Die 88 toetsen zijn me genoeg

De jonge pianist Ralph van Raat is de eigenzinnigste pianist van zijn generatie. Eigentijdse muziek is zijn grote liefde. ,,Van Schönberg begreep ik eerst niets. Dat gevoel haat ik.''

In weinig opzichten voldoet pianist Ralph van Raat (Naarden, 1978) aan het clichébeeld van de angry young man. Zijn dagen zijn gevuld met lezen en studeren, vertelt hij. Een echt studentenleven? Niet gekend, niet gemist – noch tijdens zijn conservatoriumstudie (cum laude, 2002), noch tussen de medemuziekwetenschappers aan de Universiteit van Amsterdam (cum laude, 2003).

Op de benedenverdieping van zijn nieuwbouwhuis in de Hilversumse Meent, met affiches van eigen concerten in een eigen halletje van faam, staat de Steinway-concertvleugel in een zijkamertje opgesteld. Het fonkelnieuwe instrument heeft een enorme klank, die tot ver buiten het huis is te horen. ,,Gelukkig woon ik naast de drummer van Acda en de Munnik'', lacht Van Raat. Voor zijn huis ligt een schoolplein. Een generatie spelende kinderen zal onbewust opgroeien met pianomuziek van Stockhausen tot Andriessen. ,,Dat zal toch geen kwaad kunnen?''

Zelf was Ralph van Raat geen typisch wonderkind, al won hij verschillende jeugdconcoursen en was hij `wel heel serieus'. ,,Maar spelenderwijs'', vertelt hij. ,,Boogie woogie, blues, klassiek – ik speelde van alles, de hele dag lang. Wanneer mensen me vroegen of ik een hobby had, vergat ik de piano vaak überhaupt te noemen. Het lag als het ware te voor de hand.'' Een conservatoriumstudie kwam aanvankelijk ook niet bij Van Raat op. Hij wilde gewoon naar de universiteit, totdat hij in een harmonieleerboek de muziek van Schönberg ontdekte. ,,Ik begreep niets van die muziek. Dat gevoel haat ik, dus dat prikkelde me. Maar het ging verder dan dat. Tot die tijd had ik moeite in de muziek mijn eigen niche te vinden. Met het `klassieke' concertrepertoire kon ik me niet goed identificeren. En in jazz miste ik weer verfijning, de aandacht voor een mooi en verzorgd toucher. Eigentijdse muziek bracht me precies de juiste combinatie; de lyriek van de klassieke muziek, en het dwarse van de jazz.''

Het werd dus toch het conservatorium, op dringend advies van zijn pianoleraar en oud-conservatoriumdirecteur Ton Hartsuiker. ,,In het begin was dat nogal een teleurstelling'', zegt Van Raat. ,,Ik wilde me vooral toeleggen op nieuwe en nieuwste muziek, en dat specialisme stuitte op veel weerstand. Veel leraren vonden het meer dan jammer. Zij eisten dat ik me gewoon in het gevestigde concertrepertoire zou vastbijten.''

Die houding kantelde toen Van Raat in 1999 als jongste deelnemer ooit en eerste Nederlander sinds 27 jaar de eerste prijs won op het Internationale Gaudeamus Vertolkers Concours. ,,Toen zagen ze dat mijn plan misschien wél ergens op sloeg'', lacht hij. ,,De houding op het conservatorium tegenover moderne muziek is de laatste vijf jaar ook verbeterd. Ik hoop dat ik daar iets aan heb bijgedragen. Het is zulke conservatieve onzin. Waarom zou je je alleen maar op ijzeren repertoire mogen richten? Veel van de `grote pianobeloften' met wie ik studeerde, zijn inmiddels helemaal opgehouden met spelen – puur omdat er geen werk is. Dat is pas jammer.''

Visie

Inmiddels werkte Van Raat mee aan vier cd's, die samen een afspiegeling vormen van de visie die hij onder gelijknamig kopje op zijn website uitdraagt. Daarin belijdt hij, minutieus onderbouwd, zijn voorkeur voor nieuwe muziek in de allerbreedste zin des woords: ,,Nog nooit eerder is een zo grote diversiteit aan muziek mondiaal te beluisteren geweest. Door het contact met die veelzijdigheid aan stijlen heb ik mij altijd afgevraagd hoe het mogelijk is de eigen muzikale taal en persoonlijkheid te beperken tot slechts één type muziek. Immers, elk muziekstuk, ongeacht de stijl, belicht mijns inziens een specifiek deel van de menselijke persoonlijkheid.''

