Alleen ziektes storen opiumteelt

Plantenziekten en ongunstige weersomstandigheden hebben een matigend effect gehad op Afghanistans belangrijkste economische sector: de productie en vooral de lucratieve export van drugs. Dit jaar, zo blijkt uit het gisteren verschenen verslag van het VN-bureau voor drugsbestrijding (UNODC), werd er in het land zo'n 131.000 hectare papaver ingezaaid, 64 procent meer dan vorig jaar. Maar de totale productie van opium steeg `slechts' met 17 procent, omdat de gemiddelde opbrengst per hectare scherp daalde van 45 kilo per hectare tot 32 kilo dit jaar.

De teelt van papaver heeft zich nu over het hele land verspreid, tot in alle 32 provincies. In totaal 2,3 miljoen mensen, zo'n 10 procent van de bevolking, zijn er bij betrokken. Maar de verdiensten zijn nogal ongelijk verdeeld. Het VN-bureau schat de exportwaarde van de opium op 2,8 miljard dollar (2,3 miljard vorig jaar). De waarde van de productie `af boerderij' bedraagt O,6 miljard dollar, de brutowinst voor de handelaren 2,2 miljard dollar.

Ook dit jaarrapport van de VN bevestigt de kritische constatering dat de opiumproductie een hoge vlucht heeft genomen na de Amerikaanse invasie in Afghanistan, eind 2001. Onder de Talibaan bereikte de Afghaanse opiumproductie in 1999 een absoluut record, maar nadat de strengfundamentalistische heersers een verbod op de papaverteelt afkondigden, stortte de opiumproductie in. Na de `bevrijding' van Afghanistan door de Amerikanen en de Noordelijke Alliantie, zijn de boeren massaler dan ooit overgegaan op het verbouwen van papaver. Ze zijn daartoe aangemoedigd door lokale krijgsheren, en ze weten dat ze voor hun opium een veel hogere prijs krijgen dan voor bijvoorbeeld tarwe. Ook hier spreekt de statistiek van de VN boekdelen: een hectare opium levert een bruto inkomen op van 4.600 dollar, tegenover 390 dollar voor een hectare tarwe.

De VN vragen de Afghaanse regering de bestrijding van de papaverteelt tot belangrijkste beleidsdoel te maken, iets wat president Karzai in het verleden ook al herhaaldelijk heeft beworen. Maar de Afghaanse praktijk is weerbarstig.