Gemengd douchen in het oerwoud

Méér vrouwen bij de krijgsmacht, wil staatssecretaris Van der Knaap. Maar liever niet bij de mariniers en de Onderzeedienst, vinden deze onderdelen.

Binnen het Nederlandse defensieapparaat werken relatief weinig vrouwen. Staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap (CDA) vindt dat dat aantal snel moet groeien. Dat zou niet alleen goed zijn voor het functioneren van Defensie als geheel, maar het is ook noodzakelijk om voldoende rekruten binnen te halen. Volgens Defensie moet het aantal vrouwelijke rekruten van ongeveer één op de tien nu, in de nabije toekomst oplopen naar drie op de tien.

Van der Knaap heeft plannen opgesteld om het aantal vrouwen bij alle onderdelen te verhogen. Daaronder, aldus Van der Knaap in het militaire vakbondsblad Trivizier, ook bij het Korps Mariniers en de Onderzeedienst. Daar dient tot op heden nog niet één vrouwelijke militair. En dat willen ze graag zo houden.

,,Het is een slecht plan'', meent een marinier met lange operationele ervaring. Ook de Onderzeedienst is tegen.

Wij zijn een expeditionaire strijdmacht, stelt de marinier, ,,en dat betekent dat wij bij een conflict als eerste worden ingezet.'' Dat zijn de meest riskante missies. ,,En zoals uit gedragswetenschappelijk onderzoek blijkt, heeft de aanwezigheid van vrouwen binnen dat soort scenario's een negatieve invloed op het gedrag van mannen. Mannen nemen vrouwen namelijk altijd in bescherming. Noem het haantjesgedrag. Dat leidt af van de hoofdzaak: vechten met je eenheid.''

Dat is ook de reden, zegt hij, dat bijvoorbeeld in het Israëlische leger en bij het Amerikaanse Marine Corps geen vrouwen in de voorste linie meevechten, hoewel dat, in het geval van het Israëlische strijdkrachten, wel is geprobeerd. Het Israëlische leger studeert nu op de formatie van eenheden waarin uitsluitend vrouwen dienen, maar waarnemers schatten de kans laag in dat zulke amazone-afdelingen er ook komen.

Vrouwen hoeven daarom niet uit álle gevechtsfuncties te worden geweerd. In veel strijdmachten zijn vrouwelijke gevechtspiloten in dienst, maar die opereren niet tijdens lange missies in groepsverband. De Koninklijke Luchtmacht liep hiermee in de wereld voorop. In 1995 gooide de eerste Nederlandse F-16-pilote bommen op Servische tanks die de Bosnische enclave van Srebrenica bedreigden. Ook vliegen vrouwelijke piloten de Apache-gevechtshelikopters van de Tactische Helikopter Groep.

De opleiding bij de Luchtmobiele Brigade is intussen door één kandidate afgerond. Defensie verwacht dat er snel meer zullen volgen. Ook het Korps Commando Troepen staat open voor vrouwelijke commando's, maar voor de uiterst zware selectieprocedure heeft zich nog geen vrouw aangemeld.

Er is nog een reden waarom vrouwen niet bij het Korps Mariniers zouden moeten dienen, meent de marinier: ,,Wij vechten altijd in groepsverband. Naast de persoonlijke uitrusting moet ook de groepsuitrusting over de manschappen worden verdeeld. Maar vrouwen kunnen niet zoveel dragen als mannen, dat is een biologisch feit. Dat eet dus aan de gevechtskracht.'' Ook de rudimentaire sanitaire voorzieningen aan het front zouden niet geschikt zijn voor vrouwen. ,,Wij staan weleens met zijn dertigen in de bush te douchen. Zie jij daar vrouwen tussen staan? Ik niet.''

Van der Knaap vindt daarentegen dat aan vrouwtjesputters lagere fysieke toelatingseisen zouden moeten worden gesteld dan aan mannetjesputters. Bovendien zouden vrouwen volgens de staatssecretaris binnen het Korps kunnen dienen in minder veeleisende functies. Van die argumenten is de marinier ook niet onder de indruk. ,,Er werken al vrouwen voor de mariniers in ondersteunende functies, maar die zijn afkomstig van de marine. Waarom zou je iemand een marinierspet opzetten als ze in een vlootpak al goed hun werk doen?''

Bij de Onderzeedienst leven volgens een officier minder principiële bezwaren tegen de toelating van vrouwen. ,,Bij de Noorse, de Zweedse en de Duitse marines varen de dames ook gewoon mee op onderzeeërs.'' Een Noorse boot heeft zelfs een tijdje een vrouwelijke commandant gehad. Sterker nog, op deze kleine onderzeeboten is het oude, onprettige systeem van hotbunken, `hete-kooien', nog in gebruik. Daarbij is een enkel bed in gebruik bij twee bemanningsleden die elkaar aflossen en dus een warm bed aantreffen. ,,Mannen en vrouwen zijn daar volstrekt gelijk aan elkaar gesteld. Dus hotbunken gebeurt ook met mannen en vrouwen door elkaar.''

Aangezien er bij deze marines dus geen fysieke of mentale problemen optreden, vroeg de Onderzeedienst zich af of deze praktijk niet ook iets voor de vier Nederlandse Walrus-onderzeeboten was. ,,We kwamen op twee barrières. Eén: op onze oppervlakteschepen bestaat een deel van de bemanning uit dames. En daarvoor zijn speciale voorzieningen aangebracht, zoals aparte doucheruimtes en dergelijke.'' Als die standaard ook voor vrouwelijke bemanningsleden op onderzeeërs moet gelden, dan is er een probleem. ,,Daar is in de krappe boten gewoon geen plaats voor.''

Een ander obstakel zou de duur van de missies vormen. ,,Die Noorse, Zweedse en Duitse bootjes zijn klein. Ze kunnen ook niet zo ver en lang onderweg zijn als de Nederlandse onderzeeërs.'' De boten van de Koninklijke Marine zijn vaak vele weken weg. ,,We hebben wel eens vaartochtjes van een paar dagen met vrouwelijke vips. Als je dan vraagt hoe ze het zouden vinden om anderhalve maand onder water te zitten, dan kijken ze opeens heel beteuterd.''

Het gaat hier om elite-eenheden, zegt de marinier. Dat moet zo blijven. ,,En aan het front wordt ook niet met twee maten gemeten.''