Ruikt naar burgerzin

Waar was Krist Novoselic al die tijd gebleven? Terwijl drummer Dave Grohl na de zelfmoord van Kurt Cobain in april 1994 furore maakte met zijn matige band Foo Fighters, bleef het lang stil rond de boomlange voormalige bassist van de legendarische rockgroep Nirvana.

Nu blijkt dat Novoselic zich de laatste tien jaar op de politiek heeft gestort. Hij voerde tot in hoorzittingen van de Amerikaanse Senaat strijd tegen censuur in de popmuziek, trad op bij betogingen tegen vrijhandel in Seattle in 1999 en roerde zich in de regionale politiek van de staat Washington. Over zijn politieke idealen heeft hij nu een aanstekelijk boekje geschreven: Of Grunge and Government. Let's Fix This Broken Democracy!

De voormalige rockster ziet duidelijke parallellen tussen zijn roeping als muzikant en als activist. Zowel in de politiek als in de muziek zijn mensen volgens hem op zoek naar nieuw engagement. Begin jaren negentig was die in de mainstream van de popmuziek ver te zoeken, tot de rockrevolutie die Nirvana ontketende. De grunge-band kwam voort uit het circuit van alternatieve bands, clubs en kleine tijdschriften dat de linkse idealen van punk koesterde: mensenrechten, feminisme en ecologisch bewustzijn. Nirvana bracht die idealen naar het grote publiek volgens Novoselic – waarbij hij even vergeet dat Kurt Cobain ook heel wat nihilisme en depressie over het voetlicht bracht, met cynische meezingers als `I'm a negative creep, and I'm stoned.'

Toch is de hoop van Novoselic dat net zo'n `alternatieve' golfbeweging nu ook mogelijk is binnen de mainstream van de politiek. Hij houdt een gloedvol pleidooi voor het trage, maar uiteindelijk bevredigende, werk van het afdwingen van hervormingen binnen de democratische instituties. Novoselic woonde in zijn jeugd in Belgrado en dat lijkt hem voorgoed te hebben genezen van revolutionaire `Alles-moet-weg!'-romantiek.

Hij windt zich op over drie dingen: de lage opkomst bij verkiezingen, het tweepartijenstelsel, dat een te schrale keus biedt, en het winner take all-systeem, waardoor te veel stemmen verloren gaan. Hij doet voorstellen om het democratische kiessysteem te revitaliseren, door onder meer verschillende varianten van een representatief stelsel, waarbij de winnaar er niet met de hele winst vandoor gaat. Die hoofdstukken lezen door het gegoochel met modellen soms als een werkstuk van een overenthousiaste student politicologie. Voor een pleidooi voor politieke passie is het boek – door die nadruk op procedures – merkwaardig a-politiek. Bush en Kerry komen er niet in voor. De Amerikaanse popmuziek is nu meer gepolitiseerd dan lange tijd het geval was, maar van die woede en verontwaardiging over de regering-Bush vind je bij Novoselic weinig terug.

De hoge opkomst bij de presidentsverkiezingen deze maand laat zien dat er niet per se staatsrechtelijke hervormingen nodig zijn om het aantal stemmers omhoog te krijgen. Als er wat te kiezen valt, blijkt het wel degelijk mogelijk om meer jongeren naar de stembus te lokken. Kerry kreeg onder jongvolwassenen tussen de 18 en 29 jaar elf procent meer stemmen dan Bush. De opkomst onder jongeren was acht procent hoger dan vier jaar geleden. Het is weer cool om over politiek te praten, concludeert filmmaker Michael Moore optimistisch op zijn website. De vraag is of dat ook zo blijft, nu is gebleken dat de youth-vote niets heeft uitgehaald.

Krist Novoselic: Of Grunge and Government. Let's Fix This Broken Democracy! RDV Books, 103 blz. €12,27