De krant antwoordt

Pas toen ik de datering van deze brief tot me liet doordringen, begreep ik beter waar deze grote ergernis mede door wordt veroorzaakt. De brief kwam binnen op woensdag 3 november – het was dus de krant van dinsdag 2 november die bij deze lezer de deur dicht deed.

Van Gogh werd dinsdag om een uur of negen 's ochtends vermoord. De redactie had voor de krant van die middag maar een paar uur om de feiten te verzamelen. Het nieuws raasde die dag (en de volgende dagen) echter onverminderd voort – de krant van 2 november met onze stand van zaken tot half twee werd om half zes bij lezers bezorgd, die toen al weer meer wisten dan de redactie. Bijvoorbeeld over het motief van de dader.

Wat de lezer hekelt als een overdreven hang naar `nuance' en `correctheid' was, althans in mijn werkelijkheid, een oprechte poging van de redactie zich aan die feiten te houden die ons tot op dat moment bekend waren. Daar blijf ik ook een groot voorstander van. Dit is geen krant die zich bij de berichtgeving door emoties moet laten sturen. Andere kranten doen dat wel en mikken daar ook op – lezers die bevestiging zoeken voor hun emoties of meningen zijn daar ook beter af. (De Telegraaf 3 nov.: AFGESLACHT). Wij willen dat juist niet. Deze krant richt zich letterlijk ,,tot een publiek dat bereid is na te denken'', zoals in het eerste commentaar van NRC Handelsblad op 1 oktober 1970 onder de kop `Onze beginselen' is vastgelegd, na te lezen op nrc.nl. Dat verplicht tot feitelijkheid en een objectiverende houding, ook in emotionele omstandigheden. Die `correctheid' wil de krant steeds blijven opbrengen. Dat betekent dus een kop met `motief onbekend', als het motief inderdaad nog niet door een gezaghebbende bron is genoemd. Via de website houden we de lezer verder op de hoogte van de feiten die zich voordoen na sluitingstijd van de krant.

De lezer snijdt wel een goed punt aan waar hij ingaat op het commentaar van die dinsdag. Die ochtend hebben we onderling stevig gediscussieerd over de vraag of we `al' een hoofdartikel moesten schrijven. Waren we voldoende geïnformeerd om al een mening te kunnen beargumenteren? Ik vond aanvankelijk van niet, maar ben in de loop van de ochtend overtuigd geraakt van het tegendeel. De kwestie bleek politiek en maatschappelijk zo groot, dat géén mening publiceren de krant wat opinievorming betreft die dag irrelevant zou maken. Naar ons gevoel móésten we die dag al iets `vinden'. Dat heeft wel geleid tot een commentaar dat een slag om de arm hield. ,,Over de toedracht is nog weinig bekend, maar de premier en de burgemeester van Amsterdam lijken ervan uit te gaan dat hij om zijn mening werd vermoord'', zo losten we het dilemma op. Achteraf zaten we goed – een hele opluchting, want met een verkeerd gemikt hoofdartikel op momenten van nationale ophef kun je nog aardig wat schade veroorzaken zoals we eerder, bij de moord op Fortuyn, hebben ervaren.

Jammer dat we deze lezer dus kwijt zijn. Maar hij laat bij mij in ieder geval de mooie uitdrukking `als het regent, wordt het gras nat' achter, als waarschuwing voor open deuren waar we vast ook wel eens drukinkt aan verspillen. Maar voor nuances blijven we altijd openstaan.