De ziel een slachthuis

Twintig jaar na zijn solodebuut is rockzanger Nick Cave productiever en beter dan ooit. ,,Muziekmaken is een remedie tegen de oprukkende narigheid.''

De meisjes, de drugs, de drank, de flexibele werktijden. Vraag een adolescente rockmuzikant waarom hij zijn onzekere professie heeft gekozen, en in negen van de tien gevallen zal het antwoord zijn dat de secundaire arbeidsvoorwaarden de doorslag hebben gegeven. Zo ook voor Nick Cave, de Australische zanger die zich lange tijd handhaafde als een van de wildste rockers ter wereld. Rond 1982 waren de leden van zijn toenmalige groep The Birthday Party berucht om het spoor van vernielingen dat ze achterlieten in hotels, kleedkamers en op de podia waar ze als wilde beesten tekeergingen. Later, toen hij het boegbeeld was geworden van zijn eigen begeleidingsgroep The Bad Seeds, nam zijn druggebruik gevaarlijke vormen aan. Broodmager, wankel en onhandelbaar beoefende Cave de kunst van het overleven. Het mag een wonder heten dat zijn intense, duvelstoejagende muziek altijd fier overeind is gebleven.

Maar jonge honden worden groot en prioriteiten veranderen. In het oog van de orkaan bekwaamde Nick Cave zich in het songschrijversambacht, waarbij hij Johnny Cash en Leonard Cohen als lichtende voorbeelden zag. Ook zij maakten hun wilde periodes door, maar ze bleven hoe dan ook nummers componeren. Tegenwoordig is Nick Cave een brave huisvader, die zijn werk tot op zekere hoogte als een kantoorbaan beschouwt. Elke ochtend om negen uur neemt hij plaats achter het bureau of de piano in zijn werkruimte in het Engelse Brighton, waar hij tot diep in de namiddag timmert en sleutelt aan nieuwe nummers. Routine en discipline doen hem goed. Twintig jaar na zijn solodebuut From Her To Eternity is Cave niet alleen productiever dan ooit, maar levert hij misschien wel zijn beste werk.

Maanden van noeste arbeid wierpen hun vruchten af toen Nick Cave zijn nieuwe materiaal begin dit jaar presenteerde aan drie van zijn Bad Seeds: violist Warren Ellis, drummer Jim Sclavunos en bassist Martin Casey. Plaats van handeling was een kleine jazz-studio in Parijs, waar de geest van Serge Gainsbourg nog rondwaarde. Bij het schaven aan de songs bleek al spoedig dat er genoeg was voor één, twee, misschien wel drie cd's. Uiteindelijk werd het een dubbelalbum, waarbij de tweedeling tussen een poëtische en een ruwere helft werd ingegeven door de speelstijl van de drummers die erop meededen. Het poëtisch gehalte van The Lyre Of Orpheus werd ondersteund door het lichte, zachtmoedige slagwerk van Thomas Wydler. Het heavy spel van Jim Sclavunos bepaalde het spontanere en ruigere karakter van Abbatoir Blues. Een zestal zangers van het London Community Gospel Choir werd erbij gehaald om in sommige nummers een vleugje goddelijke inspiratie af te dwingen.

Nick Cave prijst zich gelukkig, nu zijn mogelijke chef d'oeuvre Abbatoir Blues/The Lyre Of Orpheus zo goed is uitgepakt. Een onzekere factor was het vertrek van Blixa Bargeld, de Berlijnse gitarist en vertrouwensman die op alle dertien voorgaande Bad Seeds-albums een sleutelrol vervulde. ,,Het afscheid was vriendschappelijk, in het wederzijdse besef dat we aan verandering toe waren'', zegt Cave. ,,Het ging me aan het hart, maar we zijn volwassen mensen en hij is vrij om te gaan en staan waar hij wil. Noodgedwongen hebben de Bad Seeds een ingrijpende verandering ondergaan. We kozen bewust om Blixa niet te vervangen door een andere gitarist, maar door organist James Johnston uit de groep Gallon Drunk.''

Met de toevoeging van viool, orgel en elektronische bouzouki zijn de Bad Seeds een niet te stoppen rock & roll-orkest geworden, dat energie put uit de grote zalen waar ze spelen. ,,Het publiek dat we daar treffen is een hongerig monster dat gevoed wil worden. Natuurlijk mis ik de intimiteit van clubs als Paradiso, waar ik me minder zorgen hoefde maken of ik de achterste rijen wel haalde. Om het aards en intiem te houden doe ik regelmatig optredens met een kleine bezetting, in zaaltjes of theaters waar ik het wit van de ogen van mijn toehoorders nog kan zien. Dat houdt me nederig, terwijl ik de grote rock-arena niet uit de weg ga. Een `Never Ending Tour' op de manier van Bob Dylan zal ik nooit ondernemen, want het vergt te veel organisatie om de Bad Seeds lange tijd bij elkaar te houden. Bovendien hecht ik aan mijn rust in periodes dat ik componeer.''

