeenschappelijk buitenlands beleid. Het werkt andersom: een uitgebazuinde standpuntbepaling zal Europa politiek verder op weg helpen.

Hoogleraar Vergelijking politieke en economische instituties aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef onlangs `De ondergang van een wereldorde' .