Kwetsende letteren

A. Heumakers misbruikt in zijn stuk `De grenzen van het spel' (Boeken, 12.11.04) de moord op Th. van Gogh om op een oude vete met mij terug te komen. In de Volkskrant, waarin wij tien jaar geleden beiden schreven, beweerde Heumakers, zoals nu weer, dat de aanval van filmer en schrijver Th. van Gogh op schrijver en filmer L. de Winter hooguit op antisemitisme leek. Ik, en de Hoge Raad der Nederlanden, vonden dat iemand die antisemitische beledigingen uit, een antisemiet is. Het ging Van Gogh trouwens niet alleen om De Winter, zoals andere slachtoffers die toevallig joden waren hebben moeten ervaren. Het lijkt mij nu niet het moment om zijn smerigste uitlatingen te citeren.

Wat W.F.Hermans hiermee te maken heeft, ontgaat mij. Hermans en ik waren het meestal eens, maar we hielden van polemiek, ook tegen elkaar. Ik tart Heumakers om in het aan mij opgedragen boek ook maar één enkele alinea te vinden waarin Hermans mij aanvalt en waar hij, Heumakers, het met die aanval eens is. Zijn suggestie Theo van Gogh moet Hermans beter zijn bevallen is vals, zeker nu beiden dood zijn.

Naschrift Arnold Heumakers:

Merkwaardig dat Brandt Corstius een boek waarin hij wordt aangevallen als exemplarisch vertegenwoordiger van `het lasterlijke gezwets dat ,,moet kunnen'', dat gedoogd wordt en bekroond' (Malle Hugo, blz. 7) aan hem `opgedragen' noemt. Hermans had niet eens alléén hem op het oog; vandaar dat ik schreef dat hij werd aangevallen als `een van de boegbeelden van het door Hermans zo verfoeide linkse Nederland'.

Maar dat neemt niet weg dat Brandt Corstius op dezelfde bladzijde (evenals elders in het boek, raadpleeg de index) ook persoonlijk een veeg uit de pan krijgt als `de pseudo-progressieve schreeuwlelijk, de Kleine Roerganger van de Informatica, de hysterische bijstandsvader die indertijd met leugens, beledigingen en stommiteiten de hoogleraar Buikhuisen geheel ten onrechte nagenoeg het graf in schreef door hem voor nazi uit te maken'.

Of ik het hier mee eens ben, doet niet terzake. In mijn stuk ging het om de literaire genealogie van een manier van polemiseren waarbij argumenten er nauwelijks meer toe doen. Die genealogie leidt onder anderen van Van Gogh, via Brandt Corstius, naar Hermans.