Wens

Werken met een gospelkoor was een lang gekoesterde wens voor de 47-jarige Nick Cave, die in zijn teksten vaak speelt met religieuze motieven en bijbelse thema's. ,,Bij het schrijven van `Get ready for love' en `Nature boy' hoorde ik het koor al in mijn hoofd. Dat heeft de uitbundigheid van de composities mede bepaald. Vreemd genoeg werd mijn liefde voor gospel in mijn tienerjaren aangewakkerd door Elvis Presley en zijn fantastische album How Great Thou Art, waarop hij religieuze standards vertolkt.

,,Voor rockgroepen is de toevoeging van een gospelkoor of een orkest vaak een nagekomen overweging, om de luisteraar zand in de ogen te strooien als de nummers niet zo sterk zijn.''

Het beste voorbeeld daarvan is volgens Cave te vinden op de beruchte Troggs Tapes uit de jaren zestig, waarop je popgroep The Troggs hoort ruziën in de opnamestudio. ,,Als ze na weken ploeteren nog geen fatsoenlijk nummer op tape hebben vastgelegd, zegt de producer dat ze het later wel zullen oppoetsen met violen. Zo kunstmatig wilde ik beslist niet te werk gaan. Alle nummers met gospelzang zijn van begin tot eind met het koor in de studio opgenomen. Het vergde de nodige repetities vooraf en dat is geen sinecure, want de Bad Seeds is een band die uit principe liever nooit repeteert. Op die manier houden we het fris en spontaan.''

Het creatieve proces is een nooit-aflatende strijd, zegt Nick Cave in navolging van Leonard Cohen, die in zijn teksten refereert aan `the struggle'. Hoewel hij dichtbundels (King Ink I en II) en een roman (And The Ass Saw The Angel) publiceerde, ziet Cave de muziek als zijn voornaamste roeping. ,,Elke song is een nieuw beest dat bij de hoorns moet worden vastgegrepen. Als je een boek schrijft, ga je op in een gedachtestroom die in lengte, breedte en diepte kan worden uitgewerkt. Een popsong vergt altijd een afgerond verhaal binnen een paar coupletten. Daarmee worden het per definitie miniaturen, waarin economisch moet worden omgegaan met woorden en beeldspraak.

,,Als songschrijver raak je gewend aan de routine van stoppen en opnieuw beginnen. John Updike heeft de grootste uitdaging van zijn schrijverschap geformuleerd als dat wat hij `original creation' noemde; het moment waarop je een leeg papier voor je ziet en je uit ervaring of fantasie moet putten om te bedenken waarover je het wilt gaan hebben. Bij mij komt dat gevreesde moment, dat lege-paginasyndroom veel vaker voor dan bij een romanschrijver. Elke ochtend word ik er op mijn kantoor mee geconfronteerd.''

Wrange visie

Het abattoir uit het titelnummer van Abattoir Blues, heeft alles te maken met zijn wrange visie op de mensheid. `People just ain't no good', zong hij al eens op het album The Boatman's Call uit 1997. ,,Ik heb weinig vertrouwen in de goedheid van de mens. De menselijke ziel is een slachthuis. Het hart is een van de vele spieren in de waterige massa die onze geraamtes omringt. Het past mij niet om daar romantisch over te doen. Evenmin als het terecht is dat ik op grond van dubieuze tekstanalyses tot de zwartkijkers word gerekend. Een lied als `There she goes my beautiful world' bijvoorbeeld, mag niet als een duister apocalyptisch visioen worden opgevat. Het stemde mij tot grote tevredenheid om Karl Marx, Dylan Thomas en Johnny Thunders samen in één songtekst te laten figureren. Voor een deel werd dat ingegeven door het rijmschema, omdat `imprisoned in a box' zo lekker rijmt op `Chinese rocks'.

,,Mijn gevoel voor humor wordt vaak onderschat. Als ik moederziel alleen aan mijn bureau zit met een blocnote voor me, is het bevrijdend om een komische tekst te schrijven en te lachen om mezelf. In de loop der jaren heb ik me bevrijd van de somberheid die anderen steeds maar weer van me verwachten. Er zijn genoeg voorbeelden van bloedserieuze tekstregels in mijn huidige werk, om me elders een zekere lichtheid te kunnen permitteren.''

De wijzere, mildere Nick Cave beschouwt het als een trots wapenfeit dat `People ain't no good' in de animatiefilm Shrek 2 is te horen. ,,Ik omarm elke mogelijkheid om een breed publiek kennis te laten maken met mijn muziek, zolang het geen commercials voor spijkerbroeken of mobiele telefoons zijn. Bovendien werd `People ain't no good' in Shrek 2 gebruikt als het perfecte lied om een gevoelig moment op te luisteren. De enige reden waarom de Bad Seeds en ik het zo lang in deze woelige business hebben uitgehouden, is dat we dienstbaar zijn aan de schoonheid die we met onze muziek nastreven. Voor mij is muziekmaken een remedie tegen de oprukkende narigheid. Ik wil geen songs maken die de wrede, corrupte, verzakelijkte wereld om ons heen weerspiegelen. Muziek moet je in staat stellen om te ontsnappen aan de harde of saaie werkelijkheid. Als het mijn doel was om massa's mensen depressief te maken, zou ik veel beter op de nieuwsredactie van een krant kunnen gaan werken.''

`Abattoir Blues/The Lyre Of Orpheus' (Mute/EMI). Concert 23/11 Music Hall, Amsterdam Zuid-Oost.