Een roman is een tapijt

Wat gebeurt er met romanpersonages in een tijd dat schrijvers steeds minder in het christendom geloven? Dat is het thema van A.S. Byatts Huizingalezing. ,,In een roman is altijd een waarom.''

Als ze één passage mocht kiezen, is het Darwins beroemde beschrijving van een helling, ,,bedekt door een veelheid van veelsoortige planten, met vogels die zingen tussen het gebladerte, met talrijke insecten die in het rond vliegen en met wormen die zich over en door de vochtige grond wurmen.'' En dan te bedenken, aldus de auteur van The Origin of Species, ,,dat deze kunstig gebouwde levensvormen, die zo verschillen van elkaar en zo afhankelijk zijn van elkaar, op een wonderlijk ingewikkelde manier, allemaal tot stand zijn gekomen op grond van wetten die om ons heen in werking zijn.''

Je hoeft maar één roman of kort verhaal van de Britse schrijfster A.S. Byatt (1936) te hebben gelezen om te zien waarom ze juist deze passage neemt. Het is een perfecte metafoor van haar eigen werk, waarin het net zo krioelt van het leven. En waarin de speurtocht naar de wonderlijke wetten die haar figuren besturen een deel is van elk verhaal afzonderlijk én het grotere geheel.

Van haar debuut The Shadow of the Sun (1964), over een meisje dat opgroeit met een dominante vader, tot A Whistling Woman (2002), deel vier in haar kaleidoscopische romancyclus over een familie uit Yorkshire. Van Possession, literaire thriller en love story, dat in 1990 de Booker Prize won, tot The Biographer's Tale (2000), over een fictieve biograaf en biografie als fictie. Byatt, sinds vijf jaar Dame Antonia, geeft op 17 december de 33ste Huizingalezing in de Leidse Pieterskerk met als titel From Soul to Heart to Psyche to Personality. Ook die lezing is een speurtocht: naar het romanpersonage door de tijd heen, alsof het een muterende diersoort is.

Nee, de tekst is nog niet af, zegt ze in haar huis in Zuid-Londen, tussen boeken en schilderijen. Al zou het goed kunnen dat de vrouw die een ,,Victoriaanse postmodernist'' is genoemd eigenlijk bedoelt dat geen enkele tekst ooit af is. Je kunt goed merken dat de schrijfster óók twintig jaar lang literatuurcolleges heeft gegeven. Bij het telefonisch maken van een afspraak geeft ze meteen huiswerk op. Dat ik Rituelen (1980) van Cees Nooteboom moet lezen (wat ik al ken) en Politics, het schaamteloze romandebuut van de piepjonge Britse schrijver Adam Thirlwell over twee Londense meisjes en een jongen in een ménage à trois (wat ik beloof), en of ik óók de grote Russen wil afstoffen (wat ze kan vergeten).

Dit wordt een gek interview, want ik ken alleen de titel van uw lezing. Als u mij was, wat zou dan uw eerste vraag aan uzelf zijn?

,,Ik denk dat ik mezelf zou vragen hoe ik op dit onderwerp kwam.''

En wat zou u dan antwoorden?

,,Ik moet spreken in een voormalige kathedraal. Dat gaf me het idee van het christendom. En ik ben al lang geobsedeerd door de relatie tussen de vorm van de bijbel en de vorm van de roman. Dus mijn tweede gedachte was: wat gebeurt er met romanpersonages in een tijd waarin schrijvers steeds minder in het christendom geloven?''

Een roman ontstaat in uw hoofd als `Gestalt', een spookachtige gedaante, heeft u geschreven. Geldt dat ook voor deze lezing?

,,Ja, je kunt een gedachte al zien voordat die vaste vorm krijgt. Ongeveer zoals je weet dat iets een bloem is voordat je weet wat voor bloem, of zelfs maar dát het een bloem is.''

Vóór je het woord bloem bedenkt?

