Bloemenraad

`URBAN LEGENDS' rond de snijbloem, zou daar al eens een verzameling van zijn aangelegd? Dat onbedwingbaar verlangen van ziekenhuiszusters om 's avonds, als het bezoek vertrokken is, de bloemen van de zaal te halen? Omdat ze anders de zuurstof opmaken. Het onverbiddelijk advies van de bloemist om stelen van snijbloemen vooral schuin af te snijden. En de bloemen daarna in lauw water te zetten? Aspirientje erbij of desnoods een koperen cent.

Deze week begon het met gloeiende ergernis over een bos rozen die al een paar uur na aankoop over de rand van de vaas hing. De ene bos rozen is na twee weken nog zo fris als een hoentje, de ander houdt het na twee dagen voor gezien. Nooit weet je van tevoren hoe het zal uitpakken. Men wordt te logeren gevraagd, drukt de gastvrouw dankbaar een bos rozen in handen en ziet deze nog voor het eind van de logeerpartij tot pulp vergaan. Klagen bij de bloemist heeft geen zin.

Hoe is dat verschil in gedrag tussen de ene en de andere rozenbos te verklaren en is er zelf nog invloed op uit te oefenen? Met zulke vragen gaat de Nederlander naar Aalsmeer. De bloemenveiling daar heeft, geloof het of niet, een compleet testcentrum met een `Houdbaarheidsproject Roos', maar uiteindelijk blijkt het het PPO Aalsmeer te zijn dat de vragen, àlle vragen, beantwoordt. PPO betekent Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, maar dat geeft niets.

Onderzoeker G. Slootweg is er aan gewend geraakt het antwoord op de veelgestelde vraag logisch op te bouwen. Punt één is dat elke afgesneden plantentak gedoemd is te sterven, want na het afsnijden moet hij verder op zijn reserves en dat houdt geen tak lang vol. Twee is dat er makkelijk moeilijkheden ontstaan in de watervoorziening. Voor het afsnijden was er de worteldruk die het water de stengel in pompte, na het snijden is er alleen de verdamping van de bladeren als motor. Als de snijwond verstopt raakt met luchtbellen, bacteriën of wondweefsel verlept de bloem.

Op de derde plaats kan een afgesneden plantentak makkelijk worden aangevallen door parasitaire schimmels. Daarvan is Botrytis wel de bekendste en veel bloemen die voor de uchtend van hun bloei vergingen vielen ten prooi aan Botrytis. Het is een typische `zwakte-parasiet' die bij uitstek zieltogende planten aanvalt.

Zo bezien is het een wonder dat afgesneden rozen het één dag uithouden, zou je zeggen. Maar dat zegt Slootweg nu ook weer niet. Hij zegt: de houdbaarheid van snijbloemen wordt bepaald door een keten en elke schakel in die keten is van invloed.

Dan gaat hij verder in gewone mensentaal. Ja, het hangt er heel erg van af waar je je snijbloemen koopt, want een bloemenstal die onvoldoende klandizieheeft verkoopt oude bloemen. Bloemen die misschien in de stal zelf al twee weken waren mooi gebleven. Soms ook zijn snijbloemen op hun lange weg tussen kas en klant te lang te warm bewaard. En verder zijn er enorme verschillen in de Botrytis-besmettingsgraad. Er zijn kassen, vrachtwagens en/of bloemenstallen waar de Botrytis je om zo te zeggen in het gezicht springt. Veel inspanning is erop gericht de Botrytis-infectiedruk te verlagen.

Maar wat-o-wat kan de consument zelf doen? Niet heel veel, geeft Slootweg toe. Schuin of recht afsnijden, dat heeft natuurlijk niets te maken met de watervoorziening uit een schuin afgesneden waterslang stroomt evenveel water als uit een recht afgesneden slang. Het advies om schuin af te snijden is gegeven omdat schuin afsnijden eenvoudig beter gaat. Een hoek van 45 graden heeft de voorkeur. Bij recht afsnijden (90 graden) wordt de stengel vaak nogal geplet en beschadigd. Dan ontstaat een onnodig grote wond die makkelijk infecteert met bacteriën of schimmels. Ook bij al te schuin afsnijden (veel minder dan 45 graden) is het snijvlak ongewenst groot. Knippen is trouwens nog erger dan dwars afsnijden.

Lauw of warm water is onzin, dat is een achterhaald advies. De opzet was om de schadelijke invloed van `vapour locks' te voorkomen. Een afgesneden plantentak zuigt via het wondoppervlak lucht de vaten in en de luchtbellen verhinderen op den duur het watertransport. De warmte van het warme water moest de lucht uit de stengel persen en de resterende luchtbel zou krimpen als het water afkoelde. Probleem was dat lucht slecht oplost in warm water, de warmte werkte averechts. Hoe kouder het water hoe beter, zegt Slootweg. ``Ikzelf heb er wel eens ijsblokjes bij gedaan, dat bleek nog het beste. Maar dan krijg je weer condens op de vaas en kringen in het dressoir. Gewoon koud leidingwater ligt het meest voor de hand.''

De voornaamste bijdrage die de consument aan de houdbaarheid van zijn bloemen kan leveren bestaat uit het onderdrukken van de bacteriegroei op de snijwond. Ook die bacteriën kunnen de vaten verstoppen en het watertransport blokkeren. In heel algemene zin is bacteriegroei te onderdukken met een verlaging van de pH (aanzuring) of een verhoging van het gehalte aan metalen. Vandaar de aspirine en de koperen cent. Ook zilvernitraat of een bescheiden dosis chloor (natriumhypochloriet) bleken te helpen, zij het dat sommige planten zelf van het chloor te lijden hadden. In de zakjes snijbloemenvoedsel van Chrysal en dergelijke zat vroeger, afgezien van glucose of sucrose (gewone suiker), aluminiumsulfaat als bactericide. Tegenwoordig is het geheim. Internet noemt 8-hydroxy-quinoline citraat (HQC) als gangbaar biocide. Van het grootste belang is, zegt Slootweg, dat men precies de Chrysal-voorschriften volgt. Verdunt men méér dan wordt voorgeschreven dan werkt het voedsel averechts, omdat glucose of sucrose dan de bacteriegroei meer bevorderen dan het bactericide remt.

Lezer! Dit was een wat huishoudelijke aflevering, soms kan dat niet anders. Waarom verpleegsters 's avonds de bloemen weghalen: dat weet niemand. Dat narcissen nooit samen met tulpen in een vaas mogen worden gezet is geen fabeltje. Dat is waar.