God is op zakenreis

Tom Waits is terug, met drie concerten. Een miljoen fans vochten vergeefs om een kaartje. Daarom een verslag van Waits' eerste Europese optreden, in België.

aar welke kant hij ook loopt, Tom Waits heeft altijd wind tegen, lijkt het. Met de hand aan zijn hoed, gebogen en een beetje haastig komt hij op. Dan staat hij er. Achter de microfoon van de Bourla, een theater in Antwerpen, voor het eerste concert van zijn Europese tournee. Hij recht zijn rug. Het is zijn eerste tournee in vijf jaar.

Hij mag dan weinig optreden, Tom Waits weet alles over showbizz. Van het Duitse cabaret in de jaren dertig tot het succes van mismaakte freaks in het circus. Hij weet dat je van het ergste gebrek nog entertainment kunt maken, en dat je uit het smerigste geluid nog muziek kunt peuren.

Tom Waits heeft er een carrière op gebouwd.

Toen twee maanden geleden zijn drie optredens in Amsterdam werden aangekondigd, brak hier de Waits-koorts uit. Telefoondraden smolten en websites crashten toen naar verluidt één miljoen mensen hun best deden een van de ruim vijfduizend kaarten te bemachtigen. De optredens in Carré, vanavond, morgen en overmorgen, waren in 15 minuten uitverkocht.

Voor zijn enige optreden in België, op deze zaterdag 13 november, is heel existentialistisch Antwerpen uitgelopen. Op de roodpluchen stoeltjes tussen de goud geschilderde pilaren zit een gevarieerd publiek van jong en oud, allemaal in het zwart. Een paar mannen vallen op dankzij witte T-shirts met de tekst `Waits-watchers' op de rug. Naast me zit een Engelse dame die vanmorgen uit Londen is komen vliegen. ,,Tom is genius, genius, ten times genius'', zegt ze hartstochtelijk.

Dan gaan de lichten uit. Marc Ribot pakt een gitaar, Larry Taylor een bas, Brian Mantia zijn stokken, en ze beginnen.

1 Make It Rain

Het openingsnummer is een statement. Het is sober, intens en bijna aanstootgevend in zijn rauwheid. Zijn de speakers opgeblazen, is de microfoon overstuurd? Toch schuilt in de naakte tonen ook iets lieflijks. Dit liedje is typisch voor Tom Waits in 2004: hij probeert de romantiek knock-out te slaan, maar die komt steeds weer overeind.

Waits, in loodgrijs pak, staat voor op het podium, omringd door gitaren en megafoons. Het toneel ziet eruit als een uitdragerij. In het midden een verzameling versterkers, snoeren, iets wat lijkt op een afgedankt tv-meubel, een rek met gitaren van Marc Ribot, een stel drums en trommels. Muzikanten laten zich doorgaans omringen door hun apparatuur, maar Waits en zijn band doen het andersom.

Voor het eerst in zijn geschiedenis speelt Waits tijdens de concerten geen piano. Net als op zijn laatste cd, Real Gone, is de hoofdrol nu voor de gitaar van meester Marc Ribot. Ribot was ooit een jazzcat bij de New Yorkse Lounge Lizards. Hij werd weggekaapt door Tom Waits voor zijn cd Rain Dogs (1983) en later door Elvis Costello. Larry Taylors bastonen mummelen en Mantia's trommels zijn gedempt, maar Ribots gitaar is helder en scherp alsof hij de klanken kerft met een glasscherf: `It's the same old world/ but nothing looks the same/ make it rain/ make it rain/ make it rain.'

Freaks, het circus, houten benen en andere symbolen van de zelfkant zijn Waits favoriete onderwerpen. Maar het liefst zingt hij over regen. Zodra Tom Waits zijn mond opendoet, komt er regen uit, zo lijkt het. Regenwater stroomt, miezert, plenst. Regen spoelt schoon, verzuipt of zorgt voor een melancholisch straatbeeld. Regen verwijst naar tranen, naar bijbelse gesel, en vruchtbaarheid. En dan zijn er nog de raindogs, rainbirds en zelfs rainbaby's die door de liedjes zwerven. Raindog is slang voor iemand die verdwaald is, en de weg naar huis niet meer weet – kortom, het type waarmee Waits zich in de liedjes nogal eens vereenzelvigt.

Op de tweede plaats van geliefde onderwerpen staat de roos. Maar niet de stralende roos die groeit tegen de verdrukking in, zoals Aretha Franklin haar ooit bezong. De roos van Waits wordt mishandeld. Over zo'n roos zingt Waits in het liedje `Trampled Rose', op zijn laatste cd; ze ligt op de snelweg en werd tientallen keren overreden door auto's. Ze is niet meer mooi, maar ze wordt opgemerkt en met liefde bekeken door Waits. Net als de meeste van zijn personages.