En dus speelt Van Raat mee op een cd met werken van componist Erik Lotichius (1929), laat hij gevoel voor structuur en lijn in elkaar vervloeien in Rudolf Eschers Sonata for Flute and Piano (1979) op een cd met diens complete fluitmuziek en brengt hij leven aan in de fantasieën van componist Bart Spaan. Maar het bijzonderst is Van Raats eerste eigen verzamel-cd Fingerprints, waarop hij nieuwe Nederlandse stukken van Louis Andriessen, Guus Janssen, Tristan Keuris, Jos Kunst, Theo Loevendie, Peter van Onna samenbrengt.

Wat de cd's bindt, is de aanstekelijke energie van Van Raats vertolkingen. Die klinken altijd zorgvuldig, afgewerkt en doordacht, maar nooit afstandelijk – toegankelijk, zelfs. En dat is, zeker in de eigentijdse klassieke muziek, geen vanzelfsprekendheid.

,,Je moet elk nieuw stuk muziek met dezelfde mate van verdieping en overtuiging kunnen verdedigen als Beethoven. Anders moet je er vanaf blijven'', reageert Van Raat fel. ,,Daar ben ik principieel in – daarom is het aantal nieuwe stukken dat ik op mijn repertoire neem relatief beperkt. Ik wil de tijd hebben me er in te kunnen verdiepen, en mijn ideeën erover te laten rijpen.''

Dat bij uitstek in de eigentijdse muziek sommige uitvoeringen niet verder komen dan een onvoldoende voorbereide première, staat Van Raat tegen. ,,Veel musici menen dat je je juist in moderne muziek veel kunt permitteren. In Beethoven merkt iedereen elke foute noot. Daarin moet je perfect en met visie spelen. Nieuwe muziek wordt vaak slecht uitgevoerd, omdat je daarmee weg komt. Niemand hoort het toch, denkt men dan.''

Het gevolg van zijn werkhouding is dat Van Raat relatief veel werken op zijn repertoire `herneemt', of in een andere context opnieuw uitvoert. ,,Het liefst speel ik gevarieerde programma's, met `moeilijke' werken van Ligeti, Boulez of een Nederlandse componist naast `makkelijke' muziek van bij voorbeeld Gershwin. Ik heb ook eens totaal verschillende werken van de Nederlandse componisten Jan Vriend en Joep Franssens gecombineerd. Woédend, waren ze. `Als je míjn muziek mooi vindt, hoe kun je dan in hemelsnaam ook zíjn muziek spelen?!' Maar op die manier kwamen ze wel met elkaar in contact, en dronken ondanks hun totaal verschillende muzikale opvattingen uiteindelijk toch samen een biertje. Dat vind ik nou leuk.''

Samenspelen

Van Raats perfectionisme houdt niet op bij de muziek. In zijn huis ligt alles op zijn plaats. De kamerlamp floept bij zonsondergang vanzelf aan. Zijn management doet hij zelf. In zijn agenda ligt een zwaartepunt op de solorecitals, waarin hij moeilijk toegankelijke werken steevast zelf inleidt met een korte toelichting. Samenspelen doet hij wel, maar niet erg frequent. ,,Ik heb er geen moeite mee de hele dag alleen te zijn en te studeren'', zegt hij. ,,De kleuren die in die 88 toetsen schuilgaan, zeggen me genoeg. En wie alleen werkt, heeft nooit gedoe met afbellers of ziekmelders.''

Voor zijn afstudeerscriptie als muziekwetenschapper verdiepte hij zich in de interpretatiegeschiedenis van pianomuziek van Webern, Boulez, Berio en Xenakis. ,,Het is ongelooflijk te horen hoe totaal verschillend dezelfde muziek kan klinken'', vat hij samen. ,,Die ontdekking sterkt me in mijn eigen keuze voor een breed repertoire. Ook modernistische muziek heeft meer lijnen met het verleden dan vaak wordt vermoed. Boulez weigerde lang toe te geven dat zijn baanbrekende Tweede Pianosonate verband met Beethoven en Debussy vertoont, maar het is wel zo. Die strenge modernistische esthetiek is ook niet meer van deze tijd – dat bewijzen componisten als Arvo Pärt of Joep Franssens met hun ultra-welluidende idioom. Er is weer behoefte aan emotie en ziel in muziek. Vanuit die invalshoek kun je ook het modernisme benaderen. En dan klinkt Boulez opeens veel minder streng en onbenaderbaar.''

