Altijd blijven werken

Mannen verdienen gemiddeld meer dan vrouwen. Daarom is het meestal de vrouw die minder gaat werken als er kinderen komen. Maar onderling schuiven met uren levert meer geld op.

In Nederland is het vanzelfsprekend dat vrouwen minder gaan werken als ze kinderen krijgen'', zegt Joop Schippers, hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie aan de Universiteit Utrecht. Mannen blijven meestal fulltime werken, maar vrouwen gaan terug naar een werkweek van twee, drie of een enkele keer vier dagen. De groep alleenverdieners – een man die fulltime werkt en een vrouw die geen betaalde baan heeft – wordt elk jaar kleiner, maar de groep ouders die de taken gelijk verdelen en allebei ongeveer evenveel uren werken is ook klein.

Dat vrouwen met kinderen meestal een stap terugdoen op de arbeidsmarkt heeft deels te maken met traditionele opvattingen over de rollen van mannen en vrouwen. ,,Als je in Nederland je kind meer dan drie dagen per week naar de crèche brengt, heb je wel wat uit te leggen, vooral als moeder'', zegt Schippers. ,,Vaders worden daar veel minder op aangekeken. Maar als een moeder veel dagen werkt, zeggen mensen: waarom heeft ze eigenlijk kinderen?''

Die sociale druk is niet de enige reden dat vrouwen vaker thuisblijven om voor de kinderen te zorgen dan mannen. Gemiddeld verdienen mannen per uur ruim 20 procent meer dan vrouwen. ,,Als er dan toch iemand minder moet werken, kan dat het beste de vrouw zijn, want dan zijn de gevolgen voor het gezinsinkomen het kleinst'', zegt Alexandra van Selms, beleidsmedewerker arbeid en zorg bij E-Quality, het kenniscentrum voor emancipatie. ,,Zo redeneren mensen.''

Uit onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken blijkt dat die redenering lang niet altijd klopt. Het ministerie heeft berekend wat er met het gezinsinkomen gebeurt als de man een dag minder gaat werken en de vrouw een dag meer. Als beide partners per uur ongeveer evenveel verdienen, gaat bijna driekwart er netto op vooruit als ze onderling uren uitruilen. De groep partners met hetzelfde uurloon is echter klein. Meestal verdient de man per uur meer, maar zelfs dan blijkt een urenuitruil soms voordelig te zijn. Eenderde van de stellen waarvan de man per uur meer verdient dan de vrouw gaat er financieel op vooruit als hij een dag minder gaat werken en zij een dag meer. ,,Een verrassende uitkomst'', vindt Van Selms. ,,Ik had niet verwacht dat de groep die hier voordeel van ondervindt zo groot zou zijn.'' Bruto is er vaak geen voordeel, maar netto wel. Dat komt doordat veel factoren van directe invloed zijn op het netto-inkomen. Van Selms: ,,Het belangrijkste is het belastingvoordeel. Door een dag minder te werken, kan het gebeuren dat iemand niet meer in de hoogste tariefgroep valt en daardoor minder belasting betaalt. Als de vrouw meer gaat werken, betaalt zij natuurlijk ook meer belasting. Maar het is goed mogelijk dat ze samen minder belasting betalen.'' Een andere belangrijke factor is de manier waarop mensen verzekerd zijn tegen ziektekosten. Als de man een inkomen heeft boven de ziekenfondsgrens, moet hij zich particulier verzekeren. Voor de kinderen geldt dan hetzelfde, ook wanneer de vrouw via het ziekenfonds verzekerd is. Als de man een dag minder gaat werken, kan dat tot gevolg hebben dat het hele gezin in het ziekenfonds belandt. Dat is aanzienlijk goedkoper.

