Duizend dagen ontvoerd

De dochter van een gegijzelde Colombiaanse politica beschuldigde president Uribe er gisteren van te weinig te doen voor de zeker 2000 mensen die in Colombia door guerrillabewegingen zijn ontvoerd.

Mélanie Betancourt uitte haar klacht op een protestbijeenkomst die werd gehouden in Parijs op de duizendste dag van de gijzeling van haar moeder Ingrid. De 43-jarige Colombiaanse senator werd in februari 2002 tijdens haar verkiezingscampagne voor het presidentschap ontvoerd door de guerrillabeweging FARC.

Sinds haar ontvoering is Betancourt vooral in Europa een symbool van de strijd in Colombia geworden en wordt zij met name in Frankrijk – Betancourt is zowel Frans als Colombiaans staatsburger – gezien als een voorvechtster van sociale gelijkheid. Honderden steden hebben haar tot ereburger benoemd en in maart kreeg ze in Nederland de Geuzenpenning strijd voor een vreedzaam en democratisch Colombia. De Colombiaanse autoriteiten menen dat met iedere prijs voor Betancourt haar waarde voor haar ontvoerders wordt verhoogd.

Volgens Mélanie Betancourt ontbreekt het de Colombiaanse regering aan politieke wil iets aan het probleem van de ontvoeringen te doen. In oktober bood de regering de FARC een gevangenenruil aan – vijftig gegijzelden voor vijftig guerrillastrijders – maar van dit aanbod is nog geen gebruik gemaakt.