Bedrijfsberichten via internet

De verplichting voor beurgenoteerde ondernemingen om aandeelhoudersvergaderingen en aandelenuitgiftes in landelijke dagbladen aan te kondigen gaat ook in Nederland op de helling.

Eerder deze week besloot het Belgische kabinet de annonceplicht te versoepelen. Het Nederlandse kabinet werkt in het kader van de administratieve lastenverlichting ook aan minder stringente regels voor de oproepverplichtingen bij jaarvergaderingen. Het Burgerlijk Wetboek schrijft nu nog voor dat die vergaderingen in een landelijk verspreid dagblad moeten worden gepubliceerd.

De ministerraad werkt aan een wetsvoorstel waarin bedrijven ook de mogelijkheid krijgen om hun informatie digitaal te verspreiden. Dat zal een stuk goedkoper zijn voor veel bedrijven. Het kabinet streeft ernaar de administratieve lasten voor bedrijven in 2007 met een kwart te hebben verlaagd.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Financiën ligt het in de verwachting dat ook de verplichte aankondiging van effectenuitgiftes zal vervallen. Een nieuwe Europese richtlijn die vóór 1 juli 2005 moet worden ingevoerd laat lidstaten vrij in de keuze of de uitgifte van aandelen landelijk moet worden aangekondigd.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW pleitte al eerder voor het schrappen van het voorschrift voor vennootschappen om actief naar buiten te treden omdat daarmee de lasten voor het bedrijfsleven worden verlicht. Voor landelijke kranten dreigt daarmee een stabiele inkomstenstroom weg te vallen. De directeur van De Tijd, de grootste Vlaamse zakenkrant, schatte deze week dat de versoepeling van de regels in België de krant circa 10 procent van de omzet zal kosten.

Het wetsvoorstel van de Nederlandse regering maakt deel uit van een breder plan om moderne communicatiemiddelen in te zetten voor de besluitvorming bij rechtspersonen. Het voorstel, dat voor advies naar de Raad van State is gestuurd, beoogt ook het elektronisch stemmen op aandeelhoudersvergaderingen te vergemakkelijken. De precieze inhoud van het wetsvoorstel wordt openbaar als het advies van de Raad van State aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd.