Vragen aan Donner

Minister Donner (Justitie, CDA) moet opheldering geven op de vraag waarom VVD-fractievoorzitter Van Aartsen niet meteen na de moord op Theo van Gogh persoonsbeveiliging heeft gekregen. Dat stellen de fracties van de VVD en GroenLinks in schriftelijke vragen aan de minister.

De naam van Van Aartsen was vermeld in de brief die werd aangetroffen op het lichaam van de cineast. Maar Van Aartsen kreeg pas donderdag, nadat Donner had besloten de brief openbaar te maken, te horen dat hij persoonsbeveiliging zou krijgen.

Aanvankelijk liet Donner de Tweede Kamer weten dat hij pas donderdag door het openbaar ministerie op de hoogte is gesteld van de brief.

Gisteren gaf hij in antwoord op vragen van GroenLinks aan dat zijn ministerie al dinsdagavond de brief had ontvangen. GroenLinks en VVD willen van Donner weten of de dreigingsanalyse die woensdag ten aanzien van Van Aartsen is gemaakt, van voldoende kwaliteit is geweest.

,,Donner ging ervan uit dat persoonsbeveiliging pas aan de orde was toen besloten werd de brief openbaar te maken'', aldus VVD-woordvoerster Griffith. ,,Daarbij is er kennelijk van uitgegaan dat de moord een soloactie van Mohammed B. is geweest en dat hij niet vanuit een terreurcel opereerde. Wij willen van de minister weten welke afwegingen er op woensdag zijn gemaakt.''

De vragenstellers wijzen er verder op dat persoonsbeveiliging in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van degene die bedreigd wordt. De VVD-fractievoorzitter werd pas donderdagavond over de brief en de gevolgen voor hem geïnformeerd. ,,Had Van Aartsen niet eerder moeten worden ingelicht opdat hij eventueel zelf maatregelen had kunnen treffen?''

GroenLinks en VVD willen verder weten waarom Donner niet meteen op woensdag er alles aan gedaan heeft om de inhoud van de brief te achterhalen. De minister werd daarover woensdagochtend geïnformeerd in het Ministerieel Beleidsteam waarin de top van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken vertegenwoordigd is.