,,Mijn promotor in Oxford zei: wat je niet in woorden kunt vatten, kun je niet kennen. Een erg irritante vrouw. Ik wist dat ze het fout had. Ik begin met een Gestalt en als je gaat schrijven weet je wat erbij past en wanneer je verraad pleegt. Ik ga het eerst hebben over christelijke personages. Dan over de verhaalfiguren van de grote negentiende-eeuwse romanciers, die achtervolgd werden door het christendom, maar geen echte christenen meer waren. Dan over psychologische personages, via Freud en Bellows Herzog en Philip Roth naar Rituelen, dat gaat over de totale afwezigheid van het christendom. En dan Politics van Thirlwell, wat een krankzinnig boek is.''

De titel van uw lezing suggereert dat een schrijver niet vrij is en dat elke tijd zijn eigen personages dicteert.

,,Dat is waar en het dicteert ook de taal die je zult kiezen om ze te beschrijven. Er is een moment dat je als schrijver je onschuld verliest. Dat is als je je realiseert dat je figuren helemaal uit woorden bestaan. Dat is iets anders dan het maken van een standbeeld, dat nog als een figuur herkenbaar is. Een roman is meer als een tapijt. Er zijn eindeloos veel manieren om een personage uit woorden te maken. Gogol kon het in een paar woorden. Zelfs als hij ze daarna nooit meer noemt, bestaan ze voor altijd. Joyce neemt er de hele Ulysses voor. Je kunt ook figuren maken die helemaal uit metaforen zijn samengesteld. Of uit herkenbare voorwerpen die ze altijd bij zich dragen. Dat deed Dickens.

,,De stof waarvan het tapijt is gemaakt bestaat uit de culturele verwijzingen die een schrijver kan maken. In de negentiende-eeuwse roman kom je uiteindelijk terecht bij verwijzingen naar christelijke idealen, zelfs als de schrijver dacht dat dat niet zo was. Nooteboom haalt dat zorgvuldig uit elkaar. Hij neemt zo'n klein tornmesje en snijdt de draden van het tapijt één voor één door.''

Uw eigen personages, zoals de fictieve biograaf in `The Biographer's Tale', proberen uit fragmenten een geheel te maken en slagen er nooit helemaal in. Is het eindproduct willekeurig; had elke roman ook totaal anders kunnen worden?

,,Mijn boeken maken deel uit van een groter project. Daaruit snij ik nogal willekeurige boeken die ik een elegante vorm probeer te geven. Maar vorm is niet mijn hoofddoel. Dat is: begrijpen. Ik hou van de losse einden. Net als Iris Murdoch. Als ze een roman af had, begon ze die meteen opnieuw te schrijven, maar dan vanuit het gezichtspunt van de bijfiguren. Ze vond dat de kleintjes aan de rand waren achtergelaten en niet hun verdiende eigen leven hadden gekregen.''

Maar u wilt toch wel dat elke draad op de goede plek zit?

,,Een leerling van me die ik les gaf over Dostojevski, zei ooit: als je leest kun je al voelen hoe de vorm van datgene wat nog moet komen op je drukt. Dat heb je ook als je een boek schrijft. Het beangstigt je en je voelt je er verantwoordelijk voor, maar ik heb nu veel meer vertrouwen dat ik er uiteindelijk kom. Er gaat wel eens iets mis, maar ik troost me met de gedachte dat een boel van de grote romans ook niet perfect zijn. Neem Dostojevski. De meeste van zijn romans zijn een rommeltje. Niet alleen achteraf, hij wist het ook toen al, omdat hij ze als feuilleton schreef. En toch staat hij met een aantal boeken hoog in elke top honderd van het beste uit de wereldliteratuur.''

U heeft gezegd dat elke biografie per definitie onvolkomen is, omdat de echt belangrijke dingen je altijd ontsnappen. Waarom?

,,Om te beginnen vernietigt het schrijven zelf al veel. Als je besluit één gedachte te volgen laat je een andere lijn vallen. Veel van wat je niet beschrijft weet je überhaupt niet, maar je weet wel dat het er toch toe doet. Zo beperk je wat je over de beschreven persoon te weten kunt komen. En het is fictie. Ik lees obsessief biografieën. Niet om historische feiten te vinden, maar voorwerpen, die ik kan gebruiken: wat voor soort theekopjes hadden ze, of wat voor kleren droegen ze naar welke tea party?''

