Amersfoort Hollandsche Rading

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week over de Utrechtse heuvelrug.

Het middaguur moet nog komen en de zon, een plakje nat zilver, wurmt zich boven de bomen uit om glans te geven aan de grote eikenbladerhanden die onze weg plaveien. De zandpaden zijn verzadigd van vocht, de bomen zijn zo ongeveer het blad kwijt dat ze kwijt willen terwijl de rest maximaal verkleurd is. Maar de herfst weet niet van ophouden.

Tussen de boomtoppen ziet de hemel zachtjes blauw. En ik zie watoesi-runderen. En twee capibara's. En knieheffende flamingo's. Het Amersfoortse Dierenpark ligt in een dalletje aan onze route, achter een gordel van lage struiken en bomen.

Even sproeit de sfeer van stal en brul en wilde-dierenzweet peper in de reet van het najaar, dan overhuift ons weer de rust van stervend blad, en van het voorname vermoeden van jong leven, heus aanwezig maar vanwege geen zin in koude diep in slaap als je heel stil bent hoor je het knisperen, dromend van dikke knoppen.

Het bos, paardengedraaf met zit-sta-zit-sta-ruiters als schimmen tussen de bomen, wordt afgewisseld met zandverstuivingen. Meestal ogen die chic en onthecht – theaters met verspreide naaldbomen die breeduit staan te gebaren. Vondel doen ze, denk ik. Eén zandverstuiving houdt het op Tennessee Williams. Hij is bezaaid met lange ontwortelde dennen; of een storm, verdwaald tussen de zandwallen, tierend van frustratie de boel aan barrels heeft getrokken. Vlaamse gaaien zwieren er overheen, ze krijsen en showen hun blauwe bretels. Man geeft antwoord, maar blauwe veertjes heeft hij niet.

Met schoenen die stompjes uitdelen aan de verende natte grond kuieren we voort. Pop pop pop. Duf lopen, vagelijk rondkijken, beetje peinzen over niks.

Een overval. De hemel wordt op slag van vaatdoek. De wind, tot dan een piezelig briesje, jaagt los beukenblad laag over de grond in een patroon ontleend aan de Disney-studio's. Hij smijt met regenvlagen, wij graaien onze regenbroeken tevoorschijn.

Voor we ze hebben opgehesen houdt de regen op. De wind schroeft terug tot tochtniveau en de blaadjes liggen weer, onschuldig naast en op elkaar. Was er iets? Wat dan?

De zon zakt als een razende. Hij slaat even een smal gouden paadje tussen de dennen door en gunt vervolgens de wereld aan de schemering. Alle kleuren verschuiven. De grote verwelkte varens zijn nu van caramel, de naaldjes van de larix maismeelgeel. In het bijna-donker zien we een hertje (goed dan: een reetje). Het scharrelt in een wei en keert ons zijn witte achtersteven toe.

16 km. Kaarten 1 5 uit: Marskramerpad 3. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2003. Openbaar vervoer tussen begin- en eindpunt is ontoereikend. Tel. regiotaxi (minimaal 1 uur van tevoren bestellen): 0900 8895.