Daar komt de Europese partijendemocratie

Is Europa wat opgeschoten met de recente krachtmeting rond de samenstelling van de nieuwe Europese Commissie? Ja, vindt Europakenner Christophe Crombez. Want het Europees Parlement heeft meer politieke speelruimte geclaimd en gekregen.

In Europa is de afgelopen weken iets belangrijks gebeurd, zegt Christophe Crombez. Het Europees Parlement heeft zijn invloed doen gelden op de benoeming van de ,,meest ondemocratisch samengestelde politieke instelling van de Europese Unie'', te weten de Europese Commissie.

En wat hij nog belangrijker vindt: het Europarlement kon op een zo belangrijk moment als de aanwijzing van een nieuwe Commissie, opereren als parlement, met politieke tegenstellingen en botsingen tussen partijen, zoals burgers dat van een parlement gewend zijn.

Meer dan bij eerdere belangrijke momenten kon het Europarlement zich onttrekken aan de bemoeienis van de nationale lidstaten. ,,De partijendemocratie in Europa heeft de afgelopen weken meer gezicht gekregen en dat is goed voor de democratie als geheel'', concludeert de Belg Crombez (37), hoogleraar Europese studies aan de universiteiten van Leuven en Stanford (Verenigde Staten), en auteur van vele artikelen en boeken over het Europees Parlement.

Terwijl Nederland op z'n kop stond na de moord op Theo van Gogh, moest in Europa nog een bestuurlijke crisis worden bezworen. Voor het eerst in de geschiedenis kon een Europese Commissie niet van start gaan omdat een meerderheid van het Europees Parlement weigerde in te stemmen met haar samenstelling, zo bleek eind oktober. Pas nadat beoogd Commissie-voorzitter José Manuel Barroso twee omstreden kandidaat-commissarissen had vervangen en een derde een andere portefeuille had toebedeeld, ging het Europarlement akkoord. Dat gebeurde afgelopen donderdag.

De vraag die blijft hangen is wat Europa met de affaire is opgeschoten. Is het waar wat veel Europarlementariërs, zoals Max van den Berg (PvdA), zeiden dat de gebeurtenissen duiden op ,,volwassenwording van de democratie in Europa''? Of hebben critici van het Europees Parlement gelijk, zoals conservatieve commentatoren in het Britse dagblad The Times en de Duitse krant Die Welt. Zij stelden dat het eerder een Brusselse affaire betrof, waarbij het parlement vooral met zichzelf bezig was en met een machtsstrijd met de Commissie.

Crombez kiest in deze discussie duidelijk voor de eerste interpretatie. ,,Er is de laatste drie weken een stap gezet naar een systeem zoals we dat ook nationaal kennen, waarbij de samenstelling van het dagelijks bestuur de politieke wensen van het parlement reflecteert'', zegt hij in een telefonisch gesprek vanuit Stanford. ,,Dat werd al een beetje zichtbaar in de zomer. Toen claimde de partij die de Europese verkiezingen had gewonnen – de Europese Volkspartij (EVP) van christen-democraten en conservatieven – dat zij als grootste partij nu ook de voorzitter van de Europese Commissie mocht leveren. Dat is met de aanwijzing van Barroso ook gebeurd. Vervolgens heeft diezelfde EVP geprobeerd de Commissie-Barroso die een sterk centrum-rechts politiek profiel had, door het parlement te loodsen. In die opzet is ze ten dele geslaagd. De enige grote fout die de EVP daarbij maakte, was dat ze handelde alsof ze een meerderheid in het parlement had, en dus geen andere partijen nodig had. Dat leverde in de kwestie-Buttiglione een harde confrontatie op met die partijen. Liberalen en socialisten vonden Buttiglione te conservatief.''

Onderschat u nu niet de rol van nationale regeringen? Omdat de meeste regeringen centrum-rechts zijn, zijn naar de Commissie ook meer centrum-rechtse kandidaten afgevaardigd, ook door Nederland.

,,Dat is zeker waar. Maar ook bij die regeringsleiders spelen politieke tegenstellingen een rol. Zo waren de sociaal-democratische regeringen in Duitsland en Spanje ongelukkig met de aanvankelijke samenstelling van de Commissie-Barroso en haar conservatieve signatuur. Daarnaast had de Duitse sociaal-democraat Verheugen ook nog eens niet de gewichtige post in de Commissie gekregen waarop Berlijn had gehoopt. Dat alles verklaart, denk ik, een deel van hun terughoudende opstelling toen in het Europees Parlement een opstand ontstond tegen enkele kandidaat-Commissarissen. Vanuit Berlijn en Madrid werd geen grote druk op europarlementariërs uitgeoefend om toch akkoord te gaan, zoals in het verleden steeds gebeurde. Dat leverde meer vrijheid voor het parlement op om tegen te stemmen.''

Maar dan is de in uw ogen geboekte vooruitgang voor de democratie slechts tijdelijk? Die gaat zover als de regeringsleiders op dat moment willen.

,,Dat lijkt zo te zijn, maar er is ook een aantal structurele ontwikkelingen. De uitbreiding van de Europese Unie maakt dat er in plaats van 15, nu 25 nationale regeringen meepraten. Dan zijn er altijd wel een paar nationale regeringen die ontevreden zijn met de gang van zaken. Daardoor ontstaat ruimte voor het Europees Parlement om z'n eigen gang te gaan, zoals de afgelopen weken bleek. Ik kan daarbij goed begrijpen dat het parlement nu zijn kans heeft gegrepen om die ruimte te benutten, en niet heeft gewacht hoe het beleid van de nieuwe Commissie zou uitpakken. Nu was een eenvoudige meerderheid van de stemmen voldoende om de Commissie tegen te houden, later waren meer stemmen nodig geweest om de Commissie weg te sturen. In die zin waren de uitlatingen van Buttiglione over homoseksuelen en vrouwen eerder een mooi excuus voor het parlement om zijn tanden te laten zien.''

,,Een andere belangrijke ontwikkeling is dat vergeleken met twintig jaar geleden in Europa veel minder met unanimiteit hoeft te worden besloten. Zelfs over de samenstelling van de Europese Commissie kunnen de regeringsleiders tegenwoordig bij meerderheid besluiten. Dat geeft structureel meer ruimte voor blokvorming, en dus ruimte voor politieke tegenstellingen en debat. Daarin kunnen ook burgers zich herkennen.''