Een veilig gevoel

In zijn weblog van april 2004 schreef Jan Marijnissen over de publicatie van het jaarverslag van de AIVD. ,,Directeur Van Hulst sprak ernstige woorden over de dreiging van geweld uit fundamenteel islamitische hoek.'' Dan, in vetgedrukte letters: ,,Wat moeten mensen met zo'n mededeling?'' Om te besluiten met: ,,Laat de AIVD de mensen en organisaties die zich hiermee bezighouden (internationaal) in kaart brengen, volg ze, en grijp in als daar aanleiding voor is.''

Het lijkt erop dat Marijnissen van mening is dat de AIVD de kennis over de dreiging van fundamentalisten niet wereldkundig zou moeten maken zonder daarbij een pasklare oplossing voor het probleem te leveren. Een oplossing die Marijnissen zelf zonder aarzelen geeft. De AIVD moet, in plaats van jaarverslagen uitbrengen, hup aan het werk.

De populistische opmerkingen van de SP-voorman, populistisch in de zin dat ze een hoog `die hoge heren in Den Haag' en `laat ze maar eens werken in plaats van praten voor hun geld' gehalte hebben, zijn interessant in het licht van het onlangs uitgekomen rapport AIVD in verandering van de Commissie Bestuurlijke Evaluatie Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. In dit rapport wordt geconstateerd dat de beeldvorming over de AIVD in de media overwegend kritisch en negatief is – de AIVD heeft een wat klunzig imago terwijl de verwachtingen over de dienst bij politici en in de samenleving hooggespannen zijn. Die hoge verwachtingen werden afgelopen dinsdag in NOVA verwoord door Jeroen Pauw die in gesprek over het rapport uitriep dat hij wilde dat de AIVD: ,,mij en anderen in dit land een gevoel van veiligheid geeft''. Hij deed dat op verontwaardigde toon. Zijn gesprekspartners zouden toch moeten begrijpen dat het natuurlijk allemaal om dat gevoel draait. Dat we recht op dat gevoel hebben, zoals velen menen dat ze recht op geluk hebben.

Zie hier het probleem van de AIVD. De dienst heeft nu eenmaal niet de primaire taak om mensen een `veilig gevoel' te geven (zoals het kabinet niet de taak heeft mensen een `goed gevoel' te geven) en is zelf de eerste om aan te geven dat veiligheid niet honderd procent te garanderen is. Dat die veiligheidsgarantie niet kan worden gegeven wordt al snel en dat dreigde ook in de uitzending van NOVA te gebeuren als het belangrijkste falen van de dienst beschouwd. Nu is het zeker zo dat de AIVD zou kunnen bijdragen aan een gevoel van veiligheid, maar dat is een gevaarlijke weg voor de dienst om in te slaan. Als er in de toekomst gebeurtenissen plaatsvinden die tegen dat gevoel van veiligheid ingaan of het zelfs een flinke knauw toebrengen en die gebeurtenissen zijn verre van ondenkbaar dan zal dit de dienst onmiddellijk verweten worden. Er zal gezegd worden dat de AIVD de Nederlanders jarenlang een vals gevoel van veiligheid heeft gegeven. Daarmee zou de dienst voortaan niet alleen als klunzig worden afgeschilderd maar tevens als doelbewust misleidend. Het is een kwestie van damned if you do, and damned if you don't.

Hoe komt dat nu eigenlijk? Volgens de commissie doet de AIVD zelf te weinig om de vaak te hoge verwachtingen die de Nederlandse samenleving van haar heeft, te beïnvloeden en er een reëel beeld van haar mogelijkheden tegenover te stellen. De dienst is te weinig gericht op de buitenwereld en zou meer moeten doen aan externe communicatie, wat erop neerkomt dat de AIVD meer moet ,,laten zien en weten wat ze kan''. Dat is een goed idee, maar het is ook riskant, omdat juist het beklemtonen van successen weer kan leiden tot te hoge verwachtingen. Daarom moet de AIVD eerst proberen te analyseren wat veiligheid betekent in de Nederlandse risicomaatschappij.

Het lijkt erop dat achter het door onder anderen Jeroen Pauw verwoorde verlangen naar een veilig gevoel een enorme verontwaardiging schuilt over het feit dat de vrolijke, kleine, Nederlandse samenleving met dezelfde problemen kampt als alle andere samenlevingen. Nederlanders dachten dat ze de dans zouden ontspringen, dat ze veilig waren omdat...ja waarom eigenlijk? Op grond waarvan zou onze samenleving anders zijn? Nederland heeft zijn onschuld verloren, wordt er dan gezegd. Alsof die onschuld er ooit is geweest. Wij waren nooit een samenleving van Rien Poortvliet-kabouters. Wij zijn nooit in veiligheid geweest.

Geen mens of samenleving is dat ooit, al wordt vaak wel die suggestie gewekt. Je kunt een verzekering afsluiten tegen arbeidsongeschiktheid maar niet voorkomen dat je arbeidsongeschikt wordt. Je kunt je verzekeren tegen de schade als gevolg van overstromingen, maar dat betekent niet dat die niet plaatsvinden. Je kunt een goede Inlichtingen- en Veiligheidsdienst hebben en toch slachtoffer worden van een terroristische aanslag. Zelfs al zou die dienst, zoals NOVA graag zou zien, met meer dan duizend mensen worden uitgebreid om de fluïde groep van 150 mogelijk gevaarlijke moslimfundamentalisten dag en nacht in de gaten te houden. Veiligheid is een ideaal en geen realiteit. Volgens Hans Boutellier laten burgers en staat zich te veel leiden door een veiligheidsutopie. Daar heeft hij gelijk in, zoals hij er ook gelijk in heeft dat we onkritisch naar veiligheid verlangen en er steeds meer van eisen.

Hoe moet de AIVD nu met dat soort gevoelens en verlangens omgaan? Behalve door meer te vertellen welke successen er zijn behaald, moet er een gedegen multidisciplinair, internationaal vergelijkend onderzoek komen naar het verlangen naar veiligheid in deze tijd en naar de eisen die vandaaruit aan veiligheidsdiensten en inlichtingendiensten worden gesteld. Een onderzoek naar angst en gevoel, beeld en werkelijkheid, historie en heden, maakbaarheidverlangens en onderbuikgevoelens. Die kennis is nodig, opdat een minister van Binnenlandse Zaken kritisch, weloverwogen en met kennis van zaken achter de keuzes van de AIVD kan gaan staan. De AIVD moet daarom niet alleen kennis vergaren over de mensen die onveiligheid veroorzaken, maar ook over de mensen die veiligheid van haar eisen. Beide typen staan namelijk niet los van elkaar. Zij definiëren mede wat veiligheid is en zou moeten of kunnen zijn. Zij vormen een complexe realiteit waarbinnen alleen op basis van realistische verwachtingen en heldere inzichten in plaats van op basis van gevoelens, verlangens en paniek, te werken valt.