Fouten in rapport AIVD toegegeven

De commissie-Havermans, die deze week een rapport over het functioneren van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) publiceerde, gaat een feitelijke onjuistheid uit het rapport rectificeren.

De commissie is het er echter niet mee eens dat belangen van verdachten in enkele zaken rondom mogelijk moslimterrorisme zouden zijn geschaad.

Minster Remkes (Binnenlandse Zaken) kreeg gisteren een brief van het advocatenkantoor Böhler, Franken, Koppe, Wijngaarden waarin om rectificatie van het rapport wordt gevraagd vanwege onjuistheden en onzorgvuldigheden. De raadslieden, die een aantal verdachten in `terroristenzaken' bijstaan, vinden dat hun cliënten benadeeld zijn. Volgens de advocaten schrijft het rapport ten onrechte dat enkele personen wegens terrorisme zijn veroordeeld.

De kwestie draait met name om passages waarin de commissie schrijft over de handelswijze van de AIVD ,,op het terrein van radicaal-islamitisch terrorisme geruchtmakende opsporingsonderzoeken (c.q. strafzaken)''. In deze zaken zou AIVD-informatie ,,een cruciale rol'' hebben gespeeld, aldus het rapport. Zo schrijft de commissie dat er in de zogenoemde Rotterdamse Jihad-zaak verdachten in hoger beroep zijn veroordeeld. In werkelijkheid heeft dat hoger beroep niet plaatsgehad. In een aantal gevallen heeft het openbaar ministerie bovendien geen appèl ingesteld. Twee verdachten hebben inmddels schadevergoedingen ontvangen. Commissielid prof. Y. Buruma erkent dat deze passage onjuist is en gecorrigeerd zal worden.

Over een andere `terroristenzaak' in Rotterdam stelt de commissie dat een ,,groep'' verdachten door het Haagse Hof is veroordeeld. De raadslieden noemen dat onjuist omdat niet de hele groep wegens terroristische activiteiten is veroordeeld. Bovendien loopt deze zaak nog in cassatie. Buruma wijst erop dat de commissie de passage ,,dat er in hoger beroep alsnog een veroordeling volgde'' zo heeft geformuleerd ,,om daarmee het mogelijke beeld te corrigeren dat betrokkenheid van de AIVD altijd leidt tot vrijspraak.'' Buruma noemt de passage in het rapport ,,niet naar de letter onjuist, omdat er tenslotte wel veroordelingen hebben plaatsgevonden.''

Buruma benadrukt dat men geen interpretaties heeft willen geven van rechterlijke uitspraken. ,,Als dat bij betrokkenen zo is overgekomen is dat spijtig en onjuist. Maar er staan geen namen in het rapport en je kan niet volhouden dat er belangen zijn geschaad.'' De commissie stuurt een brief naar Remkes over de gang van zaken.