Doet het er toe of de feiten kloppen?

,,Ja, want de metaforen van een schrijver komen voort uit de feiten. Je kunt het zien als iemand een boek heeft geschreven die zijn feiten helemaal fout heeft.''

Betekent dat dat het onmogelijk is om goede science fiction te schrijven, omdat je de feiten niet kunt controleren?

,,De meeste science fiction doet me niets. De sf waarvan ik wel geniet is heel precies over de imaginaire feiten. Ik hou van Ursula le Guin, omdat ze erg precies is over de constructie van haar denkbeeldige samenleving. Ze is een goede antropologe. Ik hou ook van Terry Pratchett, die heel precies is.''

Die heb ik niet gelezen.

,,Dat doet niemand meer. Maar hij is een genie.''

Je kunt ook zeggen dat sf per definitie onmogelijk is, omdat het altijd in de eigen tijd blijft geworteld. In Fritz Langs film `Metropolis' uit de jaren '20 van de vorige eeuw zie je tweedekkers en zeppelins en stoomtreinen tussen de wolkenkrabbers.

,,Daar ben ik het mee eens. Het is geëxtrapoleerd naar een imaginaire tijd en ruimte, en gaat dus niet echt waarover het gaat. En het gaat ook niet echt over de toekomst. Daarom is de meeste sf vervelend. Margaret Atwood ontdekte dat dystopische fictie, bijvoorbeeld Orwells 1984, vaak een denkbeeldig historisch document is. Ze zei: `This horrible future has to be in someones past.' Mooi gezegd hè?''

U heeft vaak geschreven over de scheiding van lichaam en geest. Gelooft u dat er zoiets is als een `ghost in the machine'?

,,Nee, er is geen demon die in je hoofd naar plaatjes zit te kijken. Ik heb net een essay geschreven over de poëzie van John Donne [1572-1631, dichter van regels als `Soe soule into the soule may flow/ Though it to body first repaire'-HS]. Ik denk dat hij probeert rechtstreeks het brein van de lezer te bereiken. Hij praat direct tegen de Gestalt. Donne's vrouwen zijn zíjn idee van een vrouw dat tegen jouw idee van een vrouw praat, zonder dat er iemand tussen zit die zich een vrouw probeert voor te stellen.''

Om het beeld om te draaien; is een roman een spook met een machine erin?

,,Ja, vooral als je de verbinding legt met het woord Gestalt.''

Dat was mijn bedoeling.

,,Hoewel een spook geen Gestalt is maar Gespenster. Maar inderdaad, er zit een machine in the ghost. En de machine bestaat uit de elektrische verbindingen die je hersens aanleggen. Het taalsysteem en de geometrie, de compositie, zijn als het ware de bedrading van de machine.''

Niet de woorden?

,,Nee, individuele woorden zijn voorwerpen, knikkers. Je kunt ze oppakken en omdraaien en zeggen: dit is een bijzonder mooi exemplaar. Minor, minor, minor characters in romans zijn bijna als woorden. Gogol schrijft in Dode Zielen over kakkerlakken die uit de hoeken van zijn kamer kijken, als pruimen. Een paar woorden, daar heb je geen grammatica meer bij nodig.

Denken we niet meer over onszelf in metaforen, als een ziel in een lichaam?

,,George Eliot [1819-1880] zou dat al gezegd kunnen hebben, hoewel ze te veel door haar spoken – en de Heilige Geest – werd achtervolgd om het echt te geloven. Ik kan het zeggen en bijna helemaal geloven. En Adam Thirlwell gelooft het duidelijk volkomen; we zijn onze lichamen en onze seksuele relaties.''

Maar als verteller heb je toch afstand van die `lichamen' nodig?

