Britse vossenjacht nu echt een misdaad

Drijfjachten op vossen zijn vanaf februari in Engeland en Wales officieel een misdaad, nadat het Lagerhuis de politieke impasse die al tien jaar duurt gisteren via een zelden toegepaste noodwet doorbrak.

De omstreden traditie, die al zeven eeuwen bestaat, blijft niettemin voorlopig een spektakel, omdat voorstanders van de vossenjacht het verbod door de rechter willen laten toetsen. Als die de verbodsprocedure goedkeurt, wacht de regering-Blair volgens jachtactivisten een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid, die een schaduw werpt over de komende verkiezingen, naar verwachting volgend voorjaar.

Blair slaagde er gisteren in het Lagerhuis aanvankelijk ervan te overtuigen de invoering van het verbod uit te stellen tot 2006. Dat was naar zijn zeggen om het platteland de gelegenheid te geven over te schakelen op alternatieven. De jachten en aanpalende economische activiteiten bieden werk aan enkele honderdduizenden. Volgens anderen was het uitstel alleen bedoeld om de controverse over de verkiezingen heen te tillen en, zo vreesden sommige Labour-parlementariërs, het verbod zelfs een stille dood te laten sterven.

Maar toen het Hogerhuis dat verbod-op-termijn op zijn beurt opnieuw afwees, maakte het Lagerhuis na een dag van parlementair tumult gebruik van de zogeheten Parliament Act. Met deze noodwet, die sinds 1949 maar vier keer is toegepast, kunnen de gekozen Lagerhuisleden de ongekozen Lords hun wil opleggen.

Blair, die voor zijn aantreden als premier een totaalverbod beloofde, heeft sindsdien gemengde signalen gegeven. Deze week schaarde hij zich achter een compromis, waarbij sommige van de ruim driehonderd jachten onder een speciale vergunning zouden kunnen blijven bestaan, als zou blijken dat op die plek geen minder wrede alternatieven van ongediertebestrijding beschikbaar waren. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gelden voor moeilijk begaanbaar heuvelland.

Het Hogerhuis, dat aanvankelijk niets van een verbod wilde weten, steunde deze week ten slotte eveneens dat compromis. Maar het Lagerhuis, waarin Labour sinds zeven jaar in de meerderheid is en dat de afgelopen tien jaar tien keer over de jacht heeft gestemd en honderden uren heeft vergaderd, bleek alleen bereid het verbod vertraagd in te voeren.

Voorstanders van de jacht zeggen dat Labourparlementariërs, die hun kieskringen merendeels in de grote steden hebben, via het verbod de klassenstrijd voortzetten en niets begrijpen van het platteland. Tegenstanders zeggen dat de jachten een wrede en overbodige hobby van een selecte elite zijn. Organisatoren van de drijfjachten staan voor het dilemma om hun honden af te maken, zeggen ze, of om zich voor te bereiden op het massaal overtreden van de wet. Of de overheid in staat is zulke overtredingen te voorkomen, is onzeker. In politiekringen bestaat er in elk geval weinig animo voor.

Barones Malalieu, een Labour-Lord én voorstander van de jacht, zei dat ze trots was op de manier waarop het Hogerhuis ,,de vrijheid had verdedigd''. Maar volgens Alun Michael, staatssecretaris van Plattelandszaken, hadden de Lords het debacle zelf veroorzaakt door niet meteen met een compromisvoorstel in te stemmen. Volgens Phillis Campbell-McRae, directeur van het International Fund for Amimal Welfare, schaart Groot-Brittannië zich ,,wereldwijd in de voorhoede van de strijd om het welzijn van dieren''.

De Countryside Alliance, de koepel waarin boeren en landeigenaren willen voorkomen dat de vossenjacht alleen op schilderijen en placemats voortleeft, wil dat een rechter de wettigheid van de Parliament Act beoordeelt en dat de rechter erkent dat een verbod in strijd is met de mensenrechten.