Even rust voor minister Remkes

De ministers Remkes en De Graaf kregen gisteren weinig kritiek van de Kamer, ondanks de vele aanmerkingen in de afgelopen maanden.

De ministers Remkes en De Graaf van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kregen de afgelopen maanden veel kritiek over zich heen. Ze zouden `regentesk' optreden tegen het lokaal bestuur, Remkes zou te weinig greep hebben op het veiligheidsbeleid en medeverantwoordelijk zijn voor slechte aansturing van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).

Maar gisteren, tijdens de behandeling van hun begroting voor volgend jaar, kwam van die kritiek weinig terug. Remkes hoefde zich tijdens het debat met de Tweede Kamer niet te verantwoorden voor zijn antiterreurbeleid of zijn politiebeleid, omdat de Kamer daarover apart wil debatteren. De beide ministers ontliepen een scherp debat over de verstoorde verhoudingen met provincies en gemeenten, doordat rijk en lokaal bestuur vorige week op de valreep in het Catshuis onder voorzitterschap van premier Balkenende een bestuursakkoord hebben gesloten over de onderlinge verhoudingen.

Minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) sprak er openlijk zijn verbazing over uit dat politiek gevoelige dossiers als het terreur- en veiligheidsbeleid of het politiebeleid nauwelijks aan de orde werden gesteld door de Kamerfracties. ,,Het heeft mij oprecht verbaasd dat de woordvoerders daar niet of nauwelijks aandacht aan hebben besteed. Als er iets bij elkaar hoort, is het toch wel bestuur en veiligheid.''

Remkes liet aan het slot van zijn betoog geen misverstand bestaan over zijn positie in het kabinet: ,,Hier staat een minister vol strijdlust en ambitie, want er is veel werk aan de winkel.'' Kritiek dat zijn portefeuille steeds verder wordt uitgekleed, door minister Donner, wees hij van de hand. ,,Er is geen sprake van verkwanseling richting collega's.''

Remkes gaf toe dat de verhouding met het lokaal bestuur onder druk staat. Maar dat ligt volgens hem niet aan zijn regenteske bestuursstijl of slechte communicatie. ,,De oorzaak is vooral gelegen in het regeerakkoord. Daarin zijn afspraken gemaakt over de gekozen burgemeester, de ozb en de beheersing van het EMU-saldo. Aan dat akkoord heb ik me politiek-bestuurlijk gecompromitteerd en dat voer ik uit.''

Of het Catshuis-overleg een verbetering in de relatie met het lokaal bestuur oplevert, kon Remkes niet garanderen. ,,Als je ambitieuze voornemens in het regeerakkoord opneemt, dan weet je dat er spanningen ontstaan.''

Volgens Remkes zullen tussen het rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) onoverbrugbare principiële conflicten blijven spelen, zoals over de invoering van de gekozen burgemeester. ,,Op een gegeven moment is er de situatie dat je elkaar niet meer kunt overtuigen. (...) Verdergaand overleg kan dan de sfeer alleen maar verder verzieken.'' Remkes noemde het een belangrijke stap dat is afgesproken dat provincies en gemeenten geconsulteerd moeten worden door toekomstige kabinetsformateurs.

Minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, D66) kwam terug op de commotie over aanscherping het godslasteringsartikel in de Grondwet. Een opmerking daarover in een brief van minister Donner (Justitie, CDA) was hem vooraf niet bekend: ,,Toen de brief eenmaal bij de Kamer was aanbeland, was deze passage nieuw voor mij.'' De brief was volgens de minister ook niet besproken in de ministerraad.

De Graaf toonde zich ontvankelijk voor het pleidooi van D66-woordvoerder Van der Ham om de kiezer bij verkiezingen de mogelijkheid te geven een formateur aan te wijzen.

Hij kondigde een notitie aan over vergroting van de invloed van de kiezer over de positie van de minister-president na de verkiezingen waarbij de optie van de gekozen formateur ,,per definitie'' zal worden betrokken.