Alles zichtbaar

Alle voorwerpen zenden electromagnetische straling uit. Daarmee kun je zien of iemand een pistool bij zich heeft.

IN PRESTATIES lijkt hij wel wat op de donkere bril die door dames- en herenkleding heen kon kijken waarmee in de jaren zeventig in televisiegidsen werd geadverteerd. Maar bij de Concealed Weapon Detector, CWD, ontbreekt die oh-la-la-factor volledig. Het apparaat dat het Fysisch en Elektronisch Laboratorium van TNO in ontwikkeling heeft, kan van tientallen meters afstand de vraag beantwoorden of iemand een pistool in zijn zak heeft zitten. ``Het is de bedoeling'', zegt Henk van Es, chef van de afdeling Waarnemingssystemen van TNO-FEL, ``om de detectiepoortjes op luchthavens uiteindelijk volledig door de CWDs te vervangen.''

De CWD-detector is strikt genomen geen radar, maar maakt gebruik van dezelfde techniek. Het apparaat meet de uiterst zwakke natuurlijke elektromagnetische straling in de 94 GHz-band die alle voorwerpen uitzenden. Doordat alle substanties stralen met een verschillende intensiteit en die straling ook door lagen heen dringt `ziet' de CWD een contrast. Het beeld dat aldus ontstaat, laat helder zien of iemand een mes achter een krant verbergt of een ander wapen bij zich draagt. Van Es: ``Dat hoeft niet eens een metalen wapen te zijn. Alle voorwerpen vallen op.''

Het potentieel van de CWD is eenvoudig te zien. Doordat vanaf afstand valt na te gaan wat iemand bij zich heeft, vervalt de noodzaak om bijvoorbeeld iedere individuele luchtreiziger door een nauwe metaaldetector te loodsen. Reizigers kunnen in groepen worden gecontroleerd. De CWD ziet dus bovendien meer dan alleen metalen voorwerpen. TNO denkt in eerste instantie aan de invoering van de scanners bij disco's en voetbalwedstrijden. Maar militairen hebben ook belangstelling getoond.

Hoe snel de detector operationeel kan worden is volgens Van Es niet zozeer een kwestie van techniek als wel van ethiek. ``Je kunt er ook iemands hartslag mee meten.'' En of iemand de autoriteiten zonder specifieke toestemming de mogelijkheid gunt om lichamelijke kenmerken of aandoeningen vast te stellen, is helemaal de vraag. De regelgeving daarvoor ontbreekt.

De CWD is niet de enige detector gebaseerd op radartechnologie waarvoor belangstelling bestaat binnen de militaire wereld, die van de veiligheidsdiensten of rampenbestrijders. Bij het Haagse onderzoeksinstituut staat eveneens een proefopstelling van een radar die door een muur heen kan kijken.

De radar kan van pas komen bij het opsporen van verscholen tegenstanders in de bebouwde kom, wat de samenwerking met de NAVO-onderzoeksgroep verklaart die zich buigt over technologie die militaire operaties in stedelijk gebied minder risicovol moet maken. Maar de `muur'-radar kan ook nuttig zijn om vast te stellen of zich nog levende slachtoffers bevinden in de puinhopen die resten na een aardbeving.

Philip van Dorp, wetenschappelijk medewerker van de Groep Radarsystemen van TNO-FEL, heeft op een karretje een prototype van de radar in een vergaderzaal opgesteld. Of eigenlijk een prototype van een prototype: ``We moeten de verschillende onderdelen nog miniaturiseren tot een kleine handscanner.''

Het zendende gedeelte, in de 2,6 GHz-band, wijst naar een muur waarachter zich een gang bevindt. Doordat de radarstraling voortdurend van frequentie wisselt - het gaat hier om een zogeheten Frequency Modulated Continuous Wave-radar - is aan de hand van de frequentie van de echo de afstand tot het doel van vlees en bloed achter de muur te bepalen. De Doppler-verschuiving die ontstaat doordat iemand door de gang passeert, levert extra informatie op over wat er achter de deur gebeurt.

Bij de opstelling wordt een beetje vals gespeeld. De radar weet wat de uitgangssituatie in de gang is. Wanneer de radar ineens een verschil ziet met die oorspronkelijke toestand gaat hij ervan uit dat het om een persoon gaat. Het is inderdaad dus niet zo, zegt Van Dorp, ``dat je in een ingestort huis bewusteloze mensen kunt zien liggen.'' De uitgangssituatie is in dat geval onbekend. ``Het verschil tussen een kast, een stoel, een piano en een lichaam kan de radar dan niet zien.'' Aan dat manco wordt gewerkt.

Om de interpretatie van de signalen te vergemakkelijken moeten deze in een operationele scanner worden voorgesteld als een staand, liggend of lopend mannetje. Het onderscheid tussen bewegende armen en benen kan de muur-radar al makkelijk maken.

Bij slachtoffers van aardbevingen speelt de ethische kwestie ook veel minder: die willen heus wel worden gevonden. En bij militaire operaties in stedelijk gebied speelt dat vraagstuk geen enkele rol. Een handzame scanner zou volgens Van Dorp binnen ``een jaartje'' op de markt kunnen komen.