Vloeken

Maar godsammiedikkie, schreef Wim de Jong, televisiecriticus van de Volkskrant. Op 17 november uitte hij zijn verbazing over de verwarring van de vorige avond. Wie was de grootste Nederlander aller tijden, Pim of Willem? Dat vraagstuk is nu opgelost. Mij gaat het om dit godsammiedikkie. In het grote, 715 pagina's tellende VLOEKEN Een cultuurbepalende reactie op woede, irritatie en frustratie van P.G.J. van Sterkenburg, tweede druk, 2001, wordt het niet genoemd. Maar je begrijpt wat De Jong bedoelt. Hij wilde een gevoel uitdrukken, een toestand tussen woede en paf staan, tussen lachen en huilen, en tegelijkertijd vermijden dat zijn krant en hij bij minister Donner op de zwarte lijst zouden komen.

De minister wil onderzoeken of ons wetsartikel tegen smalende godslastering weer wat ernstiger kan worden genomen. Dat veroorzaakte een kleine opstand in het kabinet en de Tweede Kamer en een open brief van de satirici en anderen die deelnemen aan het creatieve debat. In menig protest werd Gerard Reve geciteerd, de beschrijving van zijn verrichtingen met een jong ezeltje waarin God zich zou hebben verstopt. Naar aanleiding van die passage is het destijds tot een proces gekomen. De schrijver werd vrijgesproken. Terecht, want hij had volstrekt niet de bedoeling gehad God te beledigen of gelovigen te kwetsen. Hij had alleen uitdrukking gegeven aan zijn wijze van geloven.

Beter was het geweest W.F.Hermans te noemen, een passage in Ik heb altijd gelijk die wegens belediging van een volksdeel tot een rechtszaak leidde. Vrijwel onmiddellijk na het verschijnen van het boek, in 1951, werd de schrijver aangeklaagd. Zijn held, Lodewijk Stegman, is een soldaat die, kwaad, verbitterd, op een troepenschip terugkomt uit Indonesië. Aan boord ontstaat ruzie over de zin van de verloren oorlog in de Oost en vooral over de toestand in Nederland. Ik citeer Stegman: `De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar die naaien erop los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen.' Enzovoort. Hermans heeft later voor zijn hele oeuvre de Prijs van de Nederlandse Letteren gekregen. Ik citeer uit de zestiende, herziene druk van deze roman, 1993.

Stegman komt dan de grote zakenman Key tegen. Ze besluiten een politieke partij op te richten, om het slappe zootje in Nederland mores te leren. Voetbal Europa, zo heet deze partij. Het programma bestaat uit voetballen en mores leren. Allemaal meer dan een halve eeuw geleden. Hermans had een vooruitziende blik, en ook was hij een hoffelijk man, ouderwets beleefd, nauwkeurig en vormelijk, op een manier die de minister van Justitie goed zou doen.

Ik en iedereen, we begrijpen wel wat de bewindsman bedoelt. Je moet niet meteen je middelvinger opsteken als iemand je niet bevalt. Dat lijkt me de strekking. De vertaling van dit gemondialiseerde gebaar in woorden omvat alle vloeken ter wereld. Zou je het daarom moeten verbieden? Zou dat een goed idee zijn? Wie weet. Maar eer gaat een kemel door het oog van een naald, dan dat dit lukt. (Zie Mattheus 19:24). En het heeft geen zin. Een vloek is niet gericht tegen een of ander opperwezen, maar de zuiverste, meest ogenblikkelijke uitdrukking van een gevoel. Vloeken is een snel en vaak vergeefs verzet tegen het lot. Sla met een hamer op je vinger in plaats van op de spijker en je weet wat ik bedoel.

Wat zou de literatuur zonder vloeken zijn. In Amerika zijn pogingen gedaan het woord fuck uit te bannen. Nog altijd proberen ze daar op de televisie er een fluittoontje voor in de plaats te zetten, maar een groot succes is het niet. In het algemeen: wat vroeger plat werd genoemd, is in onweerstaanbare opmars, overal in de westelijke wereld. En dit is een van de weinige gebieden waar Nederland nog altijd gidsland is.

Mij dunkt dat het tijd wordt voor de volgende herontdekking van Erich Wichman (1890-1929). Een ongebruikelijk kunstenaar, misschien niet horend tot de grootsten aller tijden maar wel oorspronkelijk. Als geëngageerd anarchist was hij medeoprichter van de Rapaille-Partij, die het `vrije vissen en jagen in het Vondelpark, en alles gekookt in de jenever' als programmapunt had. En in het partijlied de regel `Leve de onbewaakte overwegen'. Later is hij in fascistisch vaarwater terechtgekomen, waarbij we moeten bedenken dat `fascisme' niet de betekenis had die het nu heeft. Hij was voorstander van de absolute vrijheid, dus ook van die van meningsuiting.

Omstreeks 1926 heeft Wichman zijn gedicht `Vloekzang' geschreven. Het bestaat uit dertigmaal de vreselijkste vloek met een aantal variaties. De lezers van de Slijpsteen zullen zeker kunnen raden welke vloek dit is. Hij stuurde het naar het tijdschrift De Gemeenschap, dat het niet afdrukte. Na jaren kwam Hans van Straten de tekst op het spoor, en eindelijk, in 1989, werd het gepubliceerd, door de Bucheliuspers, in een oplage van 150 exemplaren, met een erudiet naschriftje van Van Straten. In Nederland beleefden we geen bijzonder rumoerige tijd, en dus kraaide er geen haan naar.

Nu is de tweedracht doorgedrongen tot de boezem van het kabinet, en weer is de vrijheid van meningsuiting in het geding. Bijna een halve eeuw geleden was dat ook het geval. Toen ging het om de vraag of het volk mocht weten wie Greet Hofmans was, en of de kranten dat mochten schrijven. Pas na een heftige strijd van jaren is het toen min of meer zo ver gekomen. In zijn Haagse Post vatte Mr. G.B.J.Hiltermann de problematiek in één zin samen: `In couranten van verder afgelegen landen worden wij voorgesteld als halve garen.'