Het boek is meer dan ooit bedreigd

Bibliotheken worden bestolen, vernietigd, opgegeten en verkocht. Een Britse journalist inventariseerde de puinhopen, maar blijft optimistisch.

In april 2003 gingen de nationale bibliotheek, de archieven en het museum van Bagdad in vlammen op: journaalbeelden van verkoolde handschriften, van suppoosten en conservatoren in tranen. De moedwillige vernietiging van boeken en kunst is een beeld dat op het netvlies brandt, een geweldsdaad die zich laat voelen als een doelbewuste poging om de identiteit (nationaal, etnisch, religieus of anderszins) van een groep te gronde te richten. Die identiteit bestaat immers bij de gratie van een gedeeld verleden, tastbaar in woord en beeld. De vernietiging van dat erfgoed staat gelijk met collectief geheugenverlies.

De verschrikkingen in Bagdad zijn, helaas, alleen maar het voorlopig laatste hoofdstuk in een lang verhaal over boeken en handschriften als oorlogsslachtoffers. Nicholas A. Basbanes vertelt dat verhaal in zijn nieuwste boek A Splendor of Letters: The Permanence of Books in an Impermanent World. Hij werd tijdens het schrijven alweer ingehaald door de geschiedenis, zodat de gebeurtenissen in Irak alleen maar als treurig slotakkoord van zijn boek klinken. Het is tevens het beeld waarmee hij zijn imposante trilogie over de wereld van het boek afsluit. A Gentle Madness: Bibliophiles, Bibliomanes, and the Eternal Passion for Books over (geobsedeerde) boekverzamelaars verscheen in 1995, en in 2001 volgde Patience and Fortitude: A Roving Chronicle of Book People, Book Places, and Book Culture. Uit de titels is al op te maken dat Basbanes, van huis uit journalist, zijn bibliografische thema's niet als zware kost opdient. Door zijn aanpak – anekdotisch, met veel gevoel voor detail en gebaseerd op gedegen onderzoek – bereikt hij terecht een breed publiek.

In A Splendor of Letters passeren allerlei vormen van tekstvernietiging en boekbedreiging de revue, in een treurigmakende optocht van voorbeelden uit heden en verleden. Basbanes overziet een slagveld van verwoeste bibliotheken, verdwenen handschriften, door beestjes opgegeten documenten, gestolen incunabelen, vergeeld papier en door vuur verteerde meesterwerken. Of het nu de mens is, een natuurramp of een insect: het gevaar ligt overal op de loer. Het boek is een bedreigde diersoort.

Het meest recente voorbeeld (na Irak) van moedwillige boekverwoesting was de aanval op de Nationale en Universiteitsbibliotheek van Bosnië en Herzegovina in Sarajevo, in augustus 1992, door Servische troepen. Behalve ruim 155.000 zeldzame boeken en handschriften, gingen unieke archiefbestanden, volledige jaargangen van talloze tijdschriften en kranten, fotocollecties en de kaartcatalogus verloren. Het drama werd door het hoofd van de Nederlandse delegatie van de European Community Monitor Mission gekarakteriseerd als `de moord op de culturele identiteit van een volk.' Eeuwen eerder al realiseerde de Franciscaan Diego de Landa zich terdege dat zijn bekeringspogingen weinig effect hadden, zolang de Maya's bij hun godsdienstige ceremonies hun `heidense' teksten konden blijven gebruiken. Duizenden handschriften werden in 1562 op zijn bevel verbrand en een (religieuze) cultuur ging definitief verloren.

British Library

Als teksten niet door het vuur worden verteerd, dan vallen ze wel ten prooi aan vandalen en dieven, zelfs aan hun bewaarders. Want ook in de bibliotheek is het boek niet veilig. Exemplaren die niet vaak genoeg worden geraadpleegd, worden verruild, door ruimtegebrek, voor meer courante titels en vervolgens verkocht of, nog erger, vernietigd. In 2001 schudde de schrijver Nicholson Baker de Anglo-Amerikaanse bibliotheekwereld op met Double Fold, zijn tirade tegen de microverfilmingpraktijken van, onder meer, de British Library in Londen en de San Francisco Public Library.