2Don't Go Into That Barn

Na het eerste nummer roept iemand uit het publiek: ,,We missed you''. Waits antwoordt nauwkeurig: ,,I missed you too. Both individually and as a group''. Hij pakt een amberkleurige gitaar. Zijn grote handen harken over de snaren, zijn stem is nu een human beatbox. Geblafte klanken vormen een ritme: grow-hee-grow-hee. Even blijft hij hangen bij een geciviliseerd stukje doo-wop, dan bijt hij zich vast in het laarzen stampende, pikhouweel zwaaiende ritme van de chain-gang: het ritme van geketende slaven op het veld die zichzelf toezingen met knoestige blues. Zijn mond-beats worden overgenomen door de ingenieuze elektronica van drummer Brian Mantia.

Waits fluistert, grauwt en fleemt het verhaal over arme gekke Everett Lee die verschanst zit in een oude schuur, high van tulpenwijn. Aan het eind van het nummer rijgen de woorden zich aan elkaar tot een bevrijdende stroom, net als de trein die in het lied ontsnapping biedt: van Louisville naar Henderson, van Henderson naar Smithland, van Smithland naar Memphis. Sneller en sneller gaan ze, de trein en de zanger.

Zijn handen zwaaien alsof hij een biefstuk mals slaat.

Muzikaal zit de 54-jarige Tom Waits nu in zijn derde leven. In de jaren zeventig zong hij gesoigneerde nummers over kroegtijgers en verloren meisjes, begeleid door zijn piano. De ontmoeting met zijn vrouw Kathleen Brennan, in 1980, bracht de ommekeer. Zij had een betere platencollectie, verklaarde hij: Captain Beefheart bijvoorbeeld. Swordfishtrombones (1983) was de eerste plaat waarop Waits zijn heil zocht in rammelige orkestjes die schots en scheef de melodieën benaderden. Van een soort Barry Manilow in zijn begintijd, veranderde Waits nu in een doorleefde zanger. Sinds die tijd klinkt zijn stem als iets dat door dikke aardkosten omhoog komt borrelen.

Na de trilogie Swordfishtrombones, Rain Dogs en Franks' Wild Years, brak in de jaren negentig een nieuwe periode aan. Op platen als Black Ryder en Mule Variations was Waits nog schonkiger en weerbarstiger. Ook de platenstroom werd onregelmatig. Dit noemen we de deconstructivistische fase, en dat die nog niet is afgerond, blijkt uit de – nu letterlijk – gedeconstrueerde instrumentaties (opgehakte samples en beats) op het pas verschenen Real Gone.

6The Sins Of My Father

De zonden van zijn vader kosten Tom in Antwerpen enige moeite. Drie keer wordt het nummer opnieuw ingezet voor de toonsoort klopt. Is het show? Is het onmacht? Is het tijdrekken voordat de lange tocht begint?

Het lied heeft de cadans van een paard dat over de velden draaft. De schommelende gang biedt troost, en dat is maar goed ook, want het land is zwartgeblakerd en verwoest. Vogels vliegen krijsend uit de takken, de nacht valt als een bebloede bijl. Maar, gromt Waits, ,,Ik droom gewoon over Jenny met haar lichtbruine haar''. Tot hij beseft dat Gods gesust moet worden, om groter onheil te voorkomen. ,,I'm gonna take the sins of my father/ I'm gonna take the sins of my mother/ I'm gonna take the sins of my brother/ Down to the pool''. En hij wast ze ,,till the water runs clear''. Marc Ribot twinkelt er ongekend mild tussendoor, de drumstokken dragen vilten pantoffels.

Tom Waits werd geboren op 7 december, in 1949 in Pomona, Zuid-Californië. Vader Jesse Frank leerde zijn kinderen de liefde voor muziek, maar verliet het gezin toen Tom elf was. Daarna leefde vader Waits als een zwerver. Soms nam hij zijn kinderen mee naar Mexicaanse kroegen, om mariachi te zingen. Dan liet hij zich meeslepen door opgewonden stamgasten en vergat de kinderen in het café.

Zijn voorliefde voor oude mensen en oude muziek heeft volgens Waits iets met die vader te maken. Hij zag oudere muzikanten als vaderfiguren. Liedjes van The Beatles hoorde hij wel, maar het zei hem niets. Waits hield van Louis Armstrong, Bing Crosby, Howlin' Wolf. Hij was, naar eigen zeggen, argwanend jegens alles wat jong en nieuw was. Oudere mensen gaven hem een gevoel van richting.

Waits en zijn vrouw hebben vier kinderen, allemaal hiphop-fans. Zoon Casey verzorgde de scratches en tape-loops voor de nieuwe plaat.

