De Indiërs rukken op

China lokt bedrijven met goedkope arbeid. Het servicenummer van uw elektriciteitsmaatschappij schakelt ongemerkt door naar een callcentrum in Zuid-Afrika. India levert hoogwaardige computerprogrammeurs die complexe taken vlekkeloos verrichten.

Inmiddels bedreigt de concurrentie uit lagelonenlanden ook de werkgelegenheid van peperdure gespecialiseerde belastingadviseurs. Dat is even schrikken, zo bleek afgelopen dinsdag op het lustrumcongres van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) in Amsterdam.

Nederlandse belastingadviseurs hebben vanouds een goede naam in de wereld. Daar zijn twee redenen voor: een doelgerichte vakopleiding en een uitzonderlijk gunstige belastingwetgeving in hun thuisbasis. Die samenloop is meer toeval dan verdienste.

Het belastingadvies ontwikkelde zich in Nederland tot zelfstandige tak van dienstverlening, terwijl het in de meeste andere landen een bescheiden onderdeel van de advocatuur of de accountancy vormt. Die zelfstandige dienstverlening leidde als vanzelf tot een aparte universitaire studie. De goed opgeleide fiscalisten kunnen zich, voorzien van Nederlandse eigenschappen als aanpassingsvermogen en talenkennis, uitstekend op de internationale markt redden.

Naast de kwaliteit van de mensen staat de kwaliteit van hun gereedschap, het Nederlandse belastingstelsel. De wetten van onze handelsnatie waren altijd al afgestemd op het internationaal opererende bedrijfsleven. In het verlengde daarvan leggen onderhandelaars van het ministerie van Financiën vanouds ongekende ijver aan de dag bij het afsluiten van belastingverdragen. Die zorgen ervoor dat internationaal opererende bedrijven niet in twee landen belasting betalen over dezelfde winst. Voeg daarbij een betrouwbaar en efficiënt rechtsstelsel en een gerenommeerde financiële sector en je hebt alle ingrediënten voor een aantrekkelijk vestigingsland voor internationale hoofdkantoren. Van multinationals tot popsterren, ze opereren fiscaal graag vanuit Nederland. Dat levert hoogwaardige werkgelegenheid voor belastingadviseurs op en leidt in mindere mate ook tot echte bedrijfsvestigingen.

Zelfverzekerd trokken Nederlandse belastingadviseurs de Wereld van Peter Stuyvesant in met de slagzin `Dutch advise the world'. Bij adviezen van dergelijke allure worden de opdrachtgevers geacht niet te miezemuizen over de nota. Dat deden ze dan ook niet. Die dagen zijn overigens voorgoed voorbij.

Nederlandse fiscalisten worden opvallend vaak aangetrokken als tax-director bij buitenlandse multinationals. Hun taak was vroeger vooral de belastingdruk te minimaliseren. Nul-belastingdruk, al was het via een belastingparadijs, was het ideaal. Inmiddels is de sfeer anders. Multinationals moeten voldoen aan de meest uiteenlopende eisen rondom goed ondernemingsbestuur en de bedrijfsfiscalist moet daarbij helpen. Voorzichtigheid is daarbij troef, slimme fiscale constructies zijn van de baan. Het internationale bedrijfsleven zeurt niet over lokale belastingtarieven zolang die als redelijk worden ervaren.

Inmiddels is de bijzondere positie van Nederlandse belastingadviseurs bedreigd. De NOB-leden kregen deze boodschap voorgeschoteld door professor Maarten Ellis, een icoon van de Nederlandse glorie in de fiscaliteit. Als overblijfsel van die oude grandeur is ons land de thuisbasis van instituten van mondiale allure als het International Bureau for Fiscal Documentation (www.ibfd.nl) en de enige wereldwijde fiscalistenvereniging, de International Fiscal Association (www.ifa.nl). Van die in 1938 in Rotterdam opgerichte organisatie is Maarten Ellis de secretaris-generaal.

Naar zijn waarneming is Nederland in fiscaal opzicht niet zo bijzonder meer. Landen als Ierland, Oostenrijk en België hebben de Nederlandse formule overgenomen en zelfs verbeterd. Het uitgebreide Nederlandse netwerk aan belastingverdragen is tegenwoordig al evenmin uitzonderlijk. Er hangt een oordeel van het Europees Hof van Justitie in de lucht die binnen de Europese Unie de betekenis van afzonderlijke belastingverdragen zelfs helemaal kan wegnemen. Dat zou een vergaande harmonisering zijn zonder ook maar één voorafgaande politieke beslissing. Trouwens, Ellis signaleert dat de belastingregels door de wereld heen naar elkaar toe groeien, niet door politieke visies maar door de handel: ,,De zakenwereld globaliseert en dwingt daarbij passende regelgeving af.'' In de mêlee van op elkaar lijkende belastingwetgeving steekt Nederland niet langer gunstig af.

Het verlies van onze gunstige positie heeft gevolgen voor de internationaal opererende belastingadviseur. Zijn product, de Nederlandse fiscale structuur, heeft definitief aan glans verloren. Over de inmiddels tamelijk vergelijkbare belastingstelsels kan ook een goed opgeleide Indiër of Australiër zijn klanten prima adviseren. Verwende en zelfgenoegzame Nederlandse fiscaal specialisten moeten het opnemen tegen nieuwe concurrenten die commercieel agressiever opereren en van huis uit zeer prestatiegericht zijn. Met hun vloeiende Engels komen ze overal binnen terwijl Ellis de talenkennis van de Nederlandse belastingadviseur in tien jaar dramatisch zag teruglopen. Nederlandse fiscalisten hebben geen vooraanstaande plaats meer bij internationale fusies. Angelsaksische advieskantoren gaan er met de buit vandoor. ,,In de jaren tachtig had je Nederlandse kantoren die in New York een Dutch Desk begonnen om de fiscale aantrekkelijkheid van Nederland te promoten. Straks krijg je het omgekeerde: een Indiase fiscalist die zijn producten in Nederland komt aanprijzen. Dat kun je een koekje van eigen deeg noemen'', aldus Ellis.

Zijn vak- en generatiegenoot Jan den Hartog is minder benauwd voor de Indiase belastingadviseurs. Zijns inziens zijn de cultuurverschillen tussen India en de westerse wereld nog te groot. Wel denkt ook hij dat internationaal belastingadvies niet langer het specialistische maatwerk vergt waar Nederlandse adviseurs zich bij uitstek mee konden onderscheiden. Creativiteit raakt op de achtergrond. Daar komt de hardheid van de internationale concurrentie voor in de plaats. Lang niet elke in de oude situatie groot geworden belastingadviseur wil in die harde competitie meegaan. De gouden tijden leverden genoeg geld op om vroegtijdig te stoppen met hun werk. Zij maken plaats voor jongeren. Die moeten, misschien minder creatief maar wel meer gehard, de nieuwe strijd op de internationale adviesmarkt maar aangaan. Ze staan voor een pittige maar nog steeds lucratieve opgave.