Van Raat selecteert zijn repertoire al doende. ,,Ik heb er nooit echt over nagedacht'', fronst hij. ,,Ik lees over stukken, en speel die dan door. Of componisten bieden me werk aan. Vaak moet ik nee zeggen, en dat is heel pijnlijk. Maar ik kan niet elke week drie nieuwe stukken instuderen. Ik selecteer die composities waar ik echt iets in zie. Daarin kan ik moeilijk gemene delers noemen, want ik hou van Boulez en ook van Schubert. Maar stukken mogen niet te lang zijn. Ik ben snel verveeld. Als ik al niet in een stuk geloof, heeft het ook geen zin te proberen anderen ervoor te winnen.''

Van Raat boft. Hij kan leven van de concerten die hij geeft. ,,Ik heb zelfs een eigen auto.'' Daarin speelt zijn weigering zich in maar één stijl te verdiepen ook een rol. Brutaal gesteld: van alleen de muziek van Andriessen en Stockhausen kan de kachel niet branden. Maar ook met gevarieerde programma's blijft het lastig in Nederland als solist een carrière op te bouwen, erkent Van Raat. ,,Alleen in Nederland zou ik het niet redden. Als je jong bent, geven concertzalen je graag een kans. Was je een succes, dan mag je na drie jaar weer terugkomen. Wanneer je in de Verenigde Staten ergens succesvol optreedt, pinnen ze je nog dezelfde avond vast voor de volgende datum. Dat cultuurverschil is enorm. Maar het heeft ook voordelen in Nederland te werken. In Frankrijk en Duitsland is één stijl in de eigentijdse muziek dominant en alles wat afwijkt van die Boulez- of Stockhausen-klank, is verdacht. Het Nederlandse muziekleven is wat dat betreft veel opener, en dus ook veel verscheidener.''

De komende maand staat voor Van Raat in het teken van de pianomuziek van Louis Andriessen. Volgende week vrijdag speelt hij in de Frits Philipszaal in Eindhoven voor het eerst Andriessens complete pianowerk, later volgen concerten elders in het land. ,,Het verbaasde me enorm dat dat nog niet eerder is gebeurd'', zegt hij. ,,De pianomuziek van Andriessen is ongelooflijk divers. Natuurlijk zijn er veel stukken in de typerende, hoekige Haagse School-esthetiek van werken als De Staat (1976) en De Stijl (1985). Maar er is ook vroeg werk, en dat laat een totaal andere Andriessen zien; van een Fauré-achtige tot filmmuziek en octotonische muziek. Als klap op de vuurpijl toverde mijn oud-leraar Ton Hartsuiker nog veel meer oude, ongepubliceerde verrassingen uit zijn kast. En het sympathieke aan Andriessen is dat hij zich nergens voor schaamt. Ik mag het allemaal spelen.''

Van Raat zal Andriessens oeuvre ook op cd vastleggen. En dan zijn er nog de recitals, concerten met het Pianoconcert van componist Robin de Raaff in het kader van de Nederlandse Muziekdagen en een handvol kamermuziekconcerten. ,,In combinatie met het voeren van mijn eigen management is het soms echt een continubedrijf. Maar ik heb vanaf mijn zeventiende gedroomd van dit leven. Als het dan lukt, ben je alleen maar heel gelukkig.''

Ralph van Raat speelt het verzamelde pianowerk van Louis Andriessen op 26/11 in Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven; 7/12 Gigant, Apeldoorn; 13/1 Korzo, Den Haag; 20/2 De Romein, Leeuwarden. Op 12/12 speelt hij i.h.k.v. de Nederlandse muziekdagen het Pianoconcert van Robin de Raaff bij het Radio Kamerorkest o.l.v. Peter Eötvös. Inl.: www.ralphvanraat.com