Duizenden klagers wachten op hun gelijk

Wie zich in China onheus bejegend voelt door de overheid, kan een klacht indienen. Maar lang niet iedereen die gebruik maakt van dit petitierecht, schiet daar iets mee op. En zolang rechters omkoopbaar blijven, biedt het aanspannen van een rechtszaak ook geen uitweg.

Ni Guotian heeft een gebroken arm. Die is primitief gespalkt met een lang stuk plastic, en alleen zijn gezwollen hand steekt uit zijn sleetse militaire jasje. ,,Ik ben al drie keer in elkaar geslagen'', zegt Ni, afkomstig van het platteland uit de Centraal-Chinese provincie Henan komt.

Uit een groezelig plastic tasje haalt hij een paar foto's tevoorschijn. ,,Kijk, er zit een grote bloedkorst bij mijn mond. Die foto is genomen drie dagen nadat ze me voor het eerst in elkaar hadden geslagen. Het hoofd van de rechtbank in het district Tacheng, waar ik vandaan kom, heeft me met een paar andere mannen van de rechtbank gepakt in het hotel waar ik in Peking logeerde. Ze willen niet dat ik hier mijn beklag doe over hun wangedrag, daarom hebben ze me al drie keer in elkaar geslagen'', zegt Ni, die met de plaatselijke overheid in conflict kwam over landrechten.

Ni maakt gebruik van een oud Chinees recht. Iedere burger die zich onheus bejegend voelt door de lokale overheid of door een van de vele overheidsinstanties, heeft het recht daarover een petitie in te dienen bij een hogere overheidsinstantie. Als ook die de zaak niet bevredigend oplost, dan kan de klager het nog een stap hogerop zoeken, tot hij uiteindelijk bij de instanties van de centrale overheid in Peking belandt. Die hebben een speciaal kantoor, waar ze de petities in ontvangst en in behandeling moeten nemen.

Steeds meer Chinezen maken van hun petitierecht gebruik. Zo deden vorig jaar 20.000 mensen hun beklag bij het Chinese parlement, ruim 30 procent meer dan in het jaar ervoor. De in New York gevestigde mensenrechtenorganisatie Human Rights in China meldde dat er voorafgaand aan het partijcongres in Peking in september zo'n 36.000 mensen zijn opgepakt die in Peking waren om petities in te dienen. Ze werden in een sportstadion vastgehouden, en vervolgens naar huis teruggestuurd.

Het groeiend aantal klagers dat naar Peking trekt, bezorgt de overheid steeds meer hoofdbrekens. Bij de rijen voor het petitie-registratiebureau van het Chinese Kabinet, lopen veel agenten in burger. Ze willen koste wat kost de orde onder de klagers bewaken. Dat is moeilijk, want veel klagers zijn woedend en ten einde raad. ,,De overheid verkoopt mooie praatjes, maar ze helpt ons niet'', zegt een oude boer. Hij laat de eigendomsakte van zijn woning zien. ,,Ze hebben me uit mijn huis gezet, en ze hebben me er niet voor betaald. Ik eis compensatie.''

Veel klachten gaan over de onteigening van land en huizen door de overheid, maar er is bijvoorbeeld ook een vrouw wier dochter al acht jaar gevangen zit omdat ze geen geld had de lening van een woekeraar af te betalen. Die schakelde daarop de plaatselijke politie in, en die was tegen betaling wel bereid om de dochter achter de tralies te zetten.

Soms staan er mensen die er in hun leren jasjes en gestreken overhemden beduidend netter uitzien dan de meeste verfomfaaide klagers. Dat zijn de vertegenwoordigers van de plaatselijke overheden, die `hun' dorpsbewoners naar de stad zijn gevolgd om ze te overreden naar hun dorp terug te keren. Ze willen voorkomen dat de naam van hun dorp in Peking te grabbel wordt gegooid.

Mevrouw Zhang Qian aarzelt of ze terug zal gaan. Ze is alle vertrouwen in de plaatselijke overheid verloren, en ze weet hoe duur en moeilijk het is om vanuit het Henan weer helemaal naar Peking te komen. Ze wil haar verhaal graag kwijt, maar door de strenge politiecontrole is dat bijna onmogelijk. De politie driegt al snel ons beiden op te pakken als ik het beduimelde kopietje met haar gegevens en haar klacht niet snel weer aan haar teruggeef.

Even verderop, in een wijk langs de spoorlijn die op de nominatie staat om afgebroken te worden, wonen zoveel klagers bij elkaar dat dit stuk van Peking wel het `petitiedorp' wordt genoemd.

Een oude man, die zijn naam liever niet wil noemen, woont al jaren in Peking. Hij heeft een stuk gestreept plastic tegen de wand van een half afgebroken woning gespannen. Daaronder staat zijn bed, niet meer dan een plank op een paar stenen met een gewatteerde deken erover. Hij kookt een maaltijd in een groot, met roet geblakerd conservenblik dat hij op een vuurtje tussen twee stapeltjes bakstenen zet. ,,Het is heel moeilijk om hier te overleven. Vorige winter is hier een vrouw van tachtig op straat doodgevroren'', zegt de man, die een blauwe waas over zijn ogen heeft van de staar. ,,We leven van het inzamelen van afval, en van de etensresten die restaurants ons geven. Maar ik kan niet terug, want ik heb geen huis meer.'' Zijn huis ontviel hem toen hij weigerde om de rechter om te kopen die in een burenruzie over de woning moest beslissen.

De Chinese overheid denkt er nu over het aloude petitiesysteem, dat nog stamt uit de tijd voordat de communisten in 1949 aan de macht kwamen, af te schaffen. Het tijdschrift Zuidelijk Weekeinde meldde vorige week dat slechts drie op de duizend klagers werkelijk worden geholpen, terwijl de klagers vaak wel het gelijk aan hun kant hebben. Het hoofd van het Nationale Bureau van Brieven en Bezoeken zei vorig jaar in het partijblad Chinese Commentaren dat het in 80 procent van de gevallen gaat om ,,redelijke verzoeken of om echte problemen die aangepakt zouden moeten worden.''

Voorstanders van afschaffing stellen dat het petitiesysteem in de praktijk niet meer werkt, en dat het beter is als iedereen gewoon een rechtszaak begint. Tegenstanders wijzen erop dat het Chinese rechtssysteem momenteel te slecht functioneert om de klagers goed te kunnen helpen. Rechters zijn vaak omkoopbaar, en ze kiezen vrijwel altijd de kant van het plaatselijke gezag.

Voor de mensen in het petitiedorp is de situatie hoe dan ook hopeloos. Ze mogen nog zo gelijk hebben, gelijk krijgen zullen ze vandaag de dag in China niet.