Bedrijven niet meer Nederlands

Buitenlandse topmannen van Nederlandse bedrijven verbazen zich over notulen, prijzen de ondernemingsraad en waarschuwen voor het wegtrekken naar de VS of Azië.

De Belgische bestuursvoorzitter van bank en verzekeraar ING had gisteren de lachers op zijn hand. Vooral toen Michel Tilmant over de `notulen' begon. ,,Dit is het enige land ter wereld waar het bestuur úren besteedt aan de vraag of goed is vastgelegd wat het de vorige vergadering zelf heeft afgesproken'', zei de Belg, die vooral in Amerika en Frankrijk heeft gewerkt. ,,In de VS leest niemand notulen, en in België worden ze niet eens gemaakt.''

Zijn gehoor, vooral bestuurders van Nederlandse multinationals, bulderde het uit. De lach van herkenning en – volgens Tilmant ook typisch Nederlands – zelfbewustzijn. Tilmant sprak over de rol van buitenlandse topmannen in Nederland op een symposium van Akzo Nobel in Den Haag. Het chemieconcern vierde de overname van het Zweedse Nobel, nu tien jaar geleden.

Tilmant deelde ook de ernstigste waarschuwing van de middag uit. Hij hield de ondernemers het voorbeeld van België voor. ,,Vrijwel alle multinationals zijn daar binnen een termijn van zes jaar vertrokken, tussen 1992 en 1998.'' Tilmant wilde niet met zoveel woorden zeggen dat in Nederland hetzelfde dreigt te gebeuren, maar waarschuwde voor de snelheid van ontwikkelingen. ,,In deze geglobaliseerde wereld zijn bedrijven sneller vertrokken dan je denkt.''

Moet Nederland bang zijn dat andere bedrijven het voorbeeld van het informatieconcern VNU volgen en naar de Verenigde Staten of Azië vertrekken? Ja, stelde Tilmant, die vooral waarschuwde voor de problemen die overal in Europa spelen: de bureaucratie, de verouderende beroepsbevolking, de gebrekkige opleidingen, de dure systemen van sociale zekerheid. En in het algemeen, de West-Europese houding. ,,We are fat, not hungry. De rest van de wereld zal niet wachten op Nederland.''

Toch zag Tilmant, die sinds april bestuursvoorzitter is, ook voordelen in Nederland. Bijvoorbeeld de neiging naar overleg. Hij noemde de ondernemingsraden, een direct uitvloeisel daarvan, ,,een van de beste uitvinding die Nederland heeft gedaan''. ,,Beslissingen vooraf met medewerkers bespreken, die vaak goede ideeën hebben, in plaats van achteraf, is volkomen logisch.''

Als nadelen van het Nederlandse model, noemde Tilmant het bestuursmodel waarin de raad van bestuur collectief verantwoordelijk is voor de beslissingen, in plaats van de topman.

De Zweedse topman van het supermarktconcern Ahold, Anders Moberg, prees de Nederlandse openheid en tolerantie, maar vond dat de hang naar consensus trage beslissers maakte. Daar zorgen buitenlanders voor verbeteringen. Ook stelde hij dat het buitenlanders veel makkelijker moet worden gemaakt om in Nederland te werken. Nu zijn er allerlei administratieve vereisten die dat moeilijk maken. ,,Kapitaal stroomt zonder grenzen, wereldwijd. Zo zou het met mensen ook moeten zijn'', zei Moberg. De beloning speelt ook een rol. ,,Nederlandse managers worden zeker niet overbetaald'', zei Moberg die dat als understatement bedoelde. ,,En er moeten meer uren gewerkt worden.''

De kern van de boodschap van de buitenlandse topmanagers was deze: Nederlandse bedrijven bestaan niet. Grote bedrijven zijn internationale bedrijven die te maken hebben met buitenlandse investeerders, bankiers, pers, en in toenemende mate ook met toezichthouders. Alle AEX-fondsen behalen meer dan de helft van hun omzet buiten Nederland.

Nederlanders moeten daarom vooral ,,blij zijn grote, internationaal opererende bedrijven binnen de landsgrenzen te hebben'', zei Tilmant. Hij somde de cijfers van ING op: ruim 80 procent van de aandeelhouders en de klanten is niet-Nederlands, evenals 66 procent van de werknemers en 100 procent van de bestuursvoorzitters – en daar waren de lachers weer.