Bush is een werkwoord

Honderd jaar geleden gaf de Amerikaanse schrijver Ambrose Bierce in The Devil's Dictionary een cynische definitie van het woord `politiek': `Een middel van bestaan voor het ontaardste deel van onze misdadigersklasse'. In de geest van Bierce hebben jonge Amerikaanse schrijvers rond het tijdschrift McSweeney's (Jonathan Safran Foer, bekend van Alles is verlicht, en Dave Eggers, bekend van Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit) een satirisch woordenboek samengesteld, The Future Dictionary of America. Daarin tref je `Bush' als een werkwoord met de volgende betekenissen: `1. een baan krijgen waarvoor je niet gekwalificeerd bent. 2. een lange en onverdiende vakantie nemen. 3. naar huis gaan tijdens werkuren. 4. (sinds 2005) in ongenade teruggestuurd worden naar je plaats van herkomst.'

In juni verscheen The Future Dictionary in Amerika. Tweehonderd schrijvers en illustratoren (van Paul Auster en T.C. Boyle tot Simon Schama en Art Spiegelman) hadden belangeloos een bijdrage geleverd. De opbrengst van het boek was bestemd voor `progressieve doelen', waaronder ook projecten in verband met de verkiezingen. Nu de uitslag van die verkiezingen bepaald is, kan dit woordenboek als achterhaald beschouwd worden. Bush wordt immers niet weggestuurd in 2005 en ook zal het gehele militaire budget in dat jaar niet overgeheveld worden naar onderwijs en gezondheidszorg. Het progressieve optimisme dat uit veel definities spreekt, de Amerikaanse ommekeer waarover gespeculeerd wordt, zou tragisch naïef zijn, als er geen satirische toon in doorklonk.

The Future Dictionary (`de zesde editie sinds 2016') gaat alleen schijnbaar over het Amerika van de toekomst. In feite is het boek doordrongen van de Amerikaanse actualiteit, zodat de Nederlandse lezer niet alle verwijzingen zal begrijpen. (Neem het woord `ashcroftian', dat `ondergang door hoogmoed' moet betekenen, verwijzend naar de onlangs opgestapte procureur-generaal John Ashcroft.) Veel woorden hebben een definitie gekregen die haaks staat op de huidige betekenis. Zo duidt `elderly' op een `leeftijdsgroep die als wijs, sexy en gerespecteerd bekend staat', en een `extreme makeover' is geen plastisch-chirurgische operatie, maar een psychologische behandeling, waarbij de patiënt leert dat schoonheid van binnen zit. Andere woorden krijgen een cynische betekenis, zoals `neocon': `bedriegen door vals alarm te slaan'. Ook duiken er geheel nieuwe woorden op, zoals `truespapers', kranten waarin uitsluitend de waarheid wordt gepubliceerd (`Helaas vonden de lezers deze kranten extreem saai, zodat de oplagecijfers kelderden.')

Dit woordenboek, prachtig vormgegeven zoals alle uitgaven van McSweeney's, dient in kleine doses genoten te worden. Wie te lang doorleest raakt vermoeid door de vele woordspelletjes, die vaak op bekende namen gebaseerd zijn: `colin-powwow', `condoleesy', `ralphnadir'. Ter afwisseling is er een cd bijgevoegd met 22 nieuwe liedjes van bands als Blink-182, R.E.M. en Nada Surf. `I don't know how I'm supposed to feel about all the blood that has been spilled', zingt Tom Waits in Day after Tomorrow. Maar hij blijft hoopvol: `I still believe that there is gold at the end of the world'.

Jonathan Safran Foer, Dave Eggers, Nicole Krauss, Eli Horowitz (red.): The Future Dictionary of America. McSweeney's Books, 208 blz. Met cd. €27,–