7Table Top Joe

Het verhaal over dwerg Joe, die zo virtuoos piano kon spelen in het circus is de meezinger van de avond. Waits dirigeert zijn fans in het refrein ,,Table Top Joe, I'm Table Top Joe, I've trouble with the pedals, but I have a strong left hand''. Aanzienlijk vrolijker dan de oorspronkelijke versie op Alice, uit 2002, wordt hier de overwinning van een mens op zijn handicap gevierd.

9 God's Away On Business

Het tv-meubel rechts achter hem blijkt een traporgel. Dit zal het enige nummer blijken waarin Waits het instrument bespeelt. Maar lang kan hij zich niet concentreren op de voetpedalen. Krom als een gargouille danst hij er weer vandaan. God's away on business, pepert hij ons in, gevolgd door een duivels `Hà'. De gewone sterveling weet het nu zeker: ons schip zinkt en God heeft iets anders aan zijn hoofd.

15 Metropolitan Glide

,,Are you ready?'' roept Waits door een bovenmaatse megafoon. ,,Are you ready for the Metropolitan Glide?''. Al is dit het enige Waits-lied waarin een mobiele telefoon voorkomt, het nummer gaat over een ouderwetse dans: de Metropolitan Glide, populair in de ballrooms van New York in de jaren twintig van de vorige eeuw. Het ritme, gevormd uit Waits' eigen stem, wordt door Brian Mantia aan de samplemachine ontlokt. ,,Oemp-hak, oemp-hak'' begeleidt Waits zichzelf, Marc Ribot freakt op een trompet en het is moeilijk voor te stellen dat de woeste soldatendans die je hoort iets te maken heeft met dames in jaren twintig-jurken in New Yorkse salons.

Waits danst weinig. Maar als hij danst lijkt hij op een marionet waarvan de bespeler vergeet de touwtjes strak te houden. Tom Waits heeft iets met dansen. In interviews, als hij vertelt over de manier waarop hij nummers maakt, zegt hij ,,grote bewondering te hebben voor mensen die kunnen dansen alsof niemand naar ze kijkt''. Dat is ongeveer de houding die je met songschrijven moet aannemen, vindt hij: dat je je niets aantrekt van het feit dat het ook nog moet worden opgenomen en de wereld in gestuurd.

In de jaren tachtig liet Keith Richards weten met Waits te willen samenwerken. Waits werd zo zenuwachtig van het idee dat hij nooit belde. Toen Rain Dogs werd opgenomen, ontving hij van Keith een briefje: ,,The wait is over. Let's dance''. De boodschap trof doel. Waits en Richards namen samen drie liedjes op.

16 The Day After Tomorrow

De blauw-roze-geel-rode belichting verandert in helwit. De schaduwen van de vier muzikanten spelen als schimmen tegen het achterdoek. Het lied gaat over een Amerikaanse soldaat die overmorgen van het front hoopt terug te keren. Hij schrijft aan de mensen thuis: ,,Je zal niet geloven wat ik hier allemaal mis, zelfs sneeuw ruimen en bladeren harken!''. Hij vraagt zich af of hij het wel haalt, overmorgen. ,,Vertel me, hoe kiest God van wie hij gebeden verhoort, en wie hij negeert?''.

Waits vouwt de handen om zijn mond alsof hij de intieme vertwijfeling het liefst bij iedereen afzonderlijk in het oor zou fluisteren.

Mijn Engelse buurvrouw had van tevoren al laten weten dat ze het bij de `warsong' nooit droog hield. Eensgezind druppen onze tranen op de pluchen balustrade.

`The Day After Tomorrow' geldt als Waits' eerste uitgesproken politieke nummer. In de wereld van Waits heerst het mededogen met de underdog, hij bemoeit zich niet met de mensen aan het roer. Over `The Day After Tomorrow' zei hij dat het niet per se over de huidige oorlog in Irak gaat (,,Het kan op alle oorlogen slaan''), maar de beschrijvingen van de soldaat in den vreemde wijzen er op. Waits heeft het nummer ook bijgedragen aan een recente Anti-Bush-compilatie, The Future Soundtrack For America.

18 Singapore

Als eerste toegift speelt hij het oudste nummer van de avond. In het dronken zeemanslied `Singapore' zit een geheimzinnige metafoor voor seks: ,,Making feet for childrens shoes'', die hier mooi aansluit bij de associatie met Chinese kindervoetjes. Na weer te zijn afgegaan, komt hij nog eens terug en zingt het weemoedige `Alice'.

Veel wordt er altijd gezegd over Waits' grommelende grauwstem – maar hij heeft ook een ander geluid. Dan is hij hoog en teder, als de wind die blaast in een grote, roze schelp.

Zo zingt hij het laatste liedje.

Tom Waits loopt het podium af. Het publiek klapt en roept om meer.

Op zijn rug zit een zweetplek in de vorm van Scandinavië.

De drie concerten van Tom Waits in Amsterdam zijn uitverkocht.