In gesprek

Een politieke moord – volgens premier Balkenende kan het niet in dit land. Maar of het nu kan of niet, het gebeurt allemaal wel. En de gewone misdaad gaat ondertussen gewoon door.

In de canon van de vaderlandse geschiedenis, die onlangs in NRC Handelsblad (zie www.nrc.nl/canon/) werd gepubliceerd, staat dat de moord op Pim Fortuyn de eerste politieke moord was sinds de afslachting in 1672 van de gebroeders De Witt door het Haagse gepeupel.

Twee politieke moorden in nog geen vierhonderd jaar, dan mag je als land gerust tot een hoogstaande beschaving worden gerekend. Wat helaas niet wil zeggen dat er tussen 1672 en 2002 niet heel wat is afgeslacht en gemoord. En trouwens, lang daarvoor vloeide er ook al flink wat bloed door het oneindig laagland.

In de Gemeentebibliotheek van mijn woonplaats staan bijvoorbeeld vijf delen van de Documenta Anabaptistica Neerlandia. Dat zijn de zogenoemde Martelaarsboeken van de Wederdopers. Als u echt in de war wilt raken, moet u eens lezen hoe zij in de zestiende eeuw werden onthoofd, verbrand, verdronken of, om het dichter bij huis te houden, in hun eigen deurpost werden opgehangen. En Jan van Schaffelaar sprong ook niet voor de lol van die toren in Barneveld.

Maar dat waren geen politieke moorden, maar doodvonnissen die werden voltrokken in naam van het heersende gezag. Om de boel bij elkaar te houden, zal ik maar zeggen.

Als ik de twee hoogleraren geschiedenis die de canon hebben samengesteld, goed heb begrepen, is een politieke moord een moord van een burger op een politiek figuur. Dus de moord op de gebroeders De Witt was eigenlijk geen politieke moord, want het gevolg van een gezagskwestie tussen de Regenten en de familie van Oranje. Zoals de aanslag op Willem de Zwijger in opdracht van de koning van Spanje werd gepleegd. Zoals prins Maurits er niet tegen was dat het geleerde hoofd van de romp van zijn leermeester Johan van Oldenbarnevelt werd gescheiden.

Kruistochten, godsdiensttwisten, de kolonisaties van Oost-Indië, Suriname, de Antillen, de slavenhandel, de Atjeh-oorlog, de Apartheid, de eerste en de tweede politionele actie, Srebrenica, en zo voort en zo verder, ze hebben veel bloed door het vergiet van de vaderlandse geschiedenis doen stromen.

Je vraagt je wel eens af: Hoe kan dit in dit land? Het kan overal elders, maar in dit land kan dit eigenlijk niet. Balkenende zei het zelf: `Dit kan niet in dit land.' Capelle in de bocht. Hulpwerkwoorden worden wel vaker naar de omstandigheden aangepast. Maar of het nu kan of niet, het gebeurt allemaal wel.

Ondertussen gaat ook de gewone misdaad gewoon door. Een paar weken geleden werd in Delfshaven een café overvallen. Twee gewapende mannen met bivakmutsen dwongen de eigenaar en de klanten op de grond te gaan liggen. De eigenaar had nog de tegenwoordigheid van geest gehad om op de knop van het stil alarm te drukken. Terwijl iedereen doodsbang op de grond lag, ging de telefoon. Niemand nam op, natuurlijk. Naar later bleek had de politie gebeld om te vragen of er iets aan de hand was. In Hollywood zou je voor zo'n scenario een Oscar krijgen.

Stil alarm, groot alarm, loos alarm, proefalarm, er wordt heel veel gebeld, de ringtones klingelen het hele jaar vrolijker dan de bellen van de kerstman door het land. Maar omdat iedereen voortdurend in gesprek is, worden heel veel telefoons niet opgenomen.