Eerste blad over Europees bouwen

Europa heeft sinds een week een tijdschrift voor architectuur: A10. New European Architecture. De naam is een willekeurige combinatie van een letter en cijfers, die in elke Europese taal uitspreekbaar is. Hoewel Engelstalig is het tweemaandelijkse A10 een Nederlands initiatief van criticus Hans Ibelings en vormgever Arjan Groot.

A10 is ontstaan uit onvrede over bestaande internationale architectuurtijdschriften, schrijft Ibelings in het voorwoord: die willen de hele wereld bestrijken, maar beperken zich in de praktijk tot nieuwe gebouwen van steeds dezelfde grote namen, zoals Koolhaas, Herzog en De Meuron. A10 richt zich op Europa, omdat daar veel `interessante' en vooral ook uiteenlopende hedendaagse architectuur ontstaat. En omdat er, door onder meer intensief contact tussen architecten, kunstenaars en studenten, een Europese cultuur aan het ontstaan is. Artikelen en interviews van correspondenten in vrijwel alle EU-landen en foto's en illustraties in kleur, moeten een beeld geven van deze nieuwe Europese bouwcultuur.

In het eerste nummer maakt de redactie veel van haar ambities waar. Het blad bevat korte en langere artikelen, die eerder beschrijvend dan oordelend zijn, over gebouwen van onbekende architecten in veelal kleine Europese landen. Alleen is de architectuur niet zo divers als beloofd. Als er `Berlijn' zou staan bij het stuk over het nieuwe museum in Tallinn of `Zürich' bij de nieuwe bibliotheek in Lissabon, zou de gemiddelde lezer het niet merken. Sterker, hij zou het ook niet merken als er `Montreal' of `Sydney' zou staan: bijna alle gebouwen zijn mooi gemaakte, maar onderling inwisselbare dozen die over de hele wereld worden gebouwd. Zo leidt lezing van het eerste nummer van het eerste Europese architectuurtijdschrift tot de vraag: bestaat er wel een Europese architectuur?

A10. New European Architecture. Uitg. A10 Media bv, 63 blz. 6,50 euro