Echo's van Eco

Ter gelegenheid van het symposium `De bibliotheek als denkbeeld', dat vandaag in Delft plaatsvindt, wijdt Pieter Steinz deel 41 van zijn serie over thema's uit de wereldliteratuur aan boeken en bibliotheken in het algemeen en Umberto Eco's Naam van de Roos in het bijzonder.

In een van zijn `Fantastische verhalen' (Ficciónes, 1944) schrijft Jorge Luis Borges over de `Bibliotheek van Babel', een ontzagwekkende ruimte waarin alle denkbare boeken in alle talen aanwezig zijn. De Argentijnse meester wist waarvan hij droomde; het grootste gedeelte van zijn leven werkte hij als bibliothecaris, zelfs nadat hij in de jaren vijftig door erfelijke blindheid was getroffen. En hoewel hij niet de enige schrijver is die zich door bibliotheken liet inspireren – zie de tijdbalk hieronder – is hij zonder twijfel de beroemdste.

Het was dan ook een mooi eerbetoon toen Umberto Eco in 1980 een belangrijke rol in zijn historische detectiveroman Il Nome della Rosa liet vervullen door een zekere Jorge de Burgos, de blinde beheerder van een kloosterbibliotheek in de Ligurische Apennijnen. Eco was (en is) een semioticus, een wetenschapper die zich met tekensystemen bezighoudt, en alleen al daarom een bewonderaar van Borges, wiens oeuvre vol zit met referenties naar de wereldliteratuur en filosofische spelletjes met werkelijkheid en fictie. Van grapjes is de monnik-bibliothecaris uit De Naam van de Roos overigens niet gediend. Zonder de clou van Eco's roman weg te geven, kunnen we zeggen dat Jorge er juist alles aan doet om de sfeer in de labrinthische librije serieus te houden.

Anders dan veel van zijn collega-romanciers heeft Eco er geen bezwaar tegen om een postmodernist genoemd te worden. Het ideale boek is voor hem niet alleen een `tekst' waarvan de betekenis door de lezer wordt ingevuld, maar ook een verzamelplaats van pastiches, citaten en verwijzingen naar zowel de hoge als de lage cultuur. Zo doet De Naam van de Roos volgens hemzelf denken aan Joyce's Ulysses (`vanwege de ijzeren dagindeling in uren') en Manns Zauberberg (`vanwege de rotsige, sanatoriumachtige plaats waar zoveel gesprekken plaatsvinden'); terwijl de hoofdpersoon van zijn kloostermoordmysterie, de Engelse franciscaan William van Baskerville, nogal veel weg heeft van Sherlock Holmes. Door combineren en deduceren slaagt William er (met zijn hulpje Adson) in om een serie raadselachtige moorden in het klooster op te lossen.

Eco was niet de eerste die een monnik moorden liet oplossen in de middeleeuwen – in Nederland had je in de jaren zeventig Helene Nolthenius, in Engeland Ellis Peters – maar hij onderscheidde zich van zijn voorgangsters door van zijn historische speurdersroman óók een inleiding in de middeleeuwse filosofie, een gids in het kloosterleven, een college in de semiotiek en een felrealistische beschrijving van 's levens felheid in de middeleeuwen te maken. Zo werd hij de grondlegger van de Nieuwe Historische Roman, een genre dat in de afgelopen decennia een grote vlucht doormaakte, in bijna alle landen van Europa – van Italië (Imprimatur van Monaldi & Sorti) en Zwitserland (Das Parfum van Patrick Süskind) tot Engeland (The Pope's Rhinoceros van Lawrence Norfolk) en Nederland (De valse dageraad van Jan van Aken).

Maar De Naam van de Roos bleef de bestseller der bestsellers, met alleen al in Nederland vijftig drukken. In een Naschrift dat voor het eerst in 1984 verscheen (onder het motto `Een verteller moet geen interpretaties verschaffen van zijn eigen werk'), citeert Eco instemmend de parallel die de Amerikaanse postmodernist John Barth trok tussen de ideale roman en een goed muziekstuk: `als je er vaker naar luistert en de partituur analyseert, ontdek je veel dingen die je de eerste keer niet opgevallen waren, maar de eerste keer moet zij zo weten te boeien dat je zin krijgt er opnieuw naar te luisteren.' De lezer zal beamen dat De Naam van de Roos geheel en al aan deze beschrijving voldoet. Het is een boek dat de middeleeuwen hot maakte en de historische roman cool; terwijl het de ooit zo stoffige bibliotheek emancipeerde tot een plaats waar de spanning uit de kasten spat. Dan `Da Vinci' Brown doet daar nog steeds zijn voordeel mee.

Reacties: steinz@nrc.nl

Umberto Eco: `De Naam van de Roos' (uitg. Bert Bakker; vert. Jenny Tuin en Pietha de Voogd).

Volgende week in `Lees mee met NRC': de Romeinse oudheid. Besproken boek: `I Claudius' van Robert Graves.