Asielzoeker kan tegen Verdonk in beroep

Een asielzoeker die een beroep heeft gedaan op de pardonregeling van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) kan tegen een afwijzing van de minister een juridische procedure starten. Dit volgt uit een uitspraak van de Raad van State (RvS) van vandaag.

De RvS bevestigt hiermee de uitspraak van de rechtbank in Haarlem dat in mei dit jaar in een uitspraak al tot hetzelfde oordeel gekomen. Tegen deze uitspraak ging de minister in hoger beroep. Verdonk wilde vandaag niet reageren op de uitspraak van de RvS. Ze wil eerst de uitspraak bestuderen. De raad besliste in januari namelijk dat de brief van de vreemdeling aan de minister niet kan worden aangemerkt als een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning.

Verdonk kreeg circa 10.000 aanvragen om voor de pardonregeling in aanmerking te komen. Ze wees circa 7.500 aanvragen af. Het verzoek van een asielzoeker werd echter door de minister niet opgevat als officiële aanvraag voor een verblijfsvergunning. Tegen een afwijzing van zo'n verzoek kon volgens haar dan ook geen juridische procedure worden gestart. Maar bestuursrechtdeskundigen en vluchtelingenorganisaties betwijfelden dat.

De Raad van State heeft inderdaad anders beslist. Wanneer een asielzoeker de minister met een beroep op persoonlijke omstandigheden verzoekt om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid om hem toch een verblijfsvergunning te verlenen, dan moet dit verzoek worden opgevat als een aanvraag. Tegen een afwijzend besluit van de minister kan dan een juridische procedure worden gestart.