`We bieden de reinsertados een alternatief'

De populaire burgemeester van de Colombiaanse stad Medellín vindt dat zijn stad ten onrechte alleen maar wordt geassocieerd met drugsgeweld.

`Drugskartels, paramilitairen, guerrilla en Pablo Escobar.' Dit zijn de associaties van Europeanen wanneer Colombiaan Sergio Fajardo, burgemeester van Medellín, de naam van zijn stad laat vallen. En dat doet hem pijn. ,,Onze stad biedt zoveel meer dan dat, ik heb mijn burgers beloofd dit negatieve beeld te bestrijden.'' Vandaar zijn toer langs negen Europese steden.

Medellín, ruim twee miljoen inwoners, was jarenlang de stad met relatief het hoogste aantal moorden ter wereld. Het Medellín-kartel van narcokoning Escobar en het Calí-kartel vochten er een bloedige vete uit. De gewapende groepen in de langslepende burgeroorlog, die hun strijd financieren met afpersingen, ontvoeringen en drugshandel, hebben Medellín als belangrijk werkterrein. Sinds 1995 vertoont het moordcijfer echter een dalende trend. Het stadsbestuur verwacht dat het aantal moorden per 100.000 inwoners dit jaar op 48 uitkomt, tegenover 98 vorig jaar.

Fajardo (48) is een partijloze, linkse politicus, die na een carrière als wiskundeprofessor, columnist en tv-commentator de politiek inging. Uit een peiling blijkt dat hij de steun heeft van 80 procent van de medellinenses, waarmee hij de populairste burgemeester van het land is. Het zou niet de eerste keer zijn dat een populaire burgemeester vervolgens ook een gooi doet naar het presidentschap, maar Fajardo wil ,,eerst maar eens dit tot een goed einde brengen.''

Een maatregel die volgens Fajardo heeft gezorgd voor de afname van de criminaliteit, is de samenwerking met de reinsertados (herintreders). Dit zijn, voornamelijk minderjarige, paramilitairen die uit hun gewapende groep zijn gestapt en na een opleiding een nieuwe plek in de samenleving moeten krijgen. In Medellín gaat het om een groep van 864 ex-leden die deel uitmaakten van de rechtse Verenigde Colombiaanse Zelfverdedigingstroepen (AUC). Het project, dat in Colombia en daarbuiten veel aandacht trekt, begon reeds onder zijn voorganger Pérez en staat onder supervisie van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Critici menen dat de daders zo hun straf zouden kunnen ontlopen, terwijl de slachtoffers zich juist bedreigd voelen.

,,Er bestaat een spanning tussen de demobilisatie van de gewapende groepen en het streven naar vrede, verzoening en dialoog. We bekijken de geschiedenis van elke herintreder individueel en verzekeren ons ervan dat het geen grote boef is. Men moet hen overigens niet verwarren met de leiders van de AUC [die immuniteit voor uitlevering aan de VS eisen, in ruil voor ontwapening, red.] met wie de regering momenteel onderhandelt. Tegelijkertijd proberen we psychosociale hulp te geven aan de slachtoffers.

,,Tegen de mensen van buiten die kritiek hebben, zou ik willen zeggen: `Kom van achter je bureau vandaan, kom hierheen, kom kijken met welke problemen wij te maken hebben en werk met ons samen.' Dit conflict duurt al zolang [41 jaar], we moeten ergens beginnen. Als er een perfecte formule zou bestaan, zou ik hem, als wiskundige, verwelkomen. Maar we komen natuurlijk alleen ergens door realistisch te zijn, door ervaringen uit te wisselen, door te beginnen doelen te stellen.''

Veel slachtoffers doen nooit aangifte, is het dan niet moeilijk om precies te weten waaraan de daders zich schuldig hebben gemaakt?

,,Dat is inderdaad een groot probleem, maar ik wil daar tegenover zetten dat slechts een zeer klein aantal opnieuw in de fout is gegaan, voor zover bij ons bekend. Dat betekent dat al die anderen in ieder geval geen nieuwe slachtoffers hebben gemaakt. Bovendien hebben zich ook nieuwe vrijwilligers gemeld, we bieden blijkbaar een aantrekkelijk alternatief voor de gewapende strijd. Dat dit project slaagt vind ik daarom erg belangrijk, ook voor de rest van het land.''

Jongeren treden toe tot een gewapende groep, omdat ze er eten en een klein salaris krijgen. Wat kunt u ze bieden?

,,Dat is een probleem dat vaak vergeten wordt. Er moet ook werk en onderwijs zijn, daar investeren we nu extra in. Ook ondersteunen we verschillende sociale projecten. Niet alleen om de herintreders een kans te bieden maar ook om perspectief te bieden aan de gewone jeugd, opdat zij niet voor de guerrilla of de para's kiezen.''