Bezig met het vijfde leven. Nog vier te gaan

Robbie Williams is dertig jaar, maar hij is al aan zijn vijfde leven bezig, verklaart hij in Feel van de journalist Chris Heath, terwijl een privé-vliegtuig hem van Zweden naar Londen brengt. `School, Take That, roekeloze overgave, proberen nuchter te worden, en nuchter zijn.' Hij stopt even. `Nog vier te gaan.'

Voor Feel observeerde Heath achttien maanden lang het vijfde, nuchtere leven van de grootste Britse popster van dit moment. Het verhaal begint in augustus 2002, als Heath Williams voor een te schrijven artikel opzoekt in een studio in Hollywood, waar hij de laatste hand legt aan zijn album Escapology. Het klikt wel tussen de popster en de journalist. Heath wordt door `Rob' uitgenodigd in zijn villa in L.A., en maakt daar kennis met zijn vaste entourage: lijfwacht Pompey, assistente Josie, manager David, de honden Rudy, Sammy en Sid. Heath krijgt steeds vaker en steeds langer toestemming om Williams te volgen. Williams blijkt hier prima doorheen te kunnen leven. Hij is al jaren geen moment meer echt alleen geweest, vertelt hij. En hij houdt van veel aandacht.

Wat volgt, is strikt genomen een reportage van 422 pagina's, maar Feel bevat dankzij z'n uitbundige lengte dingen die een artikel nooit zouden halen. Verveling, bijvoorbeeld. Moppen. Dromen. Opmerkingen die al eens eerder gemaakt zijn. Opsommingen van snacks, sigaretten, bekers Starbucks-koffie; verslagen van spelletjes backgammon, darts, poker en het computerspel Championship Manager 4. Er worden liedjes geschreven (en vaak weer weggegooid), er worden een clip en een film opgenomen en Williams geeft interviews en optredens, met als hoogtepunt een grote Europese tournee in de zomer van 2003.

Dit alles wordt door Heath behendig gelardeerd met Williams' gedetailleerde, vaak komische, soms schrijnende anekdotes uit zijn vier eerdere levens. In 1990 werd de toen 16-jarige Robbie uit Stoke-on-Trent, zoon van een weggelopen variété-artiest, na een succesvolle auditie lid van de jongensgroep Take That, dat door manager Nigel Martin-Smith middels een moordende serie optredens in homoclubs werd opgestuwd tot dé boy band van de jaren negentig. De vijf `Take Thatters' scoorden nummer 1-hits en werden idolen tot in Japan, maar Robbie lag al gauw buiten de groep. Te grote mond, te eigengereid, te weinig discipline – de volwassen Williams zoekt nog steeds naar een verklaring. Hij vluchtte in drank en drugs, en verliet begin 1995 de groep als een 21-jarige junkie met de verkeerde beroemde vrienden (Oasis), die in de media luidkeels (en, zo blijkt nu, stomdronken) pochte over zijn tot dan toe niet-bestaande solo-carrière.

Uiteindelijk kwam het meer dan goed met hem. In vijf jaar tijd maakte hij vier albums waar een reeks grote hits vanaf kwam: Angels, Millennium, She's The One, Rock DJ en Feel, om er een paar te noemen. Bombastische, romantische nummers zijn het, die dankzij Williams' rauwe stem en hedonistisch imago – dat hij in zijn videoclips tot in het absurde uitvergroot – een spannend laagje van echt, woest leven krijgen. Tegelijkertijd laat Williams zich voortdurend gekscherend en ironisch over zichzelf uit, en blijft hij zo een verwarde en verwarrende clown met het leven van een popster.

De zanger die Heath in 2002 ontmoet, is alweer twintig maanden clean. Hij is net van Londen naar het voor hem veel rustiger Amerika verhuisd, en zweert nu bij een therapeut, antidepressiva, vitaminepillen en drie pakjes Silk Cut-sigaretten per dag. Behalve drank en drugs heeft Williams ook het uitgaansleven en bijbehorende one-night-stands afgezworen, zegt hij herhaaldelijk, maar gelukkig voor de lezer van Feel houdt hij zich daar niet erg aan, want ook over de bizarre ontmoetingen in zijn slaapkamer kan hij smakelijk vertellen.

Het knappe is dat Heath alles schijnbaar met een poker-face blijft registreren. De enige emotie die ongefilterd tot zijn tekst is doorgedrongen, is Heaths ergernis over de beruchte Engelse roddelpers. Drie hardnekkige verhalen achtervolgen Williams gedurende het boek. Het eerste: hij is homo. Dat is hij niet, aldus Heath. Het tweede: hij is gokverslaafd. Dat is hij ook niet, hoogstens spelletjesverslaafd. Het derde: het supercontract van 80 miljoen pond dat Williams in de loop van het boek afsluit met platenmaatschappij EMI, staat of valt met zijn toekomstige doorbraak in Amerika. Die doorbraak, toont Heath en detail aan, komt er waarschijnlijk niet. Zijn imago van deels rocker, deels joker is voor de Amerikanen te veelgelaagd; de ironie die Williams tentoonspreidt wordt er slecht begrepen. Daarbij is hij er niet genoeg werkpaard voor om de taaie, jarenlange gang van radiostation naar radiostation te maken die voor een doorbraak in de VS een vereiste is.

Voor de Britse tabloids doen deze nuances er niet toe. `Arrogante Robbie flopt in VS', koppen die liever. Heath beschrijft hoe in Engeland het begrip `roem' – net als in Nederland – de afgelopen tien jaar is opgerekt en uitgehold. Er zijn nu mensen beroemd door het simpele, lege feit dat ze tijdelijk de aandacht van de media op zich weten te vestigen. Echte, `verdiende' roem voor sportieve of artistieke prestaties is bevuild met deze roem van tweede garnituur.

Engeland is collectief verslaafd geraakt aan informatie over zijn nieuwe elite. En dat terwijl het vanouds een land is waar niemand zijn kop boven het maaiveld uit mag steken. In Williams woorden: `Amerikanen kijken naar de man in het grote huis op de heuvel en zeggen: op een dag woon ik in daar. Engelsen zeggen: op een dag neem ik die etter te grazen.'

Heath heeft een prachtig journalistiek boek geschreven, in zo'n geestige, vlotte stijl dat het na die ruim 400 pagina's nog wel door had mogen gaan. De lezer leert Williams stukje bij beetje kennen. Robbie Williams verveelt niet snel; het is zijn missie om te entertainen, vindt hij nu. Aan de heilige ernst waarmee veel van zijn concurrenten hun werk omlijsten heeft hij een broertje dood. Dan maar de dorpsgek. Natuurlijk is dit niet de `hele' of de `echte' Robbie Williams, geeft Heath een paar keer toe. Zelfs hij heeft dingen moeten weglaten. Zo zou het `onhoudbaar' zijn, en `afleidend, en verbijsterend, en nauwelijks geloofwaardig', om in dit boek werkelijk weer te geven hoe vaak en hoe hard Rob scheten laat.

Chris Heath: Feel. Robbie Williams. Ebury Press, 422 blz. €37,95 De Nederlandse vertaling Feel verscheen bij Bruna, 519 blz. €19,95