Het beeld

De vraag wie de dader is, of naar de schuld of onschuld van de verdachte, vormt het dankbare onderwerp van de whodunit en de rechtbankfilm. Britse, Duitse, Amerikaanse en soms zelfs Nederlandse misdaadseries hebben veel bekijks op televisie. Maar er gaat niets boven het ontrafelen van een echt gebeurde misdaad in het non-fictiegenre.

Opsporing verzocht (AVRO) en de vele varianten op deze oervorm komen tot stand op instigatie van politie en justitie. Vaak zijn die opgeklopte politieberichten nogal saai en stijf. Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (SBS6) kun je niet echt verdenken van functioneren in het verlengde van de autoriteiten. Hij heeft het juist vaak met hen aan de stok, omdat hij blunders aan de kaak stelt. Gisteren viel het mee, en leek de reconstructie van de verdwijning van de Amsterdamse Deborah Rosiek in 2003, daags voordat ze met een keizersnede van haar tweeling zou bevallen, zelfs in samenspraak met de politieregio Amstelland tot stand te zijn gekomen. Aan het slot verwees De Vries tips door naar de politie, maar hij voegde eraan toe dat het publiek ook hemzelf mag waarschuwen. Tien tegen een dat kijkers dat liever doen.

Er is vaak de spot gedreven met de klungelig nagespeelde scènes in het programma van De Vries. Toch zijn ze vaak wel effectief. De langzame onthulling gisteren dat ook een aspirant-moeder nog geen heilige hoeft te wezen vond ik interessanter dan een aflevering van Inspector Morse.

Gruwelijker was de lange lijst van `vermoorde kinderen' (beter: `door een ouder of verzorger gedode kinderen') in Zembla (VARA). De vermelding van details, strafmaat en betrokkenheid van de hulpverlening verwekte sensatie en diende politieke doeleinden.

In het kader van de themaweek Geheim geweld gaf ik gisteren de voorkeur aan de door VPRO's Import uitgezonden Franse documentaire Avant les assises, une affaire de viol. Regisseur OIivier Ballande volgt daarin gedurende enkele maanden twee mensen, een vrouw van 24 en haar voormalige stiefvader van 40, bij hun voorbereidingen op een aanrandingsproces voor het hof van assisen in Parijs. Zestien jaar eerder zou hij haar tot seksuele handelingen hebben gedwongen. Beiden zie je intensief in gesprek met hun advocaten. De verdachte ontkent in alle toonaarden, hoewel hij eerder bij de politie een bekentenis aflegde. Het slachtoffer is beurtelings woedend, in tranen en depressief, en wil bloed zien.

Door de strakke en simpele vorm raak je als kijker geobsedeerd door de vraag wie van beiden de waarheid spreekt. Aanvankelijk koos ik voor de verdachte, maar zijn verhaal rammelde steeds meer. De avond voor het proces, in de auto van de verdediger, komt het hoge woord eruit. Als de verdachte bekent, zal zijn gevangenisstraf lager uitvallen, maar is het waarschijnlijk dat zijn huidige vriendin hem in de steek zal laten. Dan maar liever een paar jaar langer brommen en de kans dat ze op hem zal blijven wachten. Ondanks haar hysterie sprak het slachtoffer dus de waarheid.

Zo'n klassieke documentaire zou op IDFA niet misstaan.