,,Thirlwell is een fascinerende, diep-zondige marionettenspeler. De personages zijn poppen, maar de lezer ook. Daar speelt hij mee. Hij zegt: laten we dit laten gebeuren en dan doet hij iets anders. Hij spreekt de lezer toe: je zou kunnen denken dat mijn personages slecht zijn, maar ik kan je vertellen dat ze juist kind, liefdevol, zijn. Jij, lezer, hebt het fout omdat ik het zeg. Of hij zegt: Nee, ze gaan nu niet met elkaar naar bed, ík vertel je wel wanneer ze seks hebben, lezer.''

Kun je als schrijver te kwader trouw zijn?

,,Ja, als je secundaire, gemakkelijke emoties opwekt met de pretentie literatuur te schrijven.''

Neem een boek als de `Da Vinci Code'; gruwelijk slecht geschreven en toch razend populair. Hoe kan dat?

,,Dat geldt ook voor Harry Potter. J.K. Rowling en Dan Brown haken allebei in op een verlangen naar mysterie, vooral bij mensen die zelf geen idee hebben waar ze het kunnen vinden, die het zelf niet kunnen maken of herkennen. `Harry Potter was verstijfd van schrik, want het ding was zwart en vreselijk.' Dat is literaire kortsluiting.''

U gebruikt zelf het woord `kindness' vaak.

,,Misschien is dat alles waarop we kunnen hopen.''

Is dat een goede beschrijving van een schrijver: een `kind mechanic', een liefdevolle technicus?

,,Dat is mooi. Dat beschrijft het precies. Ik denk nu aan het omgekeerde: de dichtregel van T.S. Eliot over Christus: `The wounded surgeon plies the steel'. Christus als chirurg die zelf pijn moet veroorzaken om ons te genezen en die ook zelf gewond is. Nu zijn we trouwens op buitengewone wijze rond, want we begonnen met Christus aan het kruis. De mensen die hem aanbidden, aanbidden in essentie het idee van een mens die door andere mensen is geëxecuteerd. Dat is onze God. Dat is op één niveau een heel diepe `kindness': je mag mensen niet zo'n pijn doen. Alle praat over verlossing is onzin, maar niet het idee wat er mis is met de mensen.''

Als je de bijbelboeken ziet als fictie met een plot, dan moest Christus wel dood, anders zou het niet `werken'.

,,Nu ja, alleen het Nieuwe Testament niet. Hoewel, als je terugredeneert dat het Nieuwe Testament al in het Oude besloten zou liggen ... ''

Nu wordt het te ingewikkeld.

,,Ik kan ook simpele interviews doen. Als u vraagt of ik met een pen schrijf en wat mijn favoriete kleur is.''

Wat zijn uw hobbies?

,,En als ik dan zeg `borduren' moet u daarna vragen: waarom?''

En na twee keer `waarom' weet u waarschijnlijk geen antwoord meer.

,,Maar in een roman is er altijd een waarom.''

Waarom noemt u trouwens een roman een agnostische kunstvorm?

,,Omdat een roman zelf niks zeker weet. Een schrijver mag politieke of religieuze overtuigingen hebben, maar de roman conformeert zich daar niet aan. Anders zou het geen goede roman zijn. Dostojevski's grote christelijke romans zijn eigenlijk antichristelijke romans, omdat hij het met het christendom moest uitvechten. En toen Tolstoj een echte christen werd, moest hij ophouden.''

Gelooft u echt dat deze tijd minder christelijk of religieus is?

,,Europa wel.''

Waar komen de betere romans dan voortaan vandaan?

,,Van de rand van Amerika die het meest in contact staat met de rest van de wereld. Ik ken geen goeie romans die door christelijk-rechts zijn geschreven. En ik geloof ook niet dat ze uit de islam komen. Maar er komen er wel een boel uit de immigrantengemeenschappen, waar spanning is met de bestaande cultuur.''

Dus voor de roman is het beter als Europa niet helemaal a-religieus wordt.

,,Ja.''

`Een boel van de grote romans zijn ook niet perfect'