Kameleon achter Berlusconi

Italië heeft een nieuwe minister van Buitenlandse Zaken. Het is de ambitieuze Gianfranco Fini, een intelligente en pragmatische kameleon, die zijn neofascistisch verleden verruilde voor meer macht. Een politicus die hoopt ooit Silvio Berlusconi op te volgen als leider van centrum-rechts in Italië.

Fini, geboren in 1952, is zoon van een fascistische vader. In 1969 sluit hij zich aan bij het Jeugdfront, de jongerenafdeling van de neofascistische partij Movimento Sociale Italiana (MSI). ,,Niet als overtuigd fascist, maar meer uit anticommunistische overwegingen'', zo heeft hij altijd beweerd. In de jaren zeventig, wanneer neofascistische en extreem-linkse jongeren elkaar naar het leven staan, weet Fini zich te onthouden van publiekelijk aantoonbare misdragingen. Wel werkt hij zich in die gewelddadige atmosfeer op tot de voorbestemde opvolger van MSI-partijleider Giorgio Almirante. Als jonge MSI-aanvoerder leidt Fini jaarlijks de mars naar het graf van Mussolini, die hij in 1994 nog ,,de grootste staatsman van de twintigste eeuw'' noemt.

Daarna verandert Fini definitief van gedaante. De corruptieschandalen die de Italiaanse politiek inmiddels in de greep hebben en de opheffing van de christen-democratische partij leiden tot een machtsvacuüm waar hij kundig op inspeelt. Hij doopt de naam van zijn partij om in Alleanza Nazionale, ontdoet zich van het stempel neofascist, en mikt voortaan op alle conservatieve en nationalistische kiezers. In een coalitie met Silvio Berlusconi leidt hij zijn partij in 1994 en vervolgens in 2001 naar het centrum van de macht.

Sindsdien werkt hij gestaag door aan zijn legitimering als normaal conservatief en rechts politicus en oogst hij bij links en rechts lof vanwege zijn redelijkheid. Waar zijn coalitiegenoten uitblinken in racistische (Bossi), blunderende (Berlusconi) of religieus fundamentalistische (Buttiglione) uitspraken, blijft Fini de rust zelve en doet hij er het zwijgen toe. ,,Fini heeft niks gezegd, maar hij heeft het goed gezegd'', zo complimenteerde mediasocioloog Gini Agnese hem eens.

Tijdens een boetedoeningsreis naar Israël, vorig najaar, stelde Fini dat het fascisme het ,,absolute kwaad'' belichaamt: ,,Zoals de shoah het absolute kwaad vertegenwoordigde, is ook het fascisme dat, omdat het de shoah mede mogelijk heeft gemaakt.'' Op de vraag of hij van mening is veranderd over Benito Mussolini zei hij: ,,Natuurlijk, anders was ik niet naar Israël gekomen.''

Zijn achterban mort hierover. Allessandra Mussolini, kleindochter van de dictator, verlaat de partij, maar Fini ,,de kille'' bindt niet in. Volgens Marco Tarchi, politiek wetenschapper en kenner van Italiaans rechts, weet Fini als de beste dat de achterban van Alleanza Nazionale leidt aan een ,,Mozes-complex'': ,,Men voelt zich verlaten door zijn leider, maar zal de voorman nooit in de steek laten.''

In Europa stemt Fini begin jaren negentig nog tegen het Verdrag van Maastricht over de monetaire unie. Hij pleit voor steun aan Servië tegen Kroatië in de hoop dat Italië zich na de overwinning van Servië het Kroatische Dalmatië kan toe-eigenen. Maar na zijn gedaanteverandering in de Italiaanse politiek presenteert hij zich als een overtuigd Europeaan. Zijn voorbeelden heten niet meer Le Pen en Mussolini, maar democratische grondleggers van Europa als De Gasperi en Adenauer. Namens Italië zette hij zich in voor de Europese grondwet.

Europa kan er dan ook gerust op zijn dat Fini als minister van Buitenlandse Zaken zijn kalme opstelling zal handhaven, meent politicoloog Tarchi: ,,Zolang voorzichtige, pragmatische en conservatieve politiek hem aan meer macht helpt, heeft de machiavellist Fini er geen belang bij om zijn fascistisch verleden opnieuw te omarmen.''