Het ministerie van Sociale Zaken heeft een rekenmodel ontwikkeld, waarmee mensen zelf kunnen nagaan wat het netto voor hen betekent als een van de partners minder gaat werken en de ander meer. De financiële gevolgen van verschillende belastingtarieven en het verschil tussen een particuliere ziektekostenverzekering of het ziekenfonds zijn wel meegenomen in het rekenmodel, maar allerlei andere persoonlijke factoren die het netto-inkomen beïnvloeden niet. Dat zijn bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek en het fiscaal partnerschap, waarmee mensen onderling hun aftrekposten zo gunstig mogelijk kunnen verdelen. ,,Ook CAO-bepalingen die van invloed zijn op het inkomen, zoals afspraken over de vergoeding van kinderopvang of een tegemoetkoming in de ziektekostenverzekering, zitten er niet in'', zegt Van Selms. ,,Het rekenmodel geeft alleen een indicatie. Mensen die de exacte uitkomst willen weten, moeten zelf even gaan puzzelen.''

Hoewel de groep ouders die allebei evenveel uren werken nog erg klein is – schattingen lopen uiteen van 4 tot 7 procent van alle stellen met kinderen – verwacht Schippers dat ouderparen in de nabije toekomst steeds vaker allebei vier dagen per week zullen werken. ,,Er is een flinke toename van vaders van jonge kinderen die vier dagen werken in plaats van fulltime. Dit is een ontwikkeling die ik vooral zie bij hoger opgeleiden, maar de ervaring leert dat anderen dit gedrag overnemen.'' De trend onder vrouwen om te blijven werken als ze kinderen krijgen is ook begonnen bij de groep met een hogere opleiding. ,,Pas eind jaren negentig bleven de vrouwen met een middelbare opleiding op grote schaal werken nadat ze kinderen hadden gekregen'', zegt Schippers. ,,En momenteel worden alleen de lager opgeleide vrouwen nog fulltime huisvrouw.'' Hetzelfde patroon ziet hij als het gaat om het aantal uren dat vrouwen werken. Werkten vrouwen met kinderen een jaar of vijf geleden vooral in kleine deeltijdbaantjes, tegenwoordig hebben ze steeds vaker een dienstverband van drie of vier dagen per week. ,,Ook hier zien we grote verschillen in opleidingsniveau. Echt kleine deeltijdbanen, bijvoorbeeld 8 uur per week, zie je vooral bij lager opgeleide vrouwen. Die groep is het meest traditioneel.''

Stoppen met werken, wat begin jaren negentig nog geregeld voorkwam, is geen optie meer, vindt Schippers. ,,Dan verwaarloos je menselijk kapitaal, want je raakt je kennis en vaardigheden heel snel kwijt. Vrouwen die tien jaar thuis geweest zijn en dan weer aan de slag willen, zullen merken dat ze een enorme achterstand hebben opgebouwd.'' Hij voorspelt dat het voor deze groep steeds moeilijker wordt om weer aan het werk te komen. ,,Tien jaar geleden waren herintreedsters nog een normaal verschijnsel. Nu uitzonderingen. Daardoor krijgen ze een stempel.''

Vrouwen die na jaren thuisblijven toch weer betaald gaan werken, krijgen vaak een baan beneden hun niveau. Meestal is het een baan met minder verantwoordelijkheden en minder salaris dan de baan die ze hadden voordat ze kinderen kregen. Voor ieder jaar dat een vrouw thuisblijft om voor de kinderen te zorgen, levert ze de rest van haar loopbaan gemiddeld 2 procent salaris in. Een vrouw die tien jaar niet werkt en daarna weer aan de slag gaat als herintreedster, verdient dus circa 20 procent minder dan wanneer ze was blijven werken. Die inkomensachteruitgang haalt ze meestal niet meer in. Omdat er een directe relatie is tussen de hoogte van het loon en het ouderdomspensioen, blijft een voormalige herintreedster de rest van haar leven betalen voor het feit dat ze ooit een paar jaar geen baan had. ,,Blijven werken is altijd verstandiger'', zegt Schippers. ,,Zelfs in een kleine deeltijdbaan.''