Basbanes doet het werk van Baker dunnetjes over en komt daarnaast met angstwekkende voorbeelden van de uitverkoop van `afgeschreven' boeken, zelfs van afstoting van hele collecties. De redenen daarvoor – het ligt voor de hand – zijn bijna altijd economisch: gebrek aan ruimte, gebrek aan geld. Nijpende financiële tekorten lagen ten grondslag aan de controversiële verkoop, in 2002, van de gehele bibliotheek van de Massachusetts Horticultural Society, één van de meest toonaangevende botanische verzamelingen ter wereld. Na de veiling bij Christie's, die dankzij de topstukken bijna drie miljoen euro opleverde, verklaarde de voorzitter van de Society geen enkele spijt te hebben omdat de boeken toch nauwelijks werden geraadpleegd. Maar antiquaren en conservatoren spraken hun afgrijzen uit over de ontmanteling van een historische verzameling, die grotendeels dankzij legaten en schenkingen bijeen was gebracht.

A Splendor of Letters is een litanie van rampspoeden, maar uiteindelijk is het geen pessimistisch betoog. Want Basbanes gelooft heilig in het voortbestaan van het geschreven woord – in welke vorm en wat voor materiaal ook. De eerste helft van zijn boek is gewijd aan de (soms zeer toevallige) overlevering van teksten, van inscripties uit de klassieke oudheid en kleitabletten tot papyrusrollen en middeleeuwse handschriften. Het is hem niet zozeer te doen om de fysieke vorm van deze informatiedragers als zodanig, maar meer om wat die vorm impliceert voor behoud én begrip van die informatie.

Kleitablet

Basbanes stelt prikkelende vragen. Wat zegt een kleitablet ons als we de inscripties niet kunnen ontcijferen? Gaat er informatie verloren als we geen origineel maar een facsimile gebruiken? Ook in de tweede helft van het boek, waarin de auteur vooruit kijkt, gaat het hem om dat verband tussen vorm, materiaal en inhoud. Heeft het boek nog een plek in de toekomst of wordt het definitief verdrongen door nieuwe media?

Op de Frankfurter Buchmesse van dit jaar maakten boeken nog net de meerderheid van het aanbod uit, maar dat zou in 2005 wel eens anders kunnen zijn. De vraag die Basbanes stelt, is of dat wel wat uitmaakt. Nieuwe technologieën voor informatieoverdracht zijn altijd al met argusogen bekeken. De zestiende-eeuwse humanist Johannes Trithemius stak de loftrompet over het handschrift, en liet zich sceptisch uit over de toekomst van de nieuwste hype uit zijn tijd, het gedrukte boek: `Woorden op perkament zullen duizenden jaren overleven. Het gedrukte woord staat op papier. En hoe lang zal dat overleven?' (Trithemius liet zijn protesten in druk, en niet in handschrift verspreiden).

Dezelfde geluiden klinken nu ten aanzien van de digitale ontwikkelingen. Hebben wij straks nog boeken van papier en inkt in onze handen, of niet – en wat impliceert dat voor leesgedrag en informatieoverdracht? Ook hier toont Basbanes zich optimistisch: de fysieke ervaring van de lezer – het vasthouden van een boek, het omslaan van de pagina's – waarborgt volgens hem het voortbestaan van het medium. De mens is de grootste vijand, maar vooral ook de beschermer van het boek.

Dat wil niet zeggen dat we ons over ons papieren erfgoed geen zorgen hoeven te maken. Aan Basbanes' relaas kan sinds kort weer een nieuw dieptepunt worden toegevoegd: op 2 september 2004 werd de zeventiende-eeuwse Herzogin Anna Amalia Bibliothek in Weimar grotendeels in de as gelegd. Tienduizenden boeken gingen verloren, onder meer de grootste Faust-collectie ter wereld, en een unieke verzameling bijbels en zeldzame Nederlandse uitgaven uit de zestiende eeuw.

Nicholas A. Basbanes: A Splendor of Letters. The Permanence of Books in an Impermanent World. Harper Collins, 444 blz. €37,75