Het is niet goed of het deugt niet

Bij ontwikkelingsvraagstukken loopt men vaak aan tegen het klassieke dilemma dat een oplossing voor een probleem negatieve bijwerkingen heeft. Een bekend voorbeeld daarvan is de keuze tussen een betaalbaar medicijn waaraan tien procent van de gebruikers overlijdt en een medicijn dat geen bijwerkingen heeft, maar dat zo duur is dat het slechts door één procent van de bevolking kan worden gekocht. Economen die zich specialiseren in ontwikkelingseconomie krijgen dit vraagstuk tijdens hun studie voorgelegd en ontlenen er enige professionele trots aan dat zij kunnen inzien dat het slechte medicijn toch het goede is en het goede medicijn het slechte.

Het vreemde en verwarrende nu is dat dit professionele inzicht door economen lijkt te worden vergeten wanneer het gaat om het vraagstuk van de schuldenlast van de armste landen. Voor deze landen werd al in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw steeds duidelijker dat de rentebetalingen en aflossingen zo zwaar op het nationale inkomen en de betalingsmogelijkheden drukten dat daardoor noodzakelijke uitgaven voor onderwijs en gezondheidszorg in het gedrang kwamen. In veel gevallen werd zelfs veel meer aan rente en aflossing op leningen betaald dan aan ontwikkelingsuitgaven in totaal kon worden besteed. Waarom schelden we die schulden dan niet kwijt?

Topeconomen bij IMF en Wereldbank zijn verklaarde tegenstanders van het plan van volledige schuldvergeving waarachter de `andersglobaliste' Noreena Hertz zich plaatst in IOU. Het gevaar van de internationale schuldenlast (`IOU' verwijst naar het Amerikaanse acroniem voor `I owe you'). Natuurlijk hebben die topeconomen gelijk: schuldverlichting wordt gefinancierd uit het budget voor de officiële ontwikkelingshulp en dat zou niet moeten gebeuren op basis van de zonden uit het verleden (de schuldenlast) maar op basis van performance, prestaties. Als je buitenlands kapitaal niet op basis van meetbare prestaties beschikbaar stelt, dan is dat weggegooid geld.

Maar toch. De regeringen van ontwikkelingslanden die moeten presteren lijken dan op hordenlopers die strijden om het goud, maar met een nog steeds ondragelijke schuldenlast op hun rug. Kortom, het goede medicijn is het slechte en het slechte medicijn zou wel eens het enige relevante middel kunnen zijn. Schuldvergeving aan de allerarmsten kan snel, zonder bureaucratische vertraging en tegen relatief geringe lasten worden gerealiseerd. Veel schulden zijn opgebouwd door politieke steun aan malafide regimes die het Westen nu niet meer en zeker niet meer in zo'n mate zou steunen. De leningen hebben hun geopolitieke nut gehad en deze investering zou net als andere investeringen die tijdens de Koude Oorlog werden gedaan, moeten worden afgeschreven. Wie een oorlog wint, ook al is het de Koude, moet zijn verlies nemen.

Versailles

Ondraaglijke schulden die na een oorlog voortduren, leiden onvermijdelijk tot politieke instabiliteit en vormen het zaad voor onrust en oorlog. Dit inzicht is van alle tijden en plaatsen. Na de vrede van Versailles schreef de bekende econoom John Maynard Keynes bijvoorbeeld in The economic consequences of the peace dat de opgelegde Duitse herstelbetalingen onzinnig waren en een tijdbom onder de stabiliteit van het Europese continent. Volledige schuldvergeving is het snelste middel zo'n bom te detoneren. Een paardenmiddel, maar het enige dat op korte termijn beschikbaar is.

Het is gezien deze waarheid als een koe jammer dat Noreena Hertz de zaak van schuldvergeving met haar jongste boek, de opvolger van haar debuut The Silent Takeover over de macht van het bedrijfsleven, geen goed doet. Alles, maar dan ook alles is fout in haar ogen. Andersom gezegd: niets, maar dan ook niets is goed in dit boek. Indien overheden kapitaal zonder condities verschaffen is dat altijd verkeerd omdat het wordt aangewend voor zogenoemde cathedrals in the desert: prestigeprojecten die economisch niet levensvatbaar zijn. Exportfinanciering wordt louter op basis van geopolitieke overwegingen gegeven of subsidieert de wapenindustrie en houdt daarmee dictators in het zadel. Maar worden er wél condities verbonden aan kapitaalverstrekking, dan is dat bevoogdend of vormt het een ernstige belemmering voor werkgelegenheid en groei en daarmee voor de stabiliteit. Groeit de economie van het ontwikkelingsland, dan wordt het heilloze groeipad van het Westen gekopieerd en dat leidt alleen maar tot milieuvernietiging en global warming. Investeert men in raffinaderijen, dan is dat slecht voor het milieu en investeert men in waterkrachtcentrales, dan vernietigt dat onvervangbare natuurwaarden. En zo verder.

Het enige dat men als verantwoordelijke westerling dus kan doen is: niets. Of althans, alleen datgene dat én de democratie versterkt én bijdraagt aan het behoud van het milieu én de allerarmsten ten goede komt én werkgelegenheid schept én duurzame groei versterkt. Alles, dus.

Illusoir

Noreena Hertz kiest al met al voor het enige medicijn dat goed is en juist, ook al is dat in verreweg de meeste gevallen niet toepasbaar. De evidente consequentie van die keuze lijkt niet te zijn doorgedrongen tot de auteur. Ontwikkelingslanden zullen dan namelijk niet langer méér kunnen investeren dan ze besparen. Daarmee is substantiële ontwikkeling binnen de tijdspanne van een generatie volkomen illusoir tenzij draconische maatregelen genomen worden om besparingen te forceren in een economie waar de bevolking toch al grotendeels op de rand van het bestaansminimum balanceert. Zo is het juiste medicijn, als altijd, de vijand van het betere.

Overigens is het onverdraaglijke aura van morele superioriteit er nog meer dan het ontbreken van oplossingen debet aan dat dit boek onleesbaar en niet overtuigend is. Hertz is niet bereid te accepteren dat je om te kunnen leren hoe je iets goeds kunt doen dikwijls eerst fouten moet maken. Ook heeft ze, waarschijnlijk vanuit haar gevoel dat zij alleen voor een rechtvaardige zaak strijdt en de rest van de wereld moreel verwerpelijk is, een keus gemaakt voor een vorm en een stijl die bij tijd en wijle demagogisch zijn. Het boek staat bol van de anekdotes, oncontroleerbare stellingen, halve en hele onwaarheden, persoonlijke vooroordelen (`Alle handelaren die ik ken hebben een tic') en rancune jegens een vorige werkgever die het ene slechte medicijn verkoos boven het andere slechte medicijn. De zaak van schuldvergeving aan de armste landen is een serieuzere aanpak waard.

Noreena Hertz: IOU/I Owe You. Het gevaar van de internationale schuldenlast. Vertaald door Ed Lof. Contact, 256